Opinie

    • Tosca Niterink
    • Anita Janssen

Hoe het ons niet lukt met de Koreanen te praten

en wandelen door Zuid-Korea. Afl. 4 van een serie. „Of we iemand hebben neergeschoten met de drone.”
In het Haneyo-museum, vlak nadat Tosca haar rib brak. Foto Anita Janssen

We wandelen over de smalle paden tussen de rijst- en de knoflookvelden door. Meestal zwijgend, soms zeggen we wat, zoals: „Kijk uit, een dooie slang!”

„Nee, hij beweegt.”

Of: „Laten we een dronefoto van die vrouwen in dat knoflookveld maken”. De knoflookboerinnen zitten voorovergebogen op een klein poefje dat aan hun achterwerk is vastgemaakt. Als ze opstaan om te gaan verzitten, blijft het aan hun billen hangen. Hoeven ze het niet elke keer op te pakken, want Koreanen zijn praktisch en het zijn keiharde werkers. Ze hadden een werkweek van 68 uur en die is recent teruggeschroefd naar 52.

De knoflookvrouwen kijken even verstoord op vanwege de zoemende drone boven hun hoofd en gaan dan weer snel verder met hun noeste arbeid.

Annyeonghaseyo” (Hallo) roepen we, „haseyo” roepen ze terug .

Kamsahamnida!” (Bedankt) roepen we en dan is het gesprek beëindigd, want meer Koreaans kennen we niet en zij spreken geen Engels. Als er iemand een beetje Engels praat is het:

Where are you from?

Niederlande.

Aa! Hiddinki!

Ja, Guus Hiddink!

Suus! Suus Hiddinki!

Soms komt er nog tulips achteraan of koikenhof maar dan houdt het toch echt op. Een professor uit Letland vertelde ons dat als ze na een college aan de studenten vraagt of er nog vragen zijn, er niemand reageert. Het is namelijk onbeleefd om vragen te stellen, daarmee trek je iemand in twijfel.

De vrouw van het guesthouse is anders, ze is striptekenares. Ze tekent van die stripfiguren met grote glimmende ogen die hele drukke avonturen beleven. De Koreanen verslinden dat soort verhalen in de bus op hun telefoon.

De striptekenares wil wat vragen over Annies drone en dan biedt Google-translatie ook geen uitkomst. „Hebben jullie daar mensen mee neergeschoten op het rijstveld?”, lezen we geschrokken. We willen het uitleggen, maar ze zit alweer gebogen achter haar enorme touchscreen.

Dus we zetten onze eenzame tocht maar weer voort door het verfijnde sierlijk dansende rijstlandschap, als twee lompe stampende boerinnen.

O ja, ik heb ook nog mijn rib gebroken, toen ik op een boot wilde klimmen voor een foto in de tuin van het Haneyo (duikende vrouwen)-museum. Ik brak hem op dezelfde plek als vijf jaar geleden. Ik wilde toen op de vlijmscherpe rug van een enorme bronzen eekhoorn – ook voor een foto – maar dat was ergens in Istanbul.

    • Tosca Niterink
    • Anita Janssen