Opinie

    • Peter de Bruijn

Beste oorlogsfilm ooit is Frans

Peter de Bruijn De militair historicus Antony Beevor maakt gehakt van vrijwel alle oorlogsfilms. Gemythologiseerd, sentimenteel en onterecht realisme claimend. Twee films uit de jaren 60 prijst Beevor wel: ‘The Battle of Algiers’ en ‘La 317ème section’.

De Britse militaire historicus Antony Beevor ging lekker tekeer eerder deze maand in The Guardian. In een fel betoog trok hij van leer tegen de gebrekkige authenticiteit van vrijwel alle recente oorlogsfilms. Dunkirk van Christopher Nolan? De gemythologiseerde terugtrekking van het Britse leger in mei 1940 vond echt niet plaats op keurig aangeharkte, hagelwitte stranden. The Darkest Hour, met Gary Oldman als Churchill? Onduidelijk blijft waarom het oorlogskabinet bijeenkomt in een bunker, terwijl de Duitse luchtaanvallen op Londen nog niet zijn begonnen.

Beevor maakt zich ook niet voor het eerst kwaad over Spielbergs Saving Private Ryan. Het eerste kwartier met de landing in Normandië op D-day bestaat volgens hem uit „waarschijnlijk de meest realistische oorlogshandelingen ooit gefilmd”. Daarna verzandt de film toch weer in het bekende, sentimentele Hollywood-stramien.

Je zou daartegen in kunnen brengen dat speelfilms nu eenmaal een andere rol en functie hebben dan gedegen historisch onderzoek. Maar Beevor heeft gelijk dat filmmakers en studio’s vaak claimen dat hun verhaal de werkelijkheid dicht benadert. Dat is een handig element in de marketing. Interessant zijn de anekdotes van Beevor over filmmakers die probeerden hem in te palmen door hem een positie aan te bieden bij een productie als – vermoedelijk goedbetaald – ‘historisch adviseur’. Dan zou hij in ieder geval geen kritiek meer kunnen spuien in het openbaar.

Kan er dan werkelijk geen enkele oorlogsfilm door de beugel? Toch wel. Beevor prijst het fameuze The Battle of Algiers (1966) van Gillo Pontecorvo, over de oorlog in Algerije. Die film wordt nog steeds op militaire academies gebruikt als lesmateriaal over de stadsguerrilla. De meeste lof heeft hij voor een film die op de website van de Cinémathèque française wordt geëerd als ‘de beste Franse oorlogsfilm aller tijden’, maar die buiten Frankrijk niet heel bekend is: La 317ème section (1965) van regisseur Pierre Schoendoerffer.

Authentieker dan La 317ème section kan een oorlogsfilm haast niet zijn. Schoendoerffer wist dan ook waar hij het over had. Als cameraman van het Franse leger was hij krijgsgevangen gemaakt bij de slag om Diên Biên Phu in 1954. Daar leed het Franse leger een definitieve nederlaag tegen de communistische strijders van Ho Chi Minh in wat toen nog Frans Indochina heette (het latere Vietnam, Cambodja en Laos). Tien jaar later keerde Schoendoerffer terug naar de jungle van Cambodja om daar onder barre omstandigheden zijn oorlogsfilm te maken.

La 317ème section is een speelfilm, maar ook een reconstructie van Schoendoerffers eigen observaties. Ideologie en strategie spelen daarbij nauwelijks een rol; winnen en verliezen eigenlijk ook niet. De film is anti-oorlog noch pro-oorlog. Oorlog is simpelweg wat het is voor een kleine groep soldaten die zich een weg moet banen door vijandelijk gebied en alleen op elkaar is aangewezen om te overleven. Heroïek, moed en opofferingsgezindheid bestaan alleen in kleine, alledaagse situaties, die door de geschiedenis nauwelijks worden opgemerkt. Daar heeft zelfs Antony Beevor geen bezwaar tegen.

Peter de Bruijn is filmrecensent.
    • Peter de Bruijn