De Radbod van geschiedenis en legende

Radbod

Hoe verhoudt de legendarische Friese koning Radbod zich tot de Redbad van de film?

Redbad (Gijs Naber, rechts) was zeer waarschijnlijk in werkelijkheid een Friese krijgsheer in de marge van het Frankische Rijk. Hij groeide pas in latere eeuwen uit tot een mythische Friese vrijheidsstrijder.

Wat klopt er historisch aan de film Redbad? Of correcter: Radbod? De heidense, Friese vorst die met één been in het doopvont stond toen hij besloot toch geen christen te worden omdat hij liever bij zijn voorvaderen in de hel verkeerde?

Dat is de bekendste legende over Radbod. Regisseur Roel Reiné zegt vanuit Los Angeles dat hij zijn film Redbad, net als eerder Michiel de Ruyter, ziet als een vaderlands epos. „Misschien moest ik naar Amerika om te zien dat daaraan behoefte is.” Reiné denkt dat wij best trots mogen zijn op „wie wij zijn en wat we hebben bereikt, en niet alleen als Oranje wint of op Koningsdag”. Qua historisch gehalte schat hij Redbad op 30 procent: hij voegde wijselijk ‘de legende’ aan de filmtitel toe.

Een royale inschatting, vindt specialist Luit van der Tuuk na het zien van Redbad. En niet alleen vanwege anachronismen als vrouwen in broeken, Franken met Normandische schilden of smeedijzeren trapleuningen. Van der Tuuk schreef boeken over de Franken, de Vikingen, de Friezen en ook een gelegenheidsboek: Radbod, koning in twee werelden. Daar blijkt hij een Fries krijgsheer in de marge van het Frankische Rijk die zijn machtsbasis had in het huidige Holland en Utrecht.

Vanaf 680 botste Radbod herhaaldelijk met de Franken. De opbloei van het Frankische Rijk leidde tot groeiende handel met het Noordzeegebied via de grote rivieren: Dorestad (Wijk bij Duurstede) werd stapelmarkt. Friese schippers waren daar net als de Franken outsiders, gezien plaatsnamen als Vreeswijk: Friezenwijk. Na een periode van relatieve desinteresse wilden de Franken tijdens het bewind van Radbod de controle op de delta herwinnen, ook met het oog op mogelijke plundertochten stroomopwaarts.

Radbod groeide uit tot een legende vanwege zijn taaie verzet. De Frankische hofmeier Pippijn van Herstal joeg hem tussen 688 en 695 uit Dorestad zonder hem werkelijk te verslaan. Rond 712 sloot Pippijn een alliantie met Radbod door zijn beoogde opvolger Grimoald de Jongere aan diens dochter Theudesinda te koppelen. Maar toen Pippijn twee jaar later stierf en Grimoald werd vermoord, sloot Radbod zich in de Frankische burgeroorlog aan bij de vijanden van hofmeier Karel Martel. Hij profiteerde van de chaos door Dorestad te heroveren, maar Martel had het laatste woord. Na Redbads dood in 719 lijfde hij Holland en Utrecht in, later de hele Friese kuststreek.

Lees hier de recensie van ‘Redbad, de legende’

In Frankische kronieken en heiligenlevens werd Karel Martel daarna de Friezendwinger die het licht van het christendom naar het noorden bracht. Radbod belichaamde heidens verzet. Maar volgens Van der Tuuk draaide de echte Radbod als hertog mee in het Frankische systeem en liet hij zich als vazal vermoedelijk ook tot christen dopen. „Veel Friese edelen deden het christendom er toen zo’n beetje bij. Ze dachten: als die Jezus zo machtig is, dan schuift hij maar vrolijk aan tafel bij Wodan. Missionarissen als Willibrord en Bonifatius mochten best het christendom komen prediken, zolang ze geen heidense tempels vernielden. In het Friese recht, dat bijna elk misdrijf met een transactie afdeed, stond daarop de doodstraf.”

Ondanks de Frankische antipropaganda – soms werd Radbod als een Deense plunderaar neergezet – groeide hij in latere eeuwen uit tot een vrijheidsstrijder. Dat hing samen met de ‘Friese vrijheid’ van de 13de eeuw: de strijd van het toenmalige Friesland tegen de Hollandse graven. Radbod werd ingelijfd als Fries voorvader. Paradoxaal, want Radbods machtsbasis was Holland, niet het Friese terpengebied. Van der Tuuk: „Hij is eerder een voorganger van die Hollandse graven.”

Historisch deugt er weinig aan Redbad, maar kan je hem toch niet als een soort middeleeuwse Willem van Oranje zien? De leider van een maritiem georiënteerd, handeldrijvend volkje in de marge van een machtig continentaal rijk die schippert tussen inheemse gebruiken en van buiten opgelegde religie? In die zin staat deze ‘biopic’ misschien in een traditie, erkent Van der Tuuk. „Jammer dat het zo’n slechte film is.”

    • Coen van Zwol