Opinie

    • Menno Tamminga

Hoezo groei? Krimp biedt ook kansen

De meest voorspelbare trend van de laatste decennia is de vergrijzing. Je kon ’m vanaf de geboorte van de babyboomers in de jaren vijftig van de vorige eeuw zien aankomen. De minst voorspelbare trend, naast technologische ontwikkeling, is migratie. Nu heeft Nederland een immigratie-overschot. In de jaren vijftig van de vorige eeuw moedigde de overheid juist emigratie aan en vertrokken boerenzonen naar Canada. Daar was ruimte.

Ruim een decennium later haalde het bedrijfsleven gastarbeiders naar Nederland. Deze eeuw volgden werknemers uit Midden- en Oost-Europa. Het kwart miljoen Polen dat nu in Nederland werkt, is hier in omvang de zesde migrantengroep, schrijft hoogleraar en NRC-columnist Paul Scheffer in zijn nieuwe essay Immigratie in een open samenleving.

En nu is migratiepolitiek, toch nog onverwacht, Chefsache in Europa. Politici proberen om migratie, net als de demografische cijfers, beheersbaar te maken. Realpolitik, wat u zegt.

Vergrijzing en migratie hebben een paar duidelijke raakvlakken. Om te beginnen bestaat het idee dat immigratie de kosten van de vergrijzing (te weinig arbeidskrachten, hogere zorg- en pensioenuitgaven) kan opvangen. Dat is een mythe. Scheffer heeft in zijn essay maar een alinea nodig om dat idee te demonteren. Je hebt een immigratie-overschot van 300.000 mensen per jaar nodig. In 2050 heeft Nederland dan 39 miljoen inwoners. (Nu: 17,2 miljoen).

Het tweede raakvlak is het gewijzigde politieke klimaat. Het lijkt me niet denkbeeldig dat een oudere bevolking conservatiever wordt, in elk geval als het gaat om bescherming van verworvenheden zoals de sociale welvaartsstaat.

Lees ook de visie van Scheffer: Neem de regie over migratie

Als derde is er de wisselwerking tussen vergrijzing en economische groei. Op langere termijn bepalen de toename van de beroepsbevolking en de arbeidsproductiviteit de groei van de economie. Vandaar dat groei van de (beroeps)bevolking vanzelfsprekend is voor politici en werkgevers. Groei is koopkracht en omzet.

Maar hoe lang houdt dat nog stand, gezien de kentering in het politieke sentiment? Je ziet al Europese maatregelen tegen schijnconstructies bij het inhuren van goedkope Oost-Europese arbeidskrachten en tegen meer moslimmigranten.

In zijn essay onderzoekt Scheffer ook de gevolgen voor de bevolkingsgroei op lange termijn van relatief kleine veranderingen in het migratiesaldo. Het scenario dat is gebaseerd op de jaren 2003-2008 gaat uit van een negatief saldo van 8.000 per jaar, dus meer mensen die vertrekken dan immigreren. Het andere uiterste, geënt op de afgelopen jaren, gaat uit van een netto instroom van 50.000 per jaar. In het eerste scenario daalt de bevolking in 2060 tot iets meer dan 16 miljoen mensen, in het tweede groeit de bevolking naar 19,7 miljoen. De huidige prognose van het CBS is een immigratie van per saldo 31.000 mensen en een bevolkingsgroei naar 18,4 miljoen.

Kleine verschillen kunnen tot klinkende veranderingen leiden, concludeert Scheffer. Je kunt nog een stap verder gaan en afstappen van dat idee van een onvermijdelijke bevolkingsgroei. Dat kost economische groei, maar dat scheelt ook extra vervuiling, fijnstofdoden, files, klimaatkosten, vernietiging van natuur, vakantievluchten vanaf Lelystad en de vraag of woningbouw in het groen nodig is. Niet dus.

Waarom denkt Nederland wel na over een kenniseconomie, de hoogte van de dijken en over CO2-uitstoot, maar niet over de ideale bevolkingsomvang- en opbouw, vroeg Jan Latten, scheidend hoofddemograaf van het CBS, deze week in dagblad Trouw. Wie als land migratiepolitiek wil bedrijven moet ook een visie hebben op z’n bevolkingspolitiek.

Menno Tamminga schrijft over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga