Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Nieuwbouw

Ik was op bezoek bij een vriend die tijdelijk met zijn gezin in een nieuwbouwwoning in een pas ontgonnen gebied boven Nijmegen zat. Er stonden daar billboards tussen met de mededeling dat het er heel mooi ging worden. Ze hadden allemaal dingen waardoor ik me ouderwets voelde: een inbouwmagnetron, een televisie die je pratend kan bedienen en een auto met wifi.

We spraken wat tegen de televisie en daarna vroeg ik hoe of het beviel in de nieuwbouwwijk in aanbouw. Hij zei het maar eerlijk: het viel niet eens tegen.

Ik keek naar buiten.

De achtertuinen waren allemaal precies even groot, eromheen stonden hekken. Mijn ouders hadden me weleens verteld over de begintijd in hun nieuwbouwwoning, een periode die ze ‘de pionierstijd’ noemden. Het trefwoord van mijn moeder was ‘zand’. Zandheuvels, zandstormen en vooral zand in de schoenen. Je moest het meegemaakt hebben om het te snappen, maar het moest zoiets geweest zijn als dit.

Ik zei tegen de televisie dat ik voetbal wilde zien. Zijn kinderen vielen daarna de hele tijd binnen met gruwelijke verhalen over andere, grotere kinderen die hen op een pleintje dreigden met martelingen. Mijn vriend bleef rustig en zei dat dat dicht bij huis zo’n vaart niet zou lopen.

Toen later ook een jongetje van acht, hij had verkering met zijn dochter van zeven, bibberend van angst in de woonkamer stond, besloten we toch maar even op patrouille te gaan.

De ouders van het jongetje waren gescheiden. We kwamen zijn vader tegen op een pad tussen de huizen, arm in arm met zijn nieuwe vriendin. Het gesprek ging vrijwel meteen over tuinarchitectuur. Hij zei dat je, qua tegels, als je tenminste een mooi terras wilde, niet voor minder dan duizend euro klaar was. Mijn vriend knikte mee, maar zei ook dat hij daar niet aan ging beginnen.

„Wij zitten in een huurhuis, hè.”

De nieuwe vriendin van de vader van het bange jongetje had het over een mediterraan terras. Ik deed een duit in het zakje met de mededeling dat Servië had verloren van Zwitserland, maar daar werd verder niet op gereageerd. Bij thuiskomst stond dat jongetje nog steeds te sidderen in de woonkamer.

Ik zei dat we niets geks hadden gezien en dat ze dus gewoon buiten konden blijven spelen. Dat zei mijn vader vroeger ook als wij weer eens van de straat waren gejaagd en hij de krant zat te lezen. Daarna werden we dan alsnog geslagen en gewurgd.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen