Zorgen om fusie van fotobureaus ANP en Hollandse Hoogte

Fotojournalistiek Samen staan ze sterker, zeggen ANP en Hollandse Hoogte. Maar fotografen, vakbond en klanten zijn bezorgd over het monopolie op persfotografie.

Koen Wessing: Jonge vrouwen met krulspelden, Dublin, 1963. Wessing (1942-2011) was een van de eerste fotografen die zich aansloot bij Hollandse Hoogte. Koen Wessing/Hollandse Hoogte

Het nieuws kwam uit „the middle of nowhere”, zegt fotograaf Bas de Meijer. ANP neemt Hollandse Hoogte over, schreven ze 13 juni in een jubelend persbericht: „Fotojournalistiek is uiteindelijk de winnaar van deze unieke krachtenbundeling.” Maar binnen een week heeft De Meijer zijn contract bij Hollandse Hoogte opgezegd en is hij overgestapt naar de Beeldunie, een veel kleiner fotoagentschap.

In besloten groepen heeft volgens De Meijer (48) nog een tiental fotografen aangegeven te willen vertrekken bij Hollandse Hoogte. Beeldunie-oprichter Eike den Hertog zegt een handvol nieuwe aanmeldingen te hebben gekregen. Hollandse Hoogte kreeg afgelopen week twee opzeggingen.

Fotojournalisten, uitgevers en de journalistenvakbond maken zich zorgen over de overname. Met de samenvoeging ontstaat zo goed als een monopolie op het gebied van sport- en nieuwsfotografie. Niet alleen verzwakt dat de positie van de freelance fotograaf, stellen de critici, ook afnemers hebben geen reële keuze meer.

Daarnaast dreigt een gevaar voor de journalistiek. Wat als één partij kan bepalen naar welke evenementen fotografen worden gestuurd? Worden sommige evenementen niet meer in beeld gebracht? Of stel, een gemeente wil een gebiedsverbod voor fotografen. Dan hoeft voortaan nog maar één enkele partij akkoord te gaan. Kranten stuurden al zelden meer eigen fotografen naar alledaags nieuws.

In feite had ANP dat monopolie al sinds 2014, toen het persbureau Novum overnam, zegt Bas van Beek, directeur van Hollandse Hoogte. „Wij richtten ons niet op het snelle nieuws.” ANP, opgericht in 1934, is vooral bekend als nieuwsleverancier voor kranten, radio en tv. Hollandse Hoogte, uit 1985, richt zich meer op de kwaliteitsfotografie, maar schoof de laatste jaren op naar nieuws.

Duizend fotografen

Samen hebben ze dadelijk het werk van zo’n duizend binnenlandse fotografen onder zich, en vertegenwoordigen ze vrijwel alle grote internationale persbureaus. De Beeldunie heeft 85 aangesloten fotografen.

Die verhoudingen baren persvakbond NVJ zorgen. „Wat gebeurt er als je onenigheid hebt met die ene opdrachtgever?” zei secretaris Thomas Bruning tegen NRC. „Als fotograaf is er geen groot alternatief meer.”

De NVJ ging met ANP en HH in gesprek. Vorige week woensdag probeerde HH-directeur Van Beek in een urenlange bijeenkomst de zorgen weg te nemen van zo’n vijftig fotografen. Maar „de meest relevante vragen zijn niet beantwoord”, schrijft de vakbond vrijdag.

De overname is niet gemeld bij ACM, laat de mededingingsautoriteit weten. Dat hoeft ook niet onder een omzetgrens van 30 miljoen, die de twee bureaus net niet halen. ANP en Hollandse Hoogte zeggen na de overname los van elkaar te zullen blijven opereren. Als apart merk blijft Hollandse Hoogte bestaan.

Klanten zien het aantal opties slinken. Marcella Breedeveld, als plaatsvervangend hoofdredacteur bij NRC verantwoordelijk voor het budget: „Het is toch een ongemakkelijk gevoel dat een potentieel alternatief voor ANP nu in handen is van dezelfde eigenaar.” Zo wil ze het liefst zelf bepalen welke diensten ze afneemt, maar ANP biedt die mogelijkheid niet. Bart Verkade, zakelijk directeur van De Persgroep (o.a. Trouw, Volkskrant, AD en regionale kranten), zegt „het liefst een zo breed mogelijke keuze in aanbod, kwaliteit en prijs” te hebben. „Dat wordt nu moeilijker.”

Verkade is echter vooral geïnteresseerd in de nieuwe eigenaar van het ANP: John de Mol. Zijn bedrijf Talpa Networks kocht eind maart het persbureau voor een onbekend bedrag; volgens het FD zo’n 30 miljoen euro. „De Mol wil in de nieuwsmarkt stappen. Zo wordt de eigenaar van het ANP concurrent van zijn klanten.”

Lees ook: Wat wil John de Mol met ANP?

De persbureaus blijven niet geheel gescheiden. Zo worden de verkoopafdelingen en de directies samengevoegd. „We kunnen de middelen beter benutten”, zegt ANP-directeur Martijn Bennis. Ontslagen zullen er niet vallen, belooft Bennis. Sinds 2016 maakt Hollandse Hoogte weer winst, zegt Van Beek. ANP maakte in 2017 een kleine half miljoen verlies.

Streeds minder betaald

Ondertussen krijgen fotografen steeds minder betaald voor hun werk. Toen fotograaf Gerrit de Heus jaren geleden een afrekening van 1,17 euro kreeg voor een foto stopte hij bij het ANP. Ook Hollandse Hoogte verkoopt foto’s voor enkele euro’s in zogenoemde lumpsumcontracten, waarmee een klant voor één bedrag duizenden foto’s kan downloaden. ANP betaalt dan weer wel goede dagtarieven, vindt vakbond NVJ.

Deze week tekende De Heus bij de Beeldunie: „Daar nemen ze fotografen wel serieus.” Hollandse Hoogte betaalt een fotograaf 55 procent van de omzet van een verkochte foto, de Beeldunie 70 procent, maar ook eigenaar Den Hertog moet dat naar 60 bijstellen. „Alleen zo blijft de Beeldunie bestaan.”

„Wat veel fotografen steekt is dat de vergoedingen zijn gedaald”, zegt Den Hertog. „ANP en Hollandse Hoogte zeggen: ‘Dat is de markt, we moeten wel.’ Maar zij zíjn de markt. Ze hebben niks gedaan om te zorgen dat fotografen hun inkomen zouden behouden.” ANP en Hollandse Hoogte spreken dat fel tegen. Niet de persbureaus, maar afnemers hebben de prijs voor foto’s in een neerwaartse spiraal gebracht. Uitgevers weigeren meer te betalen. RTL-directeur Harm Taselaar zegt inderdaad dat hij het contract met ANP zal heroverwegen als ANP de prijzen verhoogt. „Ik neem aan dat ze daar niet mee gaan klooien.”

De overname kan daarin verandering brengen, denkt Van Beek van Hollandse Hoogte. „Grote klanten kunnen ons niet meer tegen elkaar uitspelen”, zegt hij in een interne mail. Aan de telefoon: „Fotografen werken haast onder de kostprijs. Zo zal een beroepsgroep verdwijnen. We moeten uitgevers duidelijk maken dat foto’s een bepaalde waarde hebben. Samen kunnen Hollandse Hoogte en ANP dat beter dan als concurrenten.”

    • Menno Sedee