Dit jaar ging het theater vooral over migratie en racisme

Analyse theaterseizoen 2017/2018

Het Nederlandse theater in 2017/2018 werd gedomineerd door voorstellingen over migratie en racisme. Voorstellingen als ‘The Nation’ en ‘The Bright Side of Life’ gingen over de wezenlijke, brandende vragen van alledag.

A Seat At The Table van Likeminds, met Yannick Jozefzoon en Saman Amini Foto Rene den Engelsman

‘Bij zijn geboorte wist ik ’t: dit lichaam is niet veilig hier. Zijn zwarte lijf in een witte wereld. Zijn huid die iedereen altijd eerst ziet. Ik heb geschrobd om het eraf te krijgen.” Aldus Mariam Traoré, een personage in The Nation van Het Nationale Theater. Het jongetje is ontvoerd. De Malinese Mariam, gespeeld door Romana Vrede, zag al die tijd al het gevaar van zijn anders-zijn.

Migratie, vluchtelingen, racisme, discriminatie: over die cluster van verwante onderwerpen ging het vaak in het afgelopen toneelseizoen. De vraag hoe samen te leven in een multicultureel land, met mensen van verschillende etnische en religieuze achtergrond, werd opgeworpen in tientallen theatervoorstellingen: van de groots opgezette, multimediale theatermarathon The Nation tot aan de innemende monoloog van de Liberiaanse Nederlander Bright Richards; in verhalende fictie tot aan documentair theater.

Lees ook: Niemand kan wegkijken van het racisme in Othello

Het aantal voorstellingen over diversiteit groeit al jaren. Dat doet het theater goed. Het wint aan relevantie en urgentie. Het theaterlandschap verbreedt zich ook kwalitatief: stuk voor stuk zijn het boeiende voorstellingen. Vaak (deels) gemaakt door schrijvers, regisseurs en acteurs van niet-Nederlandse komaf, richten ze zich op de actualiteit, op onderwerpen waarover de discussie vaak op hoge toon wordt gevoerd. Het is theater dat direct iets wil betekenen en dat wil inbreken op de levens van bezoekers, op hun gedachtewereld, op hun houding als ze de krant lezen of gewoon maar over straat lopen.

Dat is een gunstige ontwikkeling. De toneelkunst kon wel een impuls brandend engagement en idealisme gebruiken – om niet te sterven in schoonheid. Aan het soort engagement dat gepaard gaat met tragedies en komedies over het existentieel menselijk lijden en falen is in het theater geen gebrek (zie Tsjechov, zie Shakespeare). Maar deze voorstellingen nemen stelling, informeren en verhouden zich tot de wezenlijke, brandende vragen van alledag. Wat overigens weinig zegt over artistieke reikwijdte en theatrale gelaagdheid.

Wat deze voorstellingen bewerkstelligen is een kwestie van perspectief. Voor een (te) klein deel van het theaterpubliek is het herkenning en het genoegen ook eens het eigen verhaal verteld te zien worden. De afgelopen seizoenen trokken bijvoorbeeld de voorstellingen van Nasrdin Dchar ook veel Marokkaans-Nederlandse toeschouwers. Maar voor het merendeels witte publiek zijn deze voorstellingen kennismakingen: de blik op de Ander bijstellen, verzachten en verdiepen.

Gidsland van Mugmetdegoudentand, met Ilke Paddenburg. Foto Sanne Peper

Mijn blik op Syrische vluchtelingen is bijvoorbeeld gestuurd door Sanne Vogel, die in haar voorstelling Nieuwe familie Amir Namou en Muayad Hilamia hun verhaal liet doen. Vogel en de twee ontwapenende jonge mannen vertelden hoe ze elkaar hadden leren kennen vlak nadat ze in Nederland waren gearriveerd, hoe Vogel hen had laten logeren bij haar thuis en hoe het inmiddels verging. Namou vroeg het publiek hem te helpen een baan als werktuigbouwkundige te vinden. Twee maanden na de voorstelling zocht ik hem op en bleek dat gelukt. Hij had zijn lot in eigen handen genomen.

Ook voorstellingen als Samenloop van omstandigheden (van Saman Amini), Toen ma naar Mars vertrok (Abdelkarim el Fassi), Melk & Dadels van Daria Bukvic en ROSE Stories en The Bright Side of Life bieden emotionerende, persoonlijke getuigenissen. Tegelijk bieden ze door de vaak losse presentatie ontlading en ontspanning, die een vaak grimmige werkelijkheid doet kantelen.

Een terugkerend motief is dan ook dat de vluchteling, de migrant, de Nederlander van niet-Nederlandse komaf en zelfs de niet-witte Nederlander niet als ‘slachtoffer’ wordt gezien. Dat is de rol die het asielsysteem de vluchteling opdringt en de rol die racisten hun mikpunten opdringen. Vandaar dat het zo raak en ontroerend was dat Daria Bukvic in haar memorabele bewerking van Othello bij Het Nationale Theater ervoor koos om Othello aan het slot, als hij afstevent op zijn ondergang, nog even het heft in eigen handen te geven.

Datzelfde ‘geen slachtoffer’-aspect kwam ook naar voren in een onvergetelijke scène in A Seat At The Table van Likeminds, over een voorbeeld van ‘racial freeze’ – een term die ik toen nog niet kende. Jack Spijkerman beledigde Humberto Tan bij RTL Late Night met de uitspraak: „Je bent niet alleen donker, je bent ook nog dom.” De vier acteurs bespraken hoe Tan, „het perfecte voorbeeld van integratie”, niet liet zien hoe gekwetst hij was, en hoe hij zich in drie fases herstelde: „Incasseren, entertainmentsmile, over tot de orde van de dag.” Met aansluitend de vraag: hadden witte presentatoren zo’n opmerking ook over hun kant laten gaan?

White male privilege

Over de houding van witte mensen in veel van deze gevoelige kwesties is genoeg te doen. Wunderbaum werkte dat uit in Daar gaan we weer (White Male Privilege), een toneeltekst van de Vlaamse schrijfster Annelies Verbeke. Het resultaat was een handzame catalogus van termen en conflicten rond identiteitspolitiek, met als omkering dat de witte man zich in een slachtofferrol wentelde.

In dat opzicht maakte Wunderbaum een voorstelling die fungeert als scharnierpunt: de aandacht wordt verlegd naar het gedrag van de meerderheid. Met als heikele kwestie dat misschien niet elke witte mens zo ruimdenkend is als hij zichzelf acht. Die suggestie lijkt Verbeke te doen aan het symbolische slot, wanneer haar drie discussiërende (witte) personages terugvallen naar het niveau van apen, die rondspringen en krijsen: alsof we ondanks ons taalvermogen evolutionair zijn blijven steken.

Die verschuivende focus is ook een cruciaal element in Gidsland van Mugmetdegoudentand, in het tragische portret van de Groningse Jantien, eigenaar van een verzakte woonboerderij. Haar problemen stapelen zich op. Behalve met de scheuren in de muur en de keren dat ze met haar dochter ’s nachts bij een beving de straat op moet vluchten worstelt ze met de vertrekkende buren en vluchtelingenfamilies die in de leegstaande huizen trekken. Het is te veel en de veranderingen gaan te snel. Met haar schetst schrijver Nathan Vecht een goedwillende, strijdbare, sterke vrouw, die het woelen van de wereld niet meer aankan. Hij laat haar breken op iets kleins: als de vluchtelingen bij de kookles hun eigen kruiden doen in de lokale kruidkoek.

Repertoire

Dit was ook het seizoen van repertoiretoneel dat bijna standaard radicaal bewerkt, gemoderniseerd of zelfs geheel herschreven was: Romeo & Julia van Theater Oostpool, Othello van Het Nationale Theater, Oedipus van Toneelgroep Amsterdam, Platonov van Theater Utrecht, Pijler van de samenleving door Moeremans & Sons en Het lijden van de jonge Werther door Toneelschuurproducties. Daar zat veel moois tussen.

Maar voor de opwinding van het nieuwe zorgden Nineties Productions en Urland, jonge collectieven die tot wasdom aan het komen zijn. Het zijn de bastaardkinderen van acteursgroepen als De Warme Winkel en Wunderbaum, die op hun beurt in een rijke Nederlands-Vlaamse traditie van zelf schrijven en zelf maken staan.

In Ur deed Urland een poging terug te keren naar de elementaire magie van theater. Het viertal wilde wegblijven van het overmatig zelfbewustzijn en cynisme dat jonge theatermakers parten speelt.

In Untitled, 2017, waarmee Nineties Productions begin dit seizoen de BNG Bank Nieuwe Theatermakersprijs won, was overmatig zelfbewustzijn een sturende factor. Zo niet in de opvolger, het originele en fascinerende Noir, sciencefictiontheater over de robotisering van de samenleving, waarin alle sociale structuren zijn losgeslagen. Waarmee ze toch ook een hyperactueel, maatschappelijk thema bij de kladden hadden.

Noir van Nineties Productions. Foto Julian Maiwald

Hoogtepunt was een virtual-reality-seksfantasie, beeldend gespeeld door Sanne den Hartogh, waaruit alleen maar dodelijke verveling en ontworteling sprak. Met teksten als: „Dan moet zij lachen, omdat ik grapje maken had aangeklikt.”

Beide voorstellingen vullen elkaar prachtig aan. Waar Urland zich bezint op theatrale oerwaarden als magie en fantasie, opent Nineties Productions het zicht op een nieuwe wereld. Van theater kan je niet meer wensen.

The Nation, The Bright Side of Life, Oedipus, Daar gaan we weer en Ur zijn geselecteerd voor Het Theaterfestival (6 t/m 16/9). Reprises zijn er voor onder meer: Othello, Melk & dadels, Samenloop van omstandigheden.
    • Ron Rijghard