Als verdoofd blijven die Berliner naar de tv-schermen staren

Het Duitsland van 2018 is het Duitsland van Merkel dat kan incasseren zonder kouwe drukte, ziet correspondent Juurd Eijsvoogel.

Straat-na-straat was woensdagavond in Berlijn hetzelfde deprimerende geluid te horen. Geen kreten van wanhoop of schaamte over de bittere uitschakeling op het WK. Geen baldadig dronkenmans gelal. Zelfs geen ijzige stilte om het verdriet te verwerken, de vernedering dat de heersende wereldkampioen, Duitsland!, voor het eerst in de geschiedenis al in de groepsfase is uitgeschakeld.

Straat-na-straat waren de mensen in de cafés en op terrassen na de wedstrijd als verdoofd voor de grote tv-schermen blijven zitten. Op vol volume lieten ze de onvoorstelbare werkelijkheid over zich heen komen bij monde van de bekende tv-commentatoren. Hun genadeloze nabeschouwingen schalden door de straten, weerkaatsten tegen de huizen, overstemden de vogels en het verkeer, en vooral: wreven zout in de wonde. „Slechtste wereldkampioenschap ooit… onvoorstelbaar… dramatisch… historisch… verslagen… mateloos teleurgesteld… naar huis…”

Echt onverwacht was het natuurlijk niet. De oefenwedstrijden tegen Oostenrijk (verloren) en Saoedi-Arabië (krappe winst) hadden al een waarschuwing moeten zijn. Het doorzeurende gemopper over Özil en Gündogan en hun ontmoeting met Erdogan was een sfeerbederver van jewelste. En toen het feest eenmaal begon was er dat pijnlijke verlies tegen Mexico.

Maar zaterdag, nadat de uitschakeling in de wedstrijd tegen Zweden op het laatste nippertje was afgewend, deed iedereen weer even of hij erin geloofde. Maar iedereen wist wel beter.

Met een paar buren kwam het gesprek voor de zoveelste keer op het ontbreken van Nederland op dit WK en hoe dat nou toch mogelijk was. Welwillend en iets te luchthartig bracht ik in dat we gelukkig Duitsland nog hadden en dat de Mannschaft het toch ten minste tot de finale zou schoppen. De buurman van vier hoog keek me pijnlijk getroffen aan en schudde zijn hoofd. „Maar uitschakeling in de groepsfase, dat kán niet, dat kán niet…” Alsof hij het al helemaal voor zich zag.

Maar is Duitsland nu totaal van de kaart? Ja, de Duitse pers trok op zijn websites alle registers open. „De Duitse ondergang”, kopte de Frankfurter Allgemeine. „De historische schande van het Duitse nationale team”, toeterde Die Welt. „Dieptepunt van het Duitse voetbal”, oordeelde de ARD. En spreek dat allemaal maar eens tegen.

Maar het was een mooie zomeravond en het leven gaat door en het Duitsland van 2018 is het Duitsland van Angela Merkel – dat wil zeggen: niet meer hemelhoog juichend, ten dode bedroefd, maar nuchter incasseren en verder gaan zonder veel kouwe drukte.

Natuurlijk is het bitter en triest – vooral als je twee lege, maar met Duitse vlaggetjes versierde bierfietsen over de pronkboulevard Unter den Linden ziet rijden, op zoek naar klanten. Of als je Mario Götze voor je door de Invalidenstrasse ziet fietsen, met naam en nr 19 op zijn rug. Het hád hem kunnen zijn, want één ding is zeker: mee naar het WK was Götze niet. Wie haalt het in zijn hoofd om dan uitgerekend nu met een Götze-shirt te gaan rondrijden? Namen we het WK hier met zijn allen wel serieus genoeg?

Even een kijkje nemen bij de voetbalkooi in de volkswijk Wedding. Hier speelden de broertjes Boateng als jochies jarenlang dag in, dag uit om hun techniek te oefenen. Een doodgewone voetbalkooi in een parkje dat die naam nauwelijks verdient. Maar ja hoor, nog geen uur na de grote nederlaag wordt er al druk gewerkt aan traptechniek, pingelen en strafschoppen. Twee broertjes van zes en twaalf mogen om de beurt op doel schieten, hun vader moedigt aan, corrigeert en staat tussen de palen.

Lees ook het portret over Jérôme Boateng: Ooit bespuugd, nu de leider van het Duitse team

De oudste van de twee traint drie keer in de week bij Hertha, vertelt hij trots. Ja, geeft hij toe, hij had wel een beetje gehuild om de uitschakeling. De jongste heeft Neymar Jr. op zijn shirt staan en een veelbelovend schot in zijn benen. Duitsland kan gerust zijn, de nieuwe generatie komt er aan.

    • Juurd Eijsvoogel