Debat 3 over de dividendbelasting levert oppositie niet veel op

Voor de derde maal in korte tijd moest premier Rutte zich verantwoorden over het willen afschaffen van de dividendbelasting. Hij kwam er minder beschadigd uit dan in april.

Staatssecretaris Menno Snel van Financië‘n (D66) en Premier Mark Rutte dinsdagavond tijdens het Tweede Kamerdebat over de dividendbelasting. Foto Bart Maat / ANP

In het derde grote debat in de Tweede Kamer over de meest besproken maatregel uit het regeerakkoord is het de oppositie niet gelukt om gaten te schieten in het voornemen van het kabinet om de dividendbelasting af te schaffen.

Premier Rutte (VVD) wist te volharden in het niet beantwoorden van inhoudelijke vragen over de totstandkoming van deze maatregel, en meer specifiek: over een recent ter discussie gestelde afspraak tussen de Belastingdienst en multinational Shell om via een buitenlandse fiscale constructie dividendbelasting voor een deel van zijn aandeelhouders te kunnen omzeilen.

Na ruim 5,5 uur debatteren en vele vragen van een iets minder gesloten front van kritische oppositiepartijen kwam dinsdagavond hoegenaamd geen nieuwe informatie over de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting aan het licht.

Door het niet willen openbaren van details over de zogeheten fiscale ruling met Shell ontstond al aan het begin van het debat grote irritatie. Er was over die fiscale afspraak overdag al een besloten briefing geweest, maar de oppositie vond dat de – volgens SP-leider Lilian Marijnissen „explosieve” – informatie die daar in vertrouwen was gedeeld gewoon openbaar moest kunnen worden. Daar was het kabinet, bij monde van Rutte en staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66), niet voor. Zij beriepen zich consequent op de wettelijke geheimhoudingsplicht jegens individuele belastingplichtigen.

Motie van wantrouwen

Een „schoffering” van het parlement, oordeelde PVV-leider Geert Wilders over deze weigering om openheid van zaken te geven. Waarop hij al in de eerste termijn een motie van wantrouwen tegen de premier indiende. Die werd met 104 tegen 37 stemmen verworpen. Alleen de SP, Partij voor de Dieren en Forum voor Democratie steunden de PVV.

Wat is er precies gebeurd in het debat? Bekijk ons liveblog: Teruglezen: debat over de dividendbelasting

Bij het vorige grote debat over de dividendbelasting, eind april, steunde nog een bijna voltallige oppositie (op de SGP na) een motie van afkeuring over Rutte’s handelwijze bij de totstandkoming van de omstreden maatregel uit het regeerakkoord. Ook bij de vijf andere moties – aan het eind van het debat rond half twee ’s nachts – leek de oppositie elkaar niet volledig te steunen.

Wel probeerden de meeste oppositieleiders op steeds hogere toon maar vergeefs meer informatie van het kabinet te krijgen over de inhoudelijke overwegingen om de dividendbelasting af te schaffen en wie dat heeft bedacht – men vermoedt dat dit is ingefluisterd door het grote bedrijfsleven. En de oppositie poogde de drie regeringspartners van de premier, CDA, D66 en de ChristenUnie, los te weken van de gewraakte maatregel. bekend is dat ChristenUnie en D66 daar geen warm voorstander van zijn, maar dat ze het zien als een noodgedwongen compromis van het regeerakkoord. „Doe het niet, kom tot bezinning!”, riep PvdA-leider Lodewijk Asscher hen op.

Voor GroenLinks-leider Jesse Klaver riekt de afschaffing van de dividendbelasting naar “vriendjespolitiek”, zeker na een recente publicatie in Trouw over de speciale afspraak met Shell die mogelijk in strijd is met de wet. „Welke bedrijven hebben in Nederland zo veel macht dat ze dit voor elkaar kunnen krijgen? Dat past niet in een democratie.”

Klaver riep de Tweede Kamer nog eens op een parlementaire enquête te organiseren, maar kreeg hiervoor nog geen meerderheid toegezegd vanuit de Kamer.

Financiële woordvoerders

De vier regeringspartijen hadden besloten niet hun fractievoorzitters naar het debat te sturen, maar hun financiële woordvoerders. Dat leek een slimme zet – Helma Lodders (VVD), Pieter Omtzigt (CDA), Steven van Weyenberg (D66) en Eppo Bruins (CU) werden relatief mild aangepakt.

Hoewel de woordvoerders van D66 en ChristenUnie benadrukten dat ze „staan voor hun handtekening” onder het regeerakkoord spraken zij sterker dan ooit hun weerzin tegen dit compromis uit. Dat stemde Jesse Klaver hoopvol. „Dit laat zien dat er een barst zit in de coalitie.” En PvdA-leider Lodewijk Asscher constateerde aan het eind van het debat: „Het beeld doemt op van een eenzame premier.”

    • Barbara Rijlaarsdam
    • Philip de Witt Wijnen