Recensie

Bekend recept, smakelijke film

Komedie In ‘The Trip to Spain’ mogen Steve Coogan en Rob Brydon voor de derde keer samen op een culinaire reis. Opnieuw zien we twee kibbelende vrienden die elkaar vliegen proberen af te vangen. Maar ‘The Trip to Spain’ is ook een weemoedige film over ouder worden.

Rob Brydon (links) en Steve Coogan in ‘The Trip to Spain’.

Marlon Brando, Mick Jagger, John Hurt: er staan weer talloze imitaties op het menu in The Trip to Spain. Het recept is overbekend: dit is al de derde film waarin Steve Coogan en Rob Brydon op een culinaire trip gaan, met ditmaal Spanje als decor.

Ook de rolverdeling is als vanouds, met Coogan die vindt dat hij overal beter in is, meer weet en aantrekkelijker is. Brydon is de familieman die de competitie aangaat door Coogan sluw te ondermijnen en pesten. Zo deelt Brydon speldenprikjes uit over Coogans neiging te pas en te onpas zijn rol als acteur, producent en Oscargenomineerd schrijver van speelfilm Philomena (2013) aan te kaarten. In een grappige droomsequentie zien we Coogan koortsachtig in zijn bed woelen: hij droomt dat hij opstaat om zijn Oscar in ontvangst te nemen als de naam Steve valt. Een andere Steve, zo blijkt: Steve McQueen voor 12 Years a Slave.

Twee kibbelende mannen die elkaar vliegen afvangen: het leidt opnieuw tot een smakelijke film. Waarbij het steeds de vraag is naar wie we kijken: hoe uitvergroot of juist zichzelf zijn Brydon en Coogan? Hoewel er weer veel te lachen valt, vooral bij de terugkerende Mick Jagger-imitatie en Roger Moore-grappen, zit er net als in de eerdere films een diepere onderlaag in The Trip to Spain.

Lees ook een interview met regisseur Michael Winterbottom: ‘Top Gear’ voor de denkende man

Het is een film over ouder worden. De midlifecrisis waar Coogan tegen aanliep in The Trip to Italy is ondanks zijn Oscarnominatie verergerd. Hij is een eenzame man die een relatie heeft met een getrouwde vrouw. Maar zij wil hem net zomin als zijn volwassen zoon vergezellen op het laatste stuk van de trip. Coogans eenzaamheid is vast onderdeel in dit postmoderne spel: hij is een fictief personage, zijn melancholie is gespeeld. Toch treft de weemoed opnieuw doel, en dat is eigenlijk knapper dan alle imitaties.

    • André Waardenburg