Geweld is een rode draad in het werk van Gisèle Vienne

Dans

Gisèle Vienne verwerkt dansgeschiedenis – van Nijinsky tot de rave-cultuur – in haar choreografieën. De overeenkomst, zegt ze, zit in de overgave, het samen opgaan in een spirituele transitie.

Moment uit ‘Crowd’ van Gisèle Vienne. Foto Jelmer de Haas

Wat heeft de clubscene van de jaren negentig met Igor Stravinsky’s Sacre du Printemps uit 1913 te maken? Alles, vindt Gisèle Vienne. In Crowd (2017) verbindt zij de lange traditie van Sacre-balletten met een hedendaagse trend in de danswereld, waarin de dance rave zowel vorm als inhoud van de voorstelling is.

In Grenoble, naast Parijs de tweede uitvalsbasis van de Frans-Oostenrijkse Vienne (42), druppelen de dansers langzaam het toneel op. Langzaam, alsof ze al lichtelijk beneveld zijn, ingedronken of anderszins onder de invloed. Hun outfits hebben de typische stijl van de rave-generatie: een nonchalante parade van gescheurde jeans, hotpants, sneakers, naveltruitjes, hoodies, rugzakjes. En natuurlijk het flesje water – je wordt dorstig van zo’n pilletje. Op een smoezelig met plastic zakjes en ander afval bezaaid strandje zullen ze in anderhalf uur samen hun roes uitleven.

De overeenkomst, zegt de choreografe, zit in de overgave, het gezamenlijk opgaan in een spirituele transitie, een rite de passage. „Ik ken de house-scene uit Berlijn, waar ik woonde toen ik rond de achttien was. Het was een wereldje waar mensen zich totaal in konden onderdompelen, op zoek naar een diepe, gemeenschappelijke ervaring. Jongeren tussen adolescentie en volwassenheid zochten er een eigen vorm voor, met de bijbehorende codes. Ik zie daarin duidelijke parallellen met de heidense en religieuze rituelen van de generaties voor ons, met de dj in de functie van sjamaan of priester.”

Moment uit ‘Crowd’ van Gisèle Vienne.

Foto Jelmer de Haas

Vienne is bepaald niet de eerste die de blik richt op de clubcultuur uit haar eigen vormende jaren. Generatiegenoten als Christian Rizzo, Sharon Eyal, Trajal Harrell, Jefta van Dinther, Pere Faura, Michele Rizzo, Arno Schuitemaker: allen hebben zij de clubcultuur op een of andere wijze verwerkt in choreografieën, allen tonen zich geïnteresseerd in de behoefte aan verbinding die de rave tijdelijk biedt in een tijdperk van toenemende individualisatie.

Interessant aan Crowd is de manier waarop Vienne, naast choreografe ook beeldend kunstenaar, musicus, filosofe en poppenspeelster, haar voorstelling verbindt met de dansgeschiedenis. Want net als het revolutionaire ballet dat Vaslav Nijinsky ruim een eeuw geleden op Stravinsky’s muziek maakte, slaat ook bij Vienne de vlam met pijnlijke onvermijdelijkheid in de pan. De trage, gefragmenteerde bewegingen waarin zowel urban dance als Viennes ervaring als poppenspeelster herkenbaar is, glijden langzaam af in duwen en trekken, uitsluiten.

Maar in Crowd kan dat lot iedereen treffen, niet alleen het kittige, jonge meisje. Het seksuele ontwaken en alle bijkomende frustraties werken zich een weg naar buiten – ook Frank Wedekinds aangrijpende ‘Kindertragödie’ Frühlings Erwachen (1891) vormde een inspiratiebron.

Geweld is een rode draad in de voorstellingen van Vienne, én in dat van haar vaste partner Dennis Cooper, de Amerikaanse schrijver die de duisterste krochten van de menselijke ziel (moord, kindermisbruik en ander geweld) onderzoekt. Hij schreef bijvoorbeeld ook de teksten schreef voor het naargeestige The Pyre, dat in 2013 tijdens Holland Festival te zien was.

De herkomst van haar eigen fascinatie kan ze wel duiden. „Niet omdat ik zelf slachtoffer ben geweest hoor. Ik heb een tijd samengeleefd met een snowboarder. Hij zocht de grens op, maar niet uit een verlangen naar zelfdestructie. Die contradictie stimuleerde mij mijn eigen relatie met dood, geweld en angst te onderzoeken.”

Wat haar vooral intrigeert, is het fenomeen van geweld in de kunst. Van holbewoner tot game-designer: al sinds mensenheugenis wordt pijn, oorlog, strijd, jacht in gestileerde vorm gerepresenteerd. „In de grotten van Chauvet (de meer dan 30.000 jaar oude grotten in de Franse Ardèche, red.) zie je het al. Kennelijk is er in de mens een wezenlijke behoefte om in een veilige situatie te reflecteren over geweld. Om tegenstrijdige gevoelens met elkaar te verzoenen. Voor mij biedt het theater een rustpunt waar mensen zich dergelijke existentiële vragen kunnen stellen.”

    • Francine van der Wiel