Opinie

    • Joyce Roodnat

Het blondje is zo stom nog niet

Joyce Roodnat is in Bologna, films kijkend op het festival van de teruggevonden cinema. Wat ze ziet is blondines. Overal, vanaf het eerste uur.

Joan Marsh in Bachelor’s Affairs, 1932 Foto IMDb

De verleiding is groot om te beginnen met Martin Scorsese. Maar die komt straks. Ik begin met de blondjes. Ik ben in Bologna, ik houd vakantie op het Festival del Cinema Ritrovato, het festival van de teruggevonden cinema. Ik zie al dagen de ene na de andere film die met ambachtelijke duivelskunst behouden is. Verder hebben ze niets gemeen en dan vallen er onverwacht dingen op. Bijvoorbeeld hoe onwaarschijnlijk vaak er sprake is van een blonde vrouw.

Open deur, zou je zeggen: zonder de blondine zou de kunst nergens zijn. Maria is er al eentje vanaf de middeleeuwse fresco’s, met haar blonde kindje Jezus. Blond is zeldzaam en dus bijzonder, vandaar. Blond, vooral in combinatie met blos, betekent instant schoonheid. En blond beduidt sterk en onafhankelijk, zie Leonardo’s Dame met de hermelijn.

Dat was aanvankelijk in de film niet anders. Ik zie het hier in Rosita, een filmkomedie uit 1923 van grootneester Ernst Lubitsch, met de hartstikke blonde Mary Pickford in de hoofdrol. Zij speelt een onweerstaanbare straatzangeres die uiteraard een machtige, geile koning te slim af is.

Maar dan gebeurt er iets met blond en slim. Hoofdrollen krijgt ze niet meer. En als er nu iemand níét blond is, dan is dat Sophia Loren. Maar zelfs zij werd geblondeerd, voor La fortuna di essere donna, een film uit 1955. Sophia speelt een verliefde opportuniste. Ze moet ook lichtelijk onnozel zijn. Wat ze al te duidelijk níét is – vandaar die blonde spoeling. Want blond is de code geworden voor dom.

Nu ik in Bologna kriskras door de filmgeschiedenis ga, realiseer ik me dat de filmindustrie verantwoordelijk is voor de ondersoort van het domme blondje. Vreemd. Mannen verliezen hun hoofd voor haar. Dat is pas echt dom, maar de blondine heeft de naam. En daar zitten we nu mee. Alhoewel...

Wat ben ik blij dat Bachelor’s Affairs is gered, een Hollywoodkomedie uit 1932. Hij leek verdwenen in een brand in Hollywood, maar hij werd teruggevonden en hersteld. De peroxideblonde Joan Marsh – met ronde schouders, ronde heupen, ronde alles – speelt met gusto een jonge vrouw die een oudere playboy het huwelijk in luist. En dan brengt ze het niet op om rustig een rijke mevrouw te zijn, ze wil de hele nacht dansen en sjansen. Dom! Maar hoe dom is dat? Zij speelt gewoon het hypocriete maatschappelijke spel niet mee van mannen met macht. Dat doen blondjes namelijk niet. Ze zijn niet dom, ze zijn anarchisten in mink.

Nu Martin Scorsese. Hij is hier ook, als activist voor filmrestauratie. Hij spreekt ons op het Piazza Maggiore toe over film als een kwetsbare kunst. Een film vervaagt, vervalt, verdwijnt. Maar er is iets aan te doen – de blonde Maria zij dank.

    • Joyce Roodnat