Onderzoek NYT: Assad zit achter chemische aanval op Douma

Na eigen ‘forensisch’ onderzoek concludeert The New York Times dat Assad achter de gifgasaanval op Douma in april zit. Met Virtual Reality sta je ín het gebombardeerde gebouw.

Screenshot uit de video 'One Building, One Bomb: How Assad Gassed His Own People', waarin The New York Times verslag doet van zijn onderzoek naar het getroffen gebouw, het gebruikte chemische wapen en de dader van de gifgasaanval op Douma, afgelopen april. The New York Times

Op 7 april 2018 vielen in één huis in Douma, destijds een belangrijke enclave voor rebellen in Syrië, minstens 34 doden. Bij het bombardement werd een bom met chloorgas ingezet. Door het Syrische regime, schrijft The New York Times in een artikel dat maandag is gepubliceerd. De Amerikaanse krant onderzocht het incident uitvoerig en maakte een multimediale productie.

Douma werd kort na de aanval ingenomen door Syrische overheidstroepen, de meeste journalisten werden weggestuurd. Wel verschenen er televisiereportages van Russische media. Volgens de NYT vertelden zij echter een “verdraaide versie” van het verhaal. Ook voor deze publicatie konden de NYT-journalisten niet ter plekke onderzoek doen. Maar dat hoeft ook niet om een gedegen analyse uit te voeren, zegt redacteur Malachy Browne in de video: “De Russische verslaggevers hebben ons, nietsvermoedend, met deze verslagen wél genoeg visueel materiaal verschaft voor ons digitale onderzoek naar de crime scene.”

Bekijk hier de video ‘One building, one bomb’ van The New York Times.

Technisch onderzoek

Dan volgt een uiteenzetting van wat ook wel digitaal ‘forensisch’ onderzoek kan worden genoemd: de journalisten legden social media-beelden, satellietfoto’s en de verslagen van ooggetuigen naast elkaar en reconstrueerden de getroffen locatie, de gebruikte bom en het tijdsverloop van de aanval (in die volgorde). Met uiteindelijk de conclusie: alle herhaalde ontkenningen van Assad en zijn medestanders ten spijt, zíjn regime zit achter de aanval op Douma.

Het is een technisch onderzoek waarbij meerdere experts aan het woord komen, maar door de visuele representatie wordt de verschrikking van de aanval invoelbaar gemaakt. Met hulp van virtual reality staat de kijker ín het getroffen gebouw. Op sommige momenten in de video zijn de beelden van slachtoffers vervaagd - té gruwelijk. Zo indrukwekkend als het graafwerk van dit redactionele team is, toch een aantekening die ook de voice-over aanhaalt: dit is maar één aanval, in een reeks van inzetten van chemische wapens, om niet te spreken over de duizenden bommen die in Douma en elders in Syrië al zijn neergedaald.

Wie mag deze conclusie eigenlijk trekken?

Dat het Assad-regime achter de aanval van 7 april zat, werd eerder ook al aangenomen door de Verenigde Staten en enkele Europese bondgenoten. De landen voerden bombardementen uit op doelwitten van het Syrische overheidsleger, ter vergelding voor het gebruik van chemische wapens.

In eerste instantie werd inspecteurs van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (de OPCW) de toegang tot Douma ontzegd, volgens de Syrische en Russische overheden omdat hun veiligheid ter plekke niet kon worden gegarandeerd. Uiteindelijk kon toch een inspectie plaatsvinden in Douma. Het rapport daarvan wordt binnenkort afgerond. Het internationale orgaan mag alleen het gebruik van chemische wapens vaststellen. Het heeft geen mandaat om zich ook over de schuldvraag te buigen.

Over de vraag of die bevoegdheid moet worden uitgebreid, wordt dinsdag en woensdag in Den Haag gesproken tijdens een speciaal daarvoor belegde conferentie van de OPCW-lidstaten. Het Verenigd Koninkrijk heeft, na de gifgasaanvallen in Syrië én de Skripal-vergiftiging op het eigen grondgebied, daarvoor het initiatief genomen.

    • Lisa Dupuy