Speciale vergadering OPCW: mag inspectie ook schuldige aanwijzen?

Na gifgasaanvallen in Syrië en de Skripal-vergiftiging wil het Verenigd Koninkrijk dat de internationale waakhond meer bevoegdheden krijgt. Daartoe begon deze week een speciale meerdaagse vergadering.

De vertegenwoordigers van de lidstaten van de OPCW tijdens de speciale vergadering over de bevoegdheden van de organisatie, dinsdag in Den Haag. Foto Jerry Lampen/EPA

Na tientallen gifgasaanvallen in Syrië en de aanslag met het zenuwgas novitsjok op vader en dochter Skripal in Salisbury wil een aantal westerse landen meer instrumenten om regimes die gifgas gebruiken aan te pakken. De organisatie die toeziet op het wereldwijde verbod op chemische wapens, de OPCW in Den Haag, moet daarom meer bevoegdheden krijgen.

Den Haag is daarmee deze week het decor voor een diplomatiek gevecht in het opgelaaide oost-west-conflict. Nieuwe OPCW-instrumenten kunnen direct tegen Rusland worden gebruikt of tegen Ruslands bondgenoot Syrië.

In de eerst uren werd dinsdag meteen duidelijk dat Rusland en Syrië weinig trek hebben in een strenger regime.

Vrijwel alle landen in de wereld hebben in de jaren negentig het gebruik van chemische wapens afgezworen. De OPCW in Den Haag moet toezicht houden op de naleving van de Conventie tegen Chemische Wapens, maar is in essentie een technische, wetenschappelijke organisatie. OPCW-inspecteurs mogen onderzoek doen naar vermeende gifgasaanvallen, maar hebben niet de bevoegdheid om schuldigen aan te wijzen.

Een aantal westerse landen onder aanvoering van het Verenigd Koninkrijk wil nu dat de OPCW de bevoegdheid krijgt dat wel te doen. Daartoe heeft de OPCW deze week een speciale meerdaagse vergadering belegd. In de eerst uren werd dinsdag meteen duidelijk dat Rusland en Syrië weinig trek hebben in een strenger regime. Met steun van Iran grepen ze talloze procedurele argumenten aan om de vergadering te vertragen en de tegenpartij te irriteren.

De OPCW beslist in principe bij consensus. Als die er niet op voorhand is, wordt eerst een periode van 24 uur ingelast om alsnog tot consensus te komen. Daarna wordt beslist bij tweederde meerderheid. Het Britse voorstel zou volgens persbureau Reuters bij aanvang van de vergadering kunnen rekenen op de steun van zeker 21 landen. De stemming is voorzien voor woensdagmiddag. Honderdveertig landen hadden een afvaardiging naar Den Haag gestuurd.

Om ondanks de beperkte bevoegdheden van de OPCW toch schuldigen aan te kunnen wijzen in Syrië, bestond tot november vorig jaar een gezamenlijke aanpak van VN en OPCW, het zogeheten Joint Investigative Mechanism. Maar nadat JIM had geconstateerd dat de Syrische overheid verantwoordelijk was voor het gebruik van gifgas, waaronder zenuwgas sarin, weigerde Rusland in de Veiligheidsraad in te stemmen met verlenging van het mandaat van JIM. Sindsdien kan het Syrische regime dus niet formeel beschuldigd worden. In de OPCW heeft Rusland geen veto.

De VN gaan ervan uit dat er sinds 2015 zeker 85 keer gifgas is gebruikt in de Syrische burgeroorlog, waarvan vijftig keer door het regime van Assad. IS is ervan beschuldigd mosterdgas te hebben gebruikt.

Sinds een aantal jaar komen er regelmatig schendingen van de conventie voor. Er werd ook gifgas gebruikt in Irak en het Noord-Koreaanse regime liet een familielid van de Geweldige Leider Kim Jong-un op het vliegveld van Kuala Lumpur met VX-gas vermoorden. Het Verenigd Koninkrijk en zijn bondgenoten zijn ervan overtuigd dat Rusland achter de aanslag met novitsjok zat en hebben uit protest Russische diplomaten uitgewezen.

De OPCW staat overigens op het punt om een onderzoek naar de gifgasaanval op Douma, nabij Damascus, af te ronden. De aanval, waarbij tientallen doden vielen, was in april voor de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië aanleiding om Syrië met raketten te bestoken. Rusland en Syrië ontkennen dat het gas door Syrische helikopters is afgegooid op een woonwijk. The New York Times concludeerde deze week op basis van indirect bewijs dat het Syrische regime verantwoordelijk was voor de aanslag.

Lees ook: De gifgasaanval op Douma in virtual reality
    • Michel Kerres