Aanslagen Panorama en Telegraaf passen bij verharding crimineel milieu

Onderwereld Criminelen deinzen er niet voor terug om journalisten te bedreigen. „Dat zijn jongens die wel heel gemakkelijk met geweld omgaan.”

De uitgebrande Volkswagen Caddy bij het gebouw van De Telegraaf in Amsterdam. Foto Laurens Bosch/ANP

De fysieke schade was nog te overzien, maar de gevolgen van twee aanslagen op de redacties van weekblad Panorama en dagblad De Telegraaf zijn groot. De politie in Amsterdam gaat mediabedrijven in de hoofdstad extra beveiligen nadat vorige week Panorama werd beschoten met een raketwerper en dinsdagnacht een auto inreed op de pui van De Telegraaf.

Bij alle mediabedrijven worden de komende dagen camera’s geïnstalleerd en zal door de politie extra gesurveilleerd worden. Het zijn nooit vertoonde maatregelen in reactie op het geweld, dat door algemeen secretaris van de NVJ Thomas Bruning is gekwalificeerd als „een aanslag op de journalistiek en de democratie”. Met de maatregel van de politie in Amsterdam wordt hij op zijn wenken bediend. „Wat het ook is, het lijkt toch zeker op een aanval op de journalistiek. Dit moet topprioriteit hebben bij politie en justitie.

Verharding

De aanslagen op Panorama en De Telegraaf passen bij een verharding die al sinds enige jaren zichtbaar is in het criminele milieu, waarover in beide titels zeer regelmatig wordt geschreven – al is nu nog onduidelijk wie verantwoordelijk is voor de aanslag van dinsdag.

Feit is ook dat misdaadjournalist John van den Heuvel van de krant al enige tijd persoonsbeveiliging krijgt. De bedreiging van Van den Heuvel is vermoedelijk afkomstig uit het circuit van de motorclubs en is zo serieus dat hij al ruim zes maanden niet zonder beveiliging het huis uit kan. Tot voor kort gold dat ook voor misdaadverslaggever Paul Vugts van Het Parool, alleen kwam het gevaar in zijn geval weer uit een andere hoek.

Ernstig bedreigd

Kennelijk zien criminelen er geen been in om journalisten langdurig te bedreigen. Dat is wel eerder gebeurd. Bart Middelburg, die tot zijn pensioen als misdaadverslaggever voor Het Parool werkte, is in de jaren negentig ernstig bedreigd. En dat gold aan het begin van deze eeuw ook voor John van den Heuvel. In diezelfde periode is er op het pand geschoten waar de redactie van Quote was gevestigd.

Nieuw is het dus allemaal niet – en toch lijkt het nu anders. Dat heeft te maken met de moord op Martin Kok, eind 2016. Kok, een crimineel met een fors strafblad, was geen gewone journalist. Zijn biograaf Timo van der Eng noemde hem een „shockblogger”. Kok was iemand die het niet zo nauw nam met de journalistieke mores en de grenzen van het vrije woord nadrukkelijk opzocht.

Hij is enkele keren voor de rechter gedaagd voor zijn publicaties door criminelen. Daarnaast is Kok menigmaal bedreigd en is er een bom geplaatst onder zijn auto, die geparkeerd stond bij een druk restaurant. Die bom is niet afgegaan. Achteraf is vastgesteld dat het explosief zo zwaar was dat een ontploffing op een bloedbad had kunnen uitlopen.

Onschuldigen

Kok had dus vijanden die nergens voor terugdeinsden. En dat past in een trend waarbij steeds vaker volautomatische wapens in handen komen van jonge, relatief onervaren criminelen. Opponenten worden zonder pardon vermoord. Diverse keren zijn per vergissing onschuldigen getroffen.

Dit onderwereldgeweld hangt onmiskenbaar samen met conflicten over de smokkel van cocaïne, zo stelde de Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg begin april in NRC: „Als de verleiding groot genoeg is, hebben ze weinig oog voor de risico’s. Zolang er vraag blijft, staan nieuwe jongens op. En dat zijn jongens die wel heel gemakkelijk met geweld omgaan.”

Dat is gebleken toen het Openbaar Ministerie eind maart van dit jaar bekendmaakte dat een van de voetsoldaten uit de cocaïnemaffia is overgelopen naar de politie. De nieuwe kroongetuige heet Nabil B. In ruil voor zijn medewerking aan een onderzoek naar cocaïnesmokkel en geweld krijgt hij strafvermindering voor zijn eigen rol bij een liquidatie. Een week nadat dit nieuws naar buiten was gekomen, is de broer van de kroongetuige in koelen bloede vermoord.

Cocaïnemaffia

Daarmee is wéér een grens overschreden. Hier is een vader van twee jonge kinderen, die helemaal niets met de onderwereld te maken heeft, vermoord omdat zijn broer uit de school heeft geklapt.

De belastende verklaringen van Nabil B. gaan over Ridouan T. en Saïd R., twee Marokkaanse Nederlanders die een hoofdrol lijken te spelen bij het geweld binnen de cocaïnemaffia. De twee mannen worden verdacht van betrokkenheid bij ten minste twee liquidaties en staan op de lijst van meest gezochte criminelen. Dat er samenhang bestaat tussen de belastende verklaringen van de kroongetuige en de moord van zijn broer is volgens het Openbaar Ministerie geen toeval.

Lees een artikel van Jan Meeus over de nieuwe Holleeders in de onderwereld, zoals Ridouan T.

Onderzoek zal uit moeten wijzen wie er achter de aanslagen zit die zijn gepleegd op de redacties van Panorama en De Telegraaf. Maar wie er ook achter zit, volgens premier Rutte is er opnieuw een grens overschreden: „Dit is een klap in het gezicht van de vrije pers en de democratie.” Dat er naast die scherpe woorden nu ook meteen harde maatregelen worden genomen is veelzeggend. Waar drie maanden geleden niemand zich kon voorstellen dat een onschuldig familielid van een kroongetuige zou worden vermoord, worden hardere acties tegen de vrije pers gezien de beveiliging niet langer uitgesloten.

Correctie (26 juni 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd Thomas Bruning voorzitter van de NVJ genoemd. Hij is echter algemeen secretaris van de journalistenvakbond. Dat is hierboven aangepast.

    • Jan Meeus