Een neanderthalspeer werd hert fataal

Archeologie

Mensen eten al miljoenen jaren vlees, maar de oudste onomstreden jachtverwonding is pas 120.000 jaar oud.

Een hertenbekken met fatale speerwond, 120.000 jaar oud. Foto Eduard Pop, MONREPOS / R.-G.Zentralmuseum, LRA

In Duitsland, niet ver van Leipzig, zijn op 120.000 jaar oude hertenfossielen duidelijk jachtwonden aangetroffen: een rond gat in een bekken en bij een ander in een rugwervel. De herten zijn van dichtbij doorgestoken door een neanderthaler met een speer. De oudste speren zijn 300.000 jaar oud (uit Schöningen, ook Duitsland) maar de nieuwe vondsten uit Neumark-Nord zijn de oudste bewijzen voor het gebruik van jachtwapens. Oudere aanwijzingen zijn omstreden. De analyse, waaraan ook de Nederlandse archeoloog Wil Roebroeks meewerkte, wordt deze week beschreven in Nature Ecology & Evolution.

Uit de verre prehistorie zijn heel weinig houten voorwerpen teruggevonden. In Italië vond men graafstokken van neanderthalers.

Om iedere twijfel weg te nemen of zo’n gat wel door een houten speer kon worden gemaakt zijn uitvoerige forensische ‘steekproeven’ gedaan met botten van edelherten, waarbij ook precies werd gemeten hoeveel kracht nodig was om zo’n gat te maken. Uit de relatief geringe benodigde kracht leiden de onderzoekers af dat de speer niet gegooid was, maar dat er mee is gestoken. Voor het gat in het hertenbekken kan dat ook niet veel anders omdat er van onder af is gestoken. De herten lagen in een drooggevallen meertje: waarschijnlijk dreven de neanderthalers de dieren het water in waar ze zich minder goed konden bewegen, een bekende jachttechniek. Op een van de herten zijn ook snijsporen gevonden, de dieren zijn kennelijk ter plaatste geslacht. In de omgeving zijn veel neanderthalsporen teruggevonden. In deze tijd leefden er geen andere menstypen in Europa. De eerste moderne mensen verschijnen hier pas rond 40.000 jaar geleden.

3D-simulatie van de hoek en impact van de speer. Foto Eduard Pop, MONREPOS / R.-G.Zentralmuseum, LRA

De mens en haar voorouders eten al miljoenen jaren vlees, de oudste snijsporen op botten zijn 3,4 miljoen jaar oud. Maar de grote vraag is: bejoegen de mensen zelf hun prooi, of waren het ‘slechts’ aaseters die roofden wat anderen gedood hadden. Algemeen wordt er van uitgegaan dat anderhalf miljoen jaar geleden met Homo erectus en zijn grote, veel energie eisende hersenen het zelf jagen wel begonnen zou zijn, maar direct bewijs ontbreekt. Het oudste aannemelijke jachtwapen is een houten speerpunt uit het Engelse Clacton (400.000 jaar oud). Met de iets jongere volledige speren uit Schöningen (tot 2 meter lang) kan volgens sommige experimentele archeologen overigens ook worden geworpen. Uit antropologisch onderzoek van moderne jagers-verzamelaars is bekend dat jagers zelden exclusieve stekers dan wel werpers zijn: beide technieken kunnen van pas komen met een scherpe stok in handen.

    • Hendrik Spiering