Nederland, niet langer het vieze jongetje in de EU?

Klimaatwet

Met de brede steun voor „de meest ambitieuze klimaatwet ter wereld” moet Nederland op milieuvlak een beter figuur slaan.

Zeven fracties hebben na maandenlange onderhandelingen een definitief akkoord bereikt over de nieuwe wet. Foto Jerry Lampen/ANP

Glunderend presenteerden politici van zeven partijen woensdag de langverwachte Klimaatwet. Die wet moet ervoor zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95 procent is teruggebracht ten opzichte van 1990. Al is nog vaag hoe die norm en de weg ernaartoe gehandhaafd worden. In de wet is vastgelegd in welke mate GroenLinks, PvdA, D66, ChristenUnie, SP, VVD en CDA klimaatverandering willen tegen gaan, maar niet hoe ze dat willen doen.

Initiatiefnemer Jesse Klaver (GroenLinks) sprak van „de meest ambitieuze klimaatwet ter wereld” die „Nederland gaat veranderen”. Lodewijk Asscher (PvdA) en Lilian Marijnissen (SP) benadrukten dat de kosten van milieumaatregelen „eerlijk verdeeld” moeten worden. Volgens Rob Jetten (D66) is Nederland hiermee „niet langer het vieze jongetje van Europa, maar een koploper”. Carla Dik (ChristenUnie) sprak over de „zorg voor de schepping”. CDA’er Agnes Mulder vond juist dat „iedereen moet kunnen profiteren, mensen en bedrijven”. Volgens Dilan Yesilgöz (VVD) „begint het echte werk nu pas”.

Waar ze het wel over eens zijn, zijn de drie doelstellingen. In 2030 moet de uitstoot van broeikasgas zijn teruggebracht met 49 procent en in 2050 zelfs met 95 procent. In dat jaar moet de volledige elektriciteitsproductie zonder uitstoot van CO2 gebeuren. Het eerste doel stond al in het regeerakkoord, over de andere twee doelen is acht maanden onderhandeld.

Klaver en Samsom

Het idee voor een Klimaatwet, die als initiatiefwet aan de Tweede en Eerste Kamer zal worden voorgelegd, kwam in 2015 van Klaver en toenmalig PvdA-leider Diederik Samsom. Vervolgens sloten D66, ChristenUnie en SP zich erbij aan. Nu hebben ook CDA en VVD zich gecommitteerd. Dat betekent steun van 113 van de 150 Kamerleden. De verwachting is dat in ieder geval de Partij voor de Dieren en 50Plus de wet steunen.

De in de Klimaatwet vastgelegde doelen moeten disciplinerend werken voor de politiek, net zoals financiële kaders dat voor de begroting doen. Elk jaar gaat de Kamer op de vierde donderdag in oktober, ‘Klimaat-Prinsjesdag’, controleren of het kabinet voldoende doet om de doelen te halen. Dat gebeurt op basis van inschattingen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Raad van State. Worden de doelen niet gehaald, dan moeten er extra maatregelen genomen worden, bijvoorbeeld vervuiling extra belasten of vergroening meer subsidiëren.

Er zijn echter geen sancties, zoals boetes, die de politiek zichzelf of anderen oplegt. Ook zijn „de doelstellingen in de wet niet extern afdwingbare normen”, waarmee politici willen voorkomen dat burgers via de rechter proberen maatregelen af te dwingen. De betrokken Kamerleden gaven toe dat zij deze gang naar de rechter niet helemaal kunnen blokkeren. Ook zonder Klimaatwet lukte het Stichting Urgenda om een zaak tegen de staat te winnen. Het hoger beroep daarover loopt nog. De angst bestaat, met name in de industrie, dat de rechter op de stoel van de politiek gaat zitten en dan minder oog heeft voor het algemeen belang.

Lees ook het profiel over de directeur van Urgenda: Niet bang de staat voor de rechter te dagen

Klimaatakkoord cruciaal

Voor het halen van de eerste doelstelling in 2030 zijn de partijen sterk afhankelijk van het klimaatakkoord waarover nog onderhandeld wordt. De inzet van dat akkoord, een reductie van broeikasgassen met 49 procent, is noodzakelijk om te voldoen aan het in 2015 gesloten Akkoord van Parijs.

Het overleg over het klimaatakkoord, verdeeld over de ‘klimaattafels’ industrie, elektriciteitsproductie, gebouwde omgeving, landbouw en mobiliteit, verloopt gemiddeld genomen moeizaam. Zo komen rekening rijden en reductie van de veestapel nauwelijks op tafel omdat dit momenteel politiek onhaalbaar is.

Op 10 juli wordt een voorlopig akkoord op hoofdlijnen gepresenteerd, maar het is nu de vraag hoe concreet dit wordt. De vrees is dat sommige ‘tafels’ niet verder komen dan het schetsen van enkele scenario’s. Het Planbureau voor de Leefomgeving gaat de uitkomsten deze zomer ‘doorrekenen’. Maar het PBL is afhankelijk van de concreetheid van de plannen om met een serieuze schattiing van de kosten te komen. Vervolgens moet bekeken worden hoe die kosten de komende twaalf jaar verdeeld moeten worden.

Het is nog de vraag hoe disciplinerend de Klimaatwet gaat werken. De begrotingsdiscipline werkt vooral omdat politici invloed hebben op inkomsten en uitgaven van de staat. De uitstoot van broeikasgassen is echter niet van de overheid afkomstig, maar van industrie, landbouw, transport en burgers. Kamerleden kunnen dus wel een minister naar huis sturen als hij of zij niet aan de Klimaatwet voldoet, maar de sturing van maatschappelijke partijen – via belastingen, subsidies of verbodsbepalingen – is vaak minder direct. Mochten de doelstellingen niet gehaald worden, dan is er volgens CDA’er Mulder „altijd de gelegenheid deze tussentijds bij te stellen. Dat suggereert een grotere vrijblijvendheid dan haar collega’s willen uitstralen.

Volgens directeur Olof van der Gaag van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie kan de wet al komend voorjaar zijn nut bewijzen. „Stel dat dit kabinet in maart zijn meerderheid in de Eerste Kamer verliest, dan is direct het voordeel dat je weet dat het beleid om tot een CO2-reductie te komen de steun van zeven partijen heeft.”

    • Emilie van Outeren
    • Erik van der Walle