Het einde van het conglomeraat

General Electric General Electric stoot nu ook zijn medische divisie af. Van het roemruchte concern blijft weinig over.

Vliegtuigmotoren blijft General Electric wel maken, onder meer in deze fabriek in Peebles, Ohio. Foto Luke Sharrett / Bloomberg

Het bedrijf dat eind vorige eeuw nog de meest waardevolle onderneming ter wereld was, breekt zichzelf steeds verder op. In 1999 raakte General Electric (beurswaarde: 519 miljard dollar) die titel kwijt aan Microsoft (614 miljard), als vooraankondiging van een nieuw tijdperk. De tijd van de industriële concerns was voorbij, die van grote techondernemingen begon. De waardevolste ondernemingen anno 2018 zijn Apple, Amazon, Alphabet, Microsoft en Facebook, waarvan sommige in 1999 niet bestonden.

Met de ontmanteling die GE inzet, zal het icoon van de Amerikaanse industrie nooit meer in die top terugkeren. Een week geleden werd het na 122 jaar uit de Dow Jones Industrial Index gezet. De beurswaarde is nog maar 120 miljard dollar. Dinsdag maakte het bekend zijn medische divisie te verzelfstandigen en een meerderheidsbelang in oliedienstverlener Baker Hughes te verkopen.

GE heeft dan nog drie activiteiten over: vliegtuigmotoren, energie-installaties en windmolens. Samen zijn ze goed voor ruim de helft van de omzet van 122 miljard dollar die GE in 2017 haalde.

Verzet opgegeven

De verkoop van onderdelen is een paar jaar aan de gang. John Flannery, sinds vorig jaar topman, verkocht vorige week de divisie voor gasturbines en een maand geleden het dochterbedrijf dat locomotieven en trams bouwt. Zijn voorganger Jeff Immelt had al GE Plastics, tv-zender NBC en GE Capital van de hand gedaan.

General Electric volgt nu het pad van concurrenten als Siemens en Philips in Europa. Beleggers klaagden jarenlang dat deze concerns lastig te doorgronden waren. Conglomeraten heetten ze, bedrijven met diverse activiteiten die soms van elkaars kennis en kunde konden profiteren, maar verder weinig samenhang vertoonden. Ze bestraften dat in de beurskoers: een conglomeraatskorting, heette dat.

Nu hebben ze hun verzet opgegeven. Van Philips was na de aparte beursgang in 2016 van de lichtdivisie alleen nog de divisie Medische Systemen over. Siemens bouwt ook af en bracht de Medische Systemen in maart apart naar de beurs.

Lees ook: Philips wil inlopen op GE en Siemens

Tv-zenders en een eigen bank

Van het ooit alomtegenwoordige GE blijft weinig over. Het bedrijf dat in de 19e eeuw nog mede werd opgericht door uitvinder Thomas Edison, was vorig eeuw in alle Amerikaanse huishoudens prominent aanwezig met gloeilampen en koelkasten. Onder leiding van managementicoon Jack Welch breidde het in de jaren tachtig en negentig verder uit met onder meer tv-zender NBC. Ook de eigen bank- en verzekeraar GE Capital groeide enorm.

De hoge winsten die het bedrijf onder leiding van Welch behaalde, kwamen vooral van GE Capital. Dat profiteerde van de hausse in de financiële sector. De wisselende resultaten van de industriële activiteiten werden daarmee versluierd. Sinds de financiële crisis was GE Capital juist een probleemkind. Immelt, opvolger van Welch, nam te weinig maatregelen. Flannery kreeg de taak om GE op te ruimen en toont nu geen reserves.

Saillant is die ontmanteling ook. Op hun manier bouwen techondernemingen als Amazon en Alphabet waaiers aan activiteiten op. Beleggers klagen daarbij niet over een conglomeraatskorting. Het industriële concern GE rekent nu voorgoed af met die vloek van de beleggers. De koers steeg dinsdag met ruim 8 procent.

    • Daan van Lent