De peeskamers werden duurder, de uitbuiting is gebleven

Project 1012

Op de Wallen verdwenen prostitutieramen, maar de criminele infrastructuur is niet doorbroken. Dat meldt de Amsterdamse Rekenkamer. Welzijnswerker Frits Rouvoet laat het zien.

De aanzwellende mensenmassa’s in het „grootste gratis attractiepark van Nederland” hebben het werk voor de prostituees moeilijker en onprettiger gemaakt. Foto Olga Parshina

Op de Nieuwmarkt overhandigt een jonge vrouw met een kort rokje een tas aan een jongen op een scooter. Ze praten even, dan springt ze bij hem achterop. „Kijk”, zegt Frits Rouvoet, „wat is daar aan de hand? Volgens mij klopt dit niet.”

Voor Rouvoet kennen de Amsterdamse Wallen weinig geheimen. Al meer dan twaalf jaar is het zijn werkterrein. Zijn organisatie, Bright Fame, helpt vrouwen uit de prostitutie te stappen. Hij kent honderden ‘meiden’, zoals hij ze consequent noemt. Ze kunnen hem dag en nacht bellen op zijn 06-nummer. Hij helpt ze met hun belastingen, spreekt vriendjes toe die op hun inkomsten parasiteren – of erger. Zo’n 35 vrouwen weet hij jaarlijks aan een nieuw bestaan te helpen, zegt hij.

Het evangelie is Rouvoets leidraad: hij is de broer van oud-ChristenUnie-leider André – al zou je dat niet zeggen, met z’n grijze stoppelbaardje en Amsterdamse accent. Als ze willen, brengt Rouvoet de vrouwen dichter bij God. Dan doopt hij ze: ’s winters in een kerk, ’s zomers op een boerderij van vrienden op het platteland.

Lees ook: Amsterdamse Rekenkamer: opschonen Wallen mislukt

Project 1012

De vraag aan Rouvoet: stroken zijn ervaringen met het rapport dat de Amsterdamse Rekenkamer deze week publiceerde? In hun evaluatie van Project 1012, de ambitieuze poging van de gemeente om de Wallen op te schonen, schrijven de onderzoekers dat er nog steeds sprake is van uitbuiting en gedwongen prostitutie. De „criminele infrastructuur” in het gebied is de afgelopen jaren „niet doorbroken”,

Maar, zegt de Rekenkamer ook, hoevéél mensenhandel en gedwongen prostitutie er nou écht op de Wallen is – je komt er niet achter. De schattingen lopen wild uiteen, van 10 tot 90 procent van de vrouwen.

Ook Rouvoet vindt het „ontzettend lastig”, maar als hij moet schatten, houdt hij het op 60 procent. Al is zijn definitie van uitbuiting wel wat ruimer dan gebruikelijk, vanwege zijn levensbeschouwing. Prostitutie, zegt hij, is géén normaal beroep – wat alle belangengroepen en progressieve politici ook mogen roepen. „Geen enkel meisje van veertien zal zeggen dat ze later prostituee wil worden.” Dus rekent hij onder ‘gedwongen prostitutie’ ook de vrouwen die worden gechanteerd door de vader van hun kind, thuis in Roemenië of Bulgarije: als je niet betaalt, ga ik naar de politie.

Tweederde van de vrouwen die hij kent, komt uit Oost-Europa, een kwart uit Latijns-Amerika. Hun verhalen zijn vrijwel zonder uitzondering schrijnend: vader in de bak, als kind misbruikt, geen toekomst in het Roemeense plattelandsdorpje waar ze zijn opgegroeid.

Als je met Rouvoet over de Wallen loopt, gaan er voortdurend handjes omhoog vanachter de ramen. Een Roemeense met lang donker haar geeft hem een haastige knuffel in het voorbijgaan.

„Waar ga je heen?”, vraagt Rouvoet.

„De politie kwam langs, ze wilden papieren zien.”

Even later klopt hij op een raam om een jonge Roemeense vermanend toe te spreken. „Jij zou gisteren langs komen met je belastingenveloppen. Waar was je?”

Het meisje lacht beschaamd. „Ik moest om vijf uur werken.”

Rouvoet schudt zijn hoofd. „Veel van die meiden steken hun kop in het zand.”

Veiliger en netter

Ook de andere bevindingen van de Rekenkamer zijn herkenbaar voor hem. Ja, het is de afgelopen jaren veiliger en netter geworden op de Wallen. Minder daklozen en verslaafden, raameigenaren die scherper in de gaten worden gehouden. Maar de aanzwellende mensenmassa’s in het „grootste gratis attractiepark van Nederland” hebben het werk voor de prostituees moeilijker en onprettiger gemaakt. Als er voortdurend hordes toeristen en dagjesmensen voor je raam staan, komen er simpelweg minder klanten. „Mannen gaan niet met je onderhandelen in het volle zicht van groepen.”

En dan de foto’s. Al die toeristen hebben een smartphone, ze maken kiekjes van de vrouwen. „Die belanden op sociale media. De meiden zijn bang dat hun familie in Roemenië of Bulgarije kan zien wat ze eigenlijk doen in Amsterdam. Dat zorgt voor enorm veel stress.”

We wandelen door het Sint Annenkwartier, een web van smalle steegjes ten zuiden van het Oudekerksplein. Hier verdwenen de afgelopen jaren tientallen ramen. Op zich prima, zegt Rouvoet: het liefst zou hij zien dat alle prostituees een normaal beroep vinden. Maar vooralsnog ziet hij vooral negatieve gevolgen. Door de schaarste stegen de huren: tien jaar geleden betaalde je voor een avond zo’n 145 euro, nu soms wel 200. „En dat terwijl je inkomsten dalen vanwege de drukte.”

Ook heeft de gemeente de verkéérde ramen gesloten, zegt Rouvoet. In de steegjes van het Sint Annenkwartier zaten juist de beschutte plekken waar de vrouwen graag werkten. Weinig ruimte voor grote groepen, meer discretie voor de klandizie – dus betere business.

Rouvoet wijst op een gids die over de Oudezijds Achterburgwal loopt, groepje toeristen achter zich. „Als ik zo iemand weer eens hoor vertellen dat alle vrouwen hier uit vrije wil staan, spring ik ertussen. Dan zeg ik tegen die toeristen: als je dochter hier zou staan, zou je hem dan óók geloven?”

Hij kijkt veelbetekenend. „Je weet vast wel wat ze dan antwoorden.”

    • Thijs Niemantsverdriet