Opinie

    • Maxim Februari

Zonder wetsovertredingen wordt het een rommeltje

Regels overtreden moet. Wetsovertreding is onmisbaar in een democratische rechtsstaat. Zonder dat wordt het een rommeltje. Af en toe moet je de wet uitdagen, ter zijde schuiven, betwisten, negeren en ombuigen. Als je wilt dat recht wordt gedaan, kun je je niet door regels laten koeioneren.

Nu regels en wetten in rap tempo worden geautomatiseerd en veel mensen heil verwachten van die automatische regeltoepassing, is het geruststellend in de krant een pleidooi te lezen tegen strikte handhaving. „Ultieme handhaving van regels leidt tot een totalitaire visie op wat een staat is”, schrijven juristen Jordan Dez en Martijn Stronks. Godzijdank, eindelijk serieuze aandacht voor het recht. Geen staat die honderd procent van de tijd over je schouder meekijkt of je iets fout doet. En belangrijker nog: geen regels die op eigen houtje bepalen wat fout is.

Studenten rechtsgeleerdheid leren al vroeg in hun opleiding dat ze bij het toepassen van regels altijd moeten letten op de omstandigheden van het geval. Ze zijn nog maar net begonnen met hun studie of ze stuiten al op het klassieke opticienarrest. Een uitspraak van de Hoge Raad uit 1923 in de zaak van een opticien die zaken had gedaan buiten sluitingstijd. ‘Op 20 October 1922 des namiddags omstreeks te 9 uur 50 minuten’ was een klant opgedoken die zijn bril kwijt was. De opticien verkocht hem een nieuwe en handelde zo in strijd met de Verordening op de Winkelsluiting te Amsterdam. Hij werd vervolgd.

In hoger beroep besloot de rechtbank tot ontslag van alle rechtsvervolging – en volgens de Hoge Raad terecht. De rechtbank had goede reden gehad overmacht vast te stellen, nu de man ‘zonder bril of lorgnet niet zien kon en mitsdien toen in een zoo niet gevaarlijken dan toch in elk geval zeer hulpbehoevenden toestand verkeerde’. Voor een opticien bestond een ‘maatschappelijke verplichting’ hulp te verlenen en de verordening te overtreden. Kortom, precies zoals ik al zei: overtreden is belangrijk en onmisbaar. Zonder dat gaat de maatschappij naar de haaien.

Nu zou je zo’n maatschappelijke plicht uiteraard in de regels kunnen opnemen. En in feite is dat ook gebeurd toen de Hoge Raad deze noodtoestand schaarde onder het begrip ‘overmacht’ en daarmee onderbracht in het strafrecht. Stop het arrest samen met de verordening en het wetboek van strafvordering in een softwarepakket en je kunt de beslissing in het vervolg met een gerust hart overlaten aan een computer. Voed die computer desnoods met het devies ‘regels zijn regels’. En leg dan goed uit wat regels zijn: voorschriften die je moet toepassen – tenzij je ze niet moet toepassen.

Toch blijft er een probleem. Je kunt dat systeem wel volstoppen met wijsheid over maatschappij en maatschappelijke verplichtingen, maar die veranderen met de tijd. Dus hoe stop je al die nieuwe inzichten er nu alvast in?

De studenten rechtsgeleerdheid hebben nog maar nauwelijks het opticienarrest achter de kiezen, of ze moeten zich buigen over het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 1933 inzake de Huizer veearts. Die had zijn gezonde koeien tijdens een epidemie van mond-en-klauwzeer opzettelijk naast zijn zieke koeien gezet. Dit om ze lichtelijk te infecteren, zodat ze antistoffen zouden aanmaken. Door gezonde dieren te besmetten handelde hij in strijd met artikel 82 van de Veewet en daarmee pleegde hij een strafbaar feit. Hij werd vervolgd.

Het hof vond de veearts schuldig aan overtreding van de wet. Maar de Hoge Raad oordeelde dat ‘de materiële wederrechtelijkheid’ ontbrak. Formeel handelde de veearts weliswaar in strijd met de wet en was hij strafbaar, maar materieel of inhoudelijk niet. Volgens wetenschappelijke inzichten deed hij wat een goed veearts behoorde te doen. De regel werd geschonden, jawel, maar juist om het doel van de regel nog beter te kunnen dienen.

De wet aanpassen vanwege veranderde inzichten: in de twintigste eeuw werd het aan de rechter overgelaten. En zolang burgers de rechter ermee vertrouwden, werkte die flexibiliteit prima. Maar met het wantrouwen dat zijn intrede deed aan het eind van de vorige eeuw verdween de flexibiliteit. Het ziet ernaar uit, schrijven ook Dez en Stronks, dat we in het Westen steeds meer in de ban raken van „de utopie van volledige controle”. Verantwoording, strikte regeltoepassing, automatisering: we laten ons op onze kop zitten door regels omdat we elkaar niet meer vertrouwen.

Het klinkt slim, zoals de slogan ‘regels zijn regels’ ook heel wereldwijs klinkt, maar een regel is maar één argument voor ons handelen. De andere goede argumenten moeten we er zelf bij verzinnen. En vooral het beredeneerd overtreden van de regels is de dure plicht van iedere justitiabele.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari