Hommel gedijt beter in stad dan op ’t land

Biologie

Hommels krijgen in de stad meer nakomelingen en leven langer. Het maakt duidelijk hoe slecht het boerenland voor insecten is.

Aardhommel. Foto Menno Reemer/iStock

Veel uitlaatgassen, beton, drukte. Weinig groen, bloemen, ruimte. Goed beschouwd lijkt het leven voor een hommel in de stad verre van ideaal. Toch krijgen hommels in een stedelijke omgeving meer nakomelingen dan op het platteland, schrijven Britse biologen deze week in Proceedings of the Royal Society B. Ook bereiken hun kolonies in de stad een grotere omvang, zijn de voedselvoorraden groter en hebben ze er minder last van parasieteninvasies.

De ontdekking komt niet als een volslagen verrassing: al eerder werd duidelijk dat de afname van bestuivers in stedelijk gebied minder groot is dan op het platteland. Een oorzaak is de grotere diversiteit aan bloemen in de stad.

Toch kleven er ook nadelen aan een urbaan bestaan voor hommels en andere wilde bijen: sommige gecultiveerde tuinplanten (zoals dahlia’s) lijken visueel aantrekkelijk, maar leveren weinig nectar op – het bezoeken van zulke ‘verkeerde’ bloemen kost de bestuivers nodeloos veel energie. Ook kan er in de stad meer concurrentie zijn van honingbijen (zeker nu er veel stadsimkerij plaatsvindt).

Steenhommel.

Foto Menno Reemer/iStock

Hommelkoninginnen uitzetten

In hoeverre die factoren het voortplantingssucces van hommels beïnvloeden was nog niet bekend, schrijven de biologen. En dus vingen ze hommelkoninginnen in het wild, die ze vervolgens uitzetten in 38 gebieden in het zuidwesten van Engeland, variërend van sterk stedelijk gebied tot platteland (dorpen en landbouwgebied). Hommels die al parasieten bij zich droegen werden uitgesloten.

Op de onderzoekslocaties stichtten de hommelkoninginnen kolonies, die de onderzoekers twee maanden lang elke week bezochten. Ze keken naar de aanwezigheid van parasieten, naar de voedselvoorraden en naar de aantallen werksters en vruchtbaar nageslacht (hommelmannetjes en nieuwe koninginnen).

In stedelijk gebied werden significant meer vruchtbare nakomelingen geboren; in landbouwgebied werd zelfs geen enkele jonge koningin gesignaleerd. Logisch, schrijven de onderzoekers, omdat het grootbrengen van een nieuwe koningin meer energie en voedsel kost dan het grootbrengen van een werkster of mannetje. En juist in stedelijk gebied blijken de voedselvoorraden per kolonie groter. Ook is de omvang van de kolonies zelf in de stad groter, en de koninginnen leven er langer.

Een duidelijke invloed van de omgeving op parasieten werd niet gevonden. Al met al, concluderen de onderzoekers, kunnen stedelijke gebieden fungeren als toevluchtsoorden voor hommels en andere wilde bijen.

Akkerhommel

Foto Menno Reemer/iStock

Grove categorieën

Menno Reemer, bestuiverdeskundige bij Naturalis en EIS kenniscentrum insecten, plaatst daar een kanttekening bij: „Ze hebben wel gekozen voor erg grove categorieën: stad versus platteland. Wat ik mis zijn de natuurgebieden. Als je die erbij zou betrekken, dan zie je dat het daar veel beter gaat dan in de stad.” Het onderzoek is kortom geen vrijbrief om alles maar vol te bouwen. „Het is mooi dat hommels het in de stad relatief goed doen. Dat heeft niet alleen te maken met de hoeveelheid bloemen, maar ook met het gebrek aan variatie op het platteland. In West-Europa is het armoe troef: grootschalige landbouw met weinig heggen en rommelige hoekjes waar insecten nesten kunnen maken. En natuurlijk heeft het gebruik van pesticiden een schadelijke invloed. Maar ook in steden valt nog veel te winnen: de plantsoenen en bermen niet zo vaak maaien bijvoorbeeld.”

Dat er minder mannetjes en koninginnen worden geboren in landbouwgebieden, komt volgens Reemer doordat daar minder voedsel te halen is. „Daardoor zijn er minder werksters, die vervolgens ook weer minder voedsel voor toekomstige koninginnen binnenhalen.”

De Britse hommelexpert Dave Goulson van de universiteit van Sussex: „Je kunt op twee manieren naar dit onderzoek kijken: als een positieve invloed van stadstuinen en -parken op de hommels, of als een negatieve invloed van de landbouw, die ervoor heeft gezorgd dat het platteland in een vijandige leefomgeving voor insecten is veranderd.”

    • Gemma Venhuizen