Recensie

Redbad is een wrotfilm

Epos ‘Redbad, de legende’ is een epos compleet met veldslagen, paarden en wat al niet. Maar het overdaad aan drama in het topzware script nekt de film.

Gijs Naber en Loes Haverkort als Redbad en Frea in ‘Redbad, de legende’.

Wrotten. Zo vatte producent Klaas de Jong de ‘making of Redbad’ samen. Een prachtig Fries woord dat maken betekent, met een ondertoon van forceren, ploeteren, houtje-touwtje. Redbad is een wrotfilm. Jammer, want de can do-mentaliteit van regisseur Roel Reiné, een geroutineerd B-filmer actief in Los Angeles, verdient navolging.

Reiné maakte voor een luttele 7 miljoen euro een vaderlands epos, compleet met veldslagen, paarden en wat al niet. In Redbad strijdt de legendarische Friezenkoning tegen de Franken, die een soort Spaanse tirannie in onze rivierendelta willen vestigen. Bij de Friezen vechten geëmancipeerde vrouwen in de voorste linies, Redbad zelf belichaamt oudvaderlandse deugden: vrijheidszin, nuchterheid en tolerantie. Heidense praktijken als het levend verbranden van Friese fotomodellen keurt hij stellig af, maar geforceerd dopen – denk aan waterboarden – door christelijke zendelingen eveneens.

Reiné woekert knap met zijn budget, al zijn digitale effecten van videogameniveau, herhaalt hij vaak shots en moffelt hij moderne details opzichtig weg met tegenlicht en rookpotten. Wat Redbad echt nekt, is een topzwaar script met een overdaad aan drama. Koningszoon Redbad (Gijs Naber) is een gekwelde Hamlet, en geen wonder: hij voelt zich schuldig aan de dood van zijn vader, zijn volk verwerpt hem, er zijn twee vrouwen in zijn leven en hij ervaart ook nog een bromance met zijn neef en rivaal Jurre. Het Frankische ‘empire of evil’ blijkt een slangenkuil vol shakespeareaanse intriges en seksueel geweld.

Zoveel verwikkelingen eisen een delicate touch, die Reiné mist. Je beseft dat het een lange zit gaat worden als een dialoog over Friese identiteit – „Dit is wat wij zijn!” „Ik wil niet zo zijn!” – wordt doorsneden met een gillende blondine op de brandstapel. Er volgt meer hotseknotsmontage van heftig, heftiger, heftigst, van zwaardgevecht, veldslag en onthoofding, hyperdynamisch gefilmd en gemarineerd in een bombastische soundtrack van Keltisch gejammer en Gregoriaans kerkgezang.

Lees ook: hoeveel is er waar van de legende rond Redbad/Radbod?

Het slaat dood, mede omdat Reinés choreografie vaak lachwekkend tekortschiet, met Franken die zich keer op keer gedisciplineerd in de pan laten hakken. Wat evenmin helpt is het schmieren van de acteurs. De oudjes spannen de kroon: Jack Wouterse is als missionaris Willibrord soms seniel, dan weer docent Heydrich uit Rundfunk: „Jullie zijn haí-de-nen!” Renée Soutendijk verandert zomaar van wijze kruidenheks in hysterische furie. Emotionele en narratieve consistentie ontbreekt; in de finale – de doop van Redbad, de slag om Dorestad – lubbert de film uiteen tot een incoherente beeldenbrij.

    • Coen van Zwol