Rapport: jonge misbruikslachtoffers te vaak opgesloten

Vooral meisjes belanden na seksueel geweld te vaak op de gesloten afdeling van een jeugdhulpinstelling, stelt de Nationaal Rapporteur.

Kinder- en jeugdkliniek Emergis, die verschillende vestigingen heeft in de provincie Zeeland.

Kinderen die slachtoffer zijn geweest van seksueel geweld belanden te vaak op de gesloten afdeling van een jeugdhulpinstelling, de zwaarste vorm van hulpverlening. Dat staat in een rapport dat Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Herman Bolhaar dinsdag presenteerde.

Opname op een gesloten afdeling houdt in dat kinderen een gedeelte van een instelling niet mogen verlaten en dus, zoals Bolhaar het noemt, van hun vrijheid worden beroofd. Het aantal kinderen dat op die afdelingen belandt is te hoog, vindt Bolhaar, vooral bij meisjes. Dertien procent van de meisjes die met seksueel geweld te maken krijgen komen op zo’n afdeling terecht. Jongens die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld krijgen doorgaans lichtere vormen van hulp.

Vorige week trokken Defence for Children en Unicef Nederland aan de bel over het aantal kinderen in gesloten jeugdhulpafdelingen. Dat waren er in 2017 200 meer dan in 2016 ruim 200 meer dan in 2016

Bolhaar analyseerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over waarom kinderen in Nederland jeugdhulp krijgen. Het CBS kreeg van 60 procent van de aangeschreven instellingen gegevens. Gegevens over de aanleiding voor de jeugdhulp of de plaatsing op een gesloten afdeling hoeven de instellingen niet verplicht te registreren. Het is voor het eerst dat op landelijke schaal de aanleiding voor jeugdhulp is onderzocht. De cijfers in de zogeheten Slachtoffermonitor die Bolhaar heeft opgesteld komen uit 2016.

Twitter avatar NLRapporteur Herman Bolhaar Bekijk de factsheet van de Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2016. Het rapport in het kort: hoe veel kinderen worden slachtoffer van seksueel geweld en welke vormen van hulp krijgen zij?
PDF: https://t.co/i7ABvgJ58w https://t.co/VyDD208Hcc

De Slachtoffermonitor is niet volledig, waarschuwt de rapporteur. Het al bestaande Meldpunt Veilig Thuis, waarin 26 regionale organisaties samenwerken, functioneert bijvoorbeeld niet naar behoren. Niet alle organisaties die bij het meldpunt aangesloten zijn, registreren op dezelfde manier. Daardoor is niet duidelijk hoeveel meldingen er daadwerkelijk gedaan zijn. Het meldpunt heeft beterschap beloofd.

Jeugdzorg Nederland herkent het beeld dat het rapport van Bolhaar schetst. De brancheorganisatie geeft aan dat het de kennis en kunde die het in huis heeft nog meer gaat delen. Voorzitter Hans Spigt:

“Ten eerste zodat we die signalen herkennen bij kwetsbare jeugdigen en we seksueel geweld kunnen voorkomen. En ten tweede omdat, als een jeugdige helaas toch slachtoffer wordt, we andere, meer passende hulp, kunnen bieden dan gesloten jeugdzorg.”

Online seksueel geweld

Naar schatting werden in 2016 ruim 20.000 kinderen tussen de 12 en 17 jaar jaarlijks slachtoffer van ernstig seksueel geweld, bijvoorbeeld verkrachting. Dat is minder vaak dan vier jaar geleden, maar volgens Bolhaar is over digitale vormen van seksueel geweld nog te weinig bekend. Prakijken zoals grooming, een soort kinderlokken, en het ongewenst doorsturen van seksueel beeldmateriaal verdienen volgens hem meer aandacht.

Bolhaar adviseert minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) dan ook zulke vormen van online seksueel geweld verder te onderzoeken. Ook stelt de rapporteur voor dat de aanleiding van jeugdhulp voortaan geregistreerd wordt, net als de plaatsing op een gesloten afdeling. Alleen zo kan hij naar eigen zeggen onderzoeken of de hulp die slachtoffers krijgen ook voldoet.

    • David van Unen