Vrolijk cynisme bij de Prochorovs

Voetbal kijken in Obninsk

Na een 3-0 nederlaag tegen Uruguay treft Rusland Spanje in de tweede ronde. Hoe leeft het WK buiten Moskou? „Miljonairs zijn het, maar voetballen ho maar.”

In Sportbar Atom, op de derde verdieping van een gloednieuw winkelcentrum in Obninsk, kijkt het publiek maandag naar de wedstrijd van Rusland tegen Uruguay. Foto Konstantin Salomatin

Zeggen dat Obninsk in hogere voetbalsferen verkeert, zou overdreven zijn. De straalbezopen jongens voor Karaoke-City (‘24 uur per dag open’) zijn de avond ervoor waarschijnlijk al begonnen. De officieren van de onderzeebootschool werpen een afkeurende blik en bestellen alcoholvrije kvas bij het standje op het plein. Het is maandag, in Obninsk moet nog gewerkt worden.

Zo ver is het helemaal niet naar de hoofdstad, maar de Russische provincie begint meteen buiten de Moskouse ringweg. Hier in Obninsk lijkt het uitbundige WK, met zijn tienduizenden vrolijk uitgedoste buitenlandse fans, ineens heel ver weg. Anderhalf uur voor de laatste poulewedstrijd tegen Uruguay hebben de lokale cafés de flatscreens nog gewoon uit.

Bij restaurant Dikanka wil een man weten wanneer de sportbar op de eerste verdieping eindelijk open gaat. „Om vier uur”, zegt de serveerster. „Maar het is nu al kwart over vier”, zegt de man enigszins nerveus, terwijl hij een pakje sigaretten uit zijn borstzak vist.

De serveerster, in rood-wit geblokt dirndljurkje, blijft onverstoorbaar: „Het meisje met de sleutel komt zo.”

Met twee klinkende overwinningen tegen Saoedi-Arabië (5-0) en Egypte (3-1) heeft de Russische nationale ploeg zich voor het eerst sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie geplaatst voor de achtste finales van een WK.

‘Makkelijkste poule’

Op het wat vervallen plein langs de Leninboulevard overheerst nog de scepsis. „Wat waren dat nou helemaal voor ploegen?”, schampert Maria Prochorova, terwijl ze met haar linkerhand de kinderwagen zachtjes op een neer wiegt. „Als gastheer van het WK kregen we de makkelijkste poule”, zegt haar man Oleg. „Vandaag, tegen Uruguay, zullen we zien wat we echt waard zijn.”

Kom bij de Prochorovs niet aan met Russische voetbalsterren als Artjom Dzjoeba of Fjodor Smolov. „Miljonairs”, zegt Oleg met een vies gezicht. „Maar voetballen, ho maar.”

„Weet je wat het ergste is” , zegt Maksim Djetsjenko – iets te luid, want hij is flink aan het bier: „We zijn in Rusland met 148 miljoen. En we kunnen niet één fatsoenlijke speler opstellen!” Maria neemt stiekem een slokje van haar halve-liter blik Tuborg: „Hebben jullie dat ene nummer trouwens gezien op internet?”

Het vrolijke WK-lied van cabaratier Semjon Slepakov en zanger Sergej Sjnoerov is een uitstekende samenvatting van het Russische gemoed halverwege het WK. Geen Rus gaf iets voor de kansen van de nationale ploeg. Nu Rusland ineens een rol kan gaan spelen in de tweede fase van het toernooi maakt een cynische vrolijkheid zich meester van de Russen. „Vergeet de pensioenleeftijd”, zingen Slepakov en Sjnoerov: „Onze kampioenen zorgen voor jolijt!”

Slepakov en Sjnoerov doelen op het thema dat álle Russen bezighoudt en dat weinig met voetbal te maken heeft. Volgens veel Russen was het niet toevallig dat de regering uitgerekend op openingsdag van het WK bekend maakte dat de pensioenleeftijd wordt verhoogd met vijf (mannen) en acht jaar (vrouwen). Diezelfde dag werd ook nog eens bekend gemaakt dat het hoge btw-tarief stijgt van 18 naar 20 procent. Na vier jaar westerse sancties en economische tegenwind betekenen de maatregelen een nieuwe aanslag op de portemonnee van de gewone Rus.

Met al dat slechte nieuws is het onverwachte voetbalsucces een prettige verrassing. Maar je hoeft Russen niet te vertellen dat dat succes van tijdelijke aard is. „Een keertje verliezen kampioenen, en jullie zijn gewoon weer oenen”, zingen Slepakov en Sjnoerov.

In sportbar Atom, op de derde verdieping van het gloednieuwe winkelcentrum, gaan de koppen dan ook niet hangen als Rusland binnen een half uur spelen met 2-0 achter staat en na twee gele kaarten voor verdediger Igor Smolnikov met tien man in het veld staat. Gymnasiasten Timofej, Daniil en Vladimir schenken de alcoholvrije mojito’s nog eens bij en analyseren opgewekt de situatie. Ook bij verlies is de volgende ronde een feit, zegt Daniil. „Ik wist dat ze minstens de tweede plek in de poule zouden halen.”

„En Rusland is misschien de laagst gekwalificeerde WK-deelnemer op de FIFA-ranglijst (plaats 70), maar Saoedi-Arabië staat op 67”, vult Vladimir aan.

‘Ronaldo kunnen we hebben’

Vladimir geeft meteen zijn prognose voor de achtste finale, als Rusland speelt tegen Spanje of Portugal. Tegen Spanje gaat het ’m niet worden, zegt hij, maar tegen Portugal? „Portugal leunt vooral op Ronaldo.”

„Die kunnen we verdedigen”, zegt Daniil snel. „Dat hebben we in de wedstrijd tegen Egypte ook gedaan met Salah.” Hij krijgt zijn zin later niet: in Kaliningrad wordt Spanje winnaar van groep B en treft Rusland zo zondag in Moskou.

In de tweede helft, als de Russische verdediging de gaten op het veld niet meer krijgt dichtgelopen en een enorme afstraffing dreigt, begint de stemming toch te dalen – ondanks de commentatoren op tv, die al in vervoering raken als een Russische speler succesvol een bal breed legt op het middenveld.

Spartak-supporter Sergej Blochin zit in stilte te lijden. „Ze spelen voor eigen publiek, ze moeten laten zien dat ze er tot het laatst voor gaan.”

De 3-0 is bitter, maar het had veel erger kunnen zijn. „Flikkers!”, roept iemand in het publiek, maar de woedeaanval was gespeeld en iedereen haalt opgelucht adem. Blochin zegt dat hij niet teleurgesteld is, maar hij moet toch even op zijn tanden bijten. „We hebben twee wedstrijden goed gespeeld.”

    • Steven Derix