OPCW mag nu ook de daders van gifgasaanvallen aanwijzen

OPCW

Ondanks verzet van de Russen mag de organisatie voor chemische wapens in Den Haag voortaan ook schuldigen aanwijzen.

Laboratorium medewerker bij de OPCW in Den Haag. Foto John Thys/AFP

Regimes die chemische wapens gebruiken kunnen in de toekomst eenvoudiger formeel beschuldigd worden. De organisatie die toeziet op de naleving van het wereldwijde verbod op chemische wapens, de OPCW in Den Haag, heeft woensdag de bevoegdheid gekregen schuldigen aan te wijzen. Voorheen mocht de organisatie alleen onderzoek doen naar gifgasaanvallen zelf.

Na het veelvuldig gebruik van gas in Syrië en de aanslag met zenuwgas op vader en dochter Skripal in het Engelse Salisbury heeft het Verenigd Koninkrijk zich sterk gemaakt voor extra OPCW-bevoegdheden. Op een speciale vergadering van de OPCW in Den Haag werd het Britse voorstel woensdagmiddag aangenomen met 82 stemmen voor en 24 tegen. De OPCW mag nu „niet alleen zeggen of er chemische wapens zijn gebruikt, maar ook door wie”, aldus de Britse ambassadeur in Den Haag, Peter Wilson.

Rusland en Syrië hadden zich op de tweedaags conferentie lang verzet tegen het Britse initiatief. Maar Rusland en China haalden vlak voor de stemming hun alternatieve voorstellen van tafel. Eerder op de dag waren ook al amendementen van Iran, Venezuela, Kazachstan, Wit-Rusland en Burundi, die het Britse voorstel zouden verwateren, verworpen.

Lacune

Met de beslissing wordt in een belangrijke lacune voorzien in het internationale regime tegen chemische wapens. Vrijwel alle landen in de wereld hebben in de jaren negentig het gebruik van chemische wapens afgezworen. De OPCW in Den Haag moet toezicht houden op de naleving van de Conventie tegen Chemische Wapens, maar is in essentie een technische, wetenschappelijke organisatie. OPCW-inspecteurs mochten onderzoek doen naar vermeende gifgasaanvallen, maar hadden niet de bevoegdheid om schuldigen aan te wijzen.

Om ondanks de beperkte bevoegdheden van de OPCW toch schuldigen aan te kunnen wijzen in Syrië, bestond tot november vorig jaar een gezamenlijke aanpak van VN en OPCW, het zogeheten Joint Investigative Mechanism. Maar nadat JIM had geconstateerd dat de Syrische overheid verantwoordelijk was voor het gebruik van gifgas, waaronder zenuwgas sarin, weigerde Rusland in de Veiligheidsraad in te stemmen met verlenging van het mandaat van JIM. Sindsdien kon het Syrische regime dus niet formeel beschuldigd worden. In de OPCW bestaat zo’n vetorecht niet.

Lees ook dit onderzoek van The New York Times: Assad zit achter chemische aanval op Douma

Donkere wolken

De tweede dag van de conferentie werd geopend door minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok, die erop wees dat zich donkere wolken samenpakten boven de OPCW door het veelvuldig gebruik van chemische wapens. „Het resultaat was vreselijk menselijk lijden en het risico op een ‘nieuw normaal’: een situatie waarin overtreders zich ongenaakbaar achten en de bestaande norm onder onze ogen langzaam erodeert.”

De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Boris Johnson, vroeg zich af: „Wat zou het over ons zeggen als we een nieuw taboe zouden laten ontstaan, niet op het gebruik van chemische wapens , maar op het aanwijzen van de verantwoordelijken?”

De Russen probeerden van alles om het Britse voorstel te frustreren. Dinsdag liep de vergadering een paar uur vertraging op omdat de Russen de ene procedurele truc na de andere uit de kast haalden. Woensdag probeerden ze onrust in het westerse kamp te zaaien. „Deceptie is het woord van de dag”, twitterde de Russische ambassade in Den Haag. „Heeft het VK bewijs gepresenteerd in de zogeheten ‘Zaak-Skripal’? Nee. Ze hebben hun bondgenoten meegesleurd in een schreeuwerige campagne tegen Rusland. Nu proberen ze de OPCW voor hun spelletjes te misbruiken.”

    • Michel Kerres