Steeds maar wachten om de zwanen te helpen. ‘Ik word gek’

Olielek Vrijwilligers zijn in groten getale toegestroomd om besmeurde zwanen te helpen. Moeten ze nou snel gewassen worden of niet?

Onder leiding van Rijkswaterstaat wordt bij de Maeslandtkering, tussen Hoek van Holland en Maassluis, een noodhospitaal geplaatst voor met olie besmeurde vogels. Foto David van Dam

De mensen aan de kade in Maassluis willen alleen maar helpen. „Maar we mógen niets”, zegt Frank Hosman. Hij draagt een blauwe polo van Stichting Dierennoodhulp West Nederland. De vrijwilligers zijn met z’n negentienen. Ze overleggen in kleine groepjes, roken sigaretten, turen over het water. Een vrouw stopt flessen Dreft in een kartonnen doos. „We zitten maar te wachten.” Straks gaat die doos in de grote rode tent achter haar, bij de andere schoonmaakmiddelen en handdoeken – de vaakst aangeleverde hulpgoederen. Hosman wijst naar de overkant van Het Scheur, zoals dit deel van de rivier tussen Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg heet. Een witte vlek. „Kijk, daar heb je er één. Waarom haalt niemand dat dier op?”

Grote ‘sponzen’

Zaterdagmiddag is een tanker in de Rotterdamse haven tegen een steiger gebotst waardoor zo’n tweehonderd ton stookolie in het water terechtkwam. Hoe het ongeluk heeft kunnen gebeuren is nog onduidelijk. De olie wordt uit het water gehaald, met grote ‘sponzen’ die speciaal voor dit doeleinde zijn gemaakt, maar zorgt intussen voor honderden gewonde vogels. Zwanen zijn tot nu toe de zichtbaarste slachtoffers, dat komt onder meer doordat velen in de rui zijn en hun ‘slagpennen’, waarmee ze vliegen, hebben verloren. Een grote groep verzamelt zich ieder jaar in dit gebied waar veel waterplanten zijn.

De vrijwilligers kwamen hier terecht omdat ze – aangedaan door het leed van de zwanen – op Facebook gingen zoeken en daar oproepjes vonden van allerlei particuliere en georganiseerde dierenliefhebbers. „Ik vond dat ik wel moest helpen”, zegt Petra, die in Vlaardingen woont. Zij werkt voor justitie met veroordeelde criminelen en wil daarom niet met haar achternaam worden genoemd. Zondag was het hier een en al bedrijvigheid, voeren de brandweerboten vol zwanen af en aan.

Met olie besmeurde zwanen gaan per auto naar een opvanglocatie in Rotterdam. Foto David van Dam

De vrijwilligers hebben zondag op aanraden van „iemand van de dierenambulance” zwanen geschrobd met afwasmiddel, zegt Frank Hosman. Dat voelde nuttig. Ze hebben de dieren in dozen gestopt, doek eroverheen. De ambulance heeft ze daarna naar verschillende opvanglocaties gebracht. Hosman: „Als ze de olie binnenkrijgen, worden ze ziek en gaan ze misschien dood. Daarom moet het eraf.” Maar vandaag kreeg Hosman van de Dierenbescherming op zijn donder omdat hij de vogels had staan boenen. „Dat is dan niet volgens het protocol. Wat maakt het uit. Als je niks doet gaan ze dood.”

Stress

Dat ligt een stuk genuanceerder, zegt voorzitter André de Baerdemaeker van Vogelklas Karel Schot in Rotterdam, waar 270 getroffen zwanen worden opgevangen. Samen met andere instellingen die vogels opvangen en met Rijkswaterstaat stelde hij het protocol op dat wordt toegepast bij dit soort olierampen. De Baerdemaeker raadt het ten zeerste af om de zwanen direct te wassen. Hij zegt juist dat zwanen nóg gestrester worden door het schrobben en pleit ervoor om de vogels eerst te laten „stabiliseren”, tot rust te laten komen. Bovendien verliezen de dieren door het geschrob een vette beschermingslaag en daarmee hun weerstand.

„Deze olie lijkt tot nu toe niet dodelijk”, zegt hij. „Wel hebben we vanochtend twee meerkoeten en een eend moeten euthanaseren. Die zijn zwakker.” Tot nu toe is bekend dat één zwaan het niet heeft overleefd. De Baerdemaeker hoopt dat de eerste zwanen over twee weken weer kunnen worden uitgezet, maar dat hangt ook af van de waterkwaliteit.

Een man in een roze polo met autosleutels in zijn hand mengt zich onder de vrijwilligers. Hij is van de Dierenbescherming. Even is er opluchting. „Wát kunnen we doen”, vraagt Hosman. Afwachten, dat kunnen ze doen. Want de opvangcentra in de regio – voornamelijk vogelasiels maar ook een loods van de gemeente – hebben hun capaciteit bereikt. Er worden maandag al zeker driehonderd zwanen opgevangen. Er zwemmen naar schatting nog zo’n achthonderd besmeurde zwanen rond.

Er zwemmen naar schatting nog zo’n achthonderd besmeurde zwanen rond

„Dat is het verhaal en daar moet je het mee doen”, zegt de medewerker van de Dierenbescherming – die zijn naam niet tegen NRC wil zeggen omdat hij vindt dat een persvoorlichter het woord moet voeren. Een vrijwilliger met een paardenstaart kan haar tranen niet bedwingen. „Dat wordt maar voor je beslist.”

Vogelwasstraat

Even verderop wordt onder leiding van Rijkswaterstaat een noodhospitaal met een grote „vogelwasstraat” gebouwd, zegt Brian Paul Mo-Ajok, van de Veiligheidsregio, die de leiding heeft over de crisissituatie. De noodopvang moet onderdak bieden aan zwanen die nu nog op het water zijn en moet uiterlijk woensdag af zijn. „Onze capaciteit is niet oneindig”, zegt Mo-Ajok, „dus je moet keuzes maken”. Dat betekent nu: alle pijlen op een groot noodhospitaal. En niet: nu meteen alternatieve opvangplekken zoeken voor de zwanen.

De man met de roze polo zegt tegen de vrijwilligers dat ze een broodje mogen halen bij de brandweer, die verderop met een paar wagens staat. De Dierenbescherming noteert wel de namen van gespecialiseerde vrijwilligers, bijvoorbeeld van een dierenarts die haar diensten komt aanbieden. „Ik kan dit niet aan”, zegt Petra. „Ik wil iets doen! Ik word gek!”

Schaftkeet

De besmeurde zwanen bezorgen de hulpdiensten veel werk, maar ook de vrijwilligers vragen aandacht. Mo-Ajok: „Zondag zagen we dat er honderden mensen hierheen kwamen die wilden helpen, toen hebben we besloten om hier ter plaatse te zijn.” Een paar honderd meter verwijderd van de vrijwilligerstent staat het ‘kamp’ van de Veiligheidsregio: een paar brandweerwagens en een schaftkeet.

Ook veel van de organisaties die rechtstreeks betrokken zijn bij het redden van de zwanen draaien op vrijwilligers; de dierenambulance, de vogelopvangcentra, de dierenbescherming. Dat maakt de coördinatie lastig, bijvoorbeeld doordat vrijwilligers doordeweeks niet beschikbaar zijn omdat ze moeten werken.

Vooralsnog worden alleen zwanen gevangen als ze niet op het water zijn. Foto David van Dam

Sommige vrijwilligers vertalen dat door te zeggen dat de hulpdiensten de zwanen gewoon dood laten gaan. „Het blijft een dilemma”, zegt Mo-Ajok. „Wij snappen ook wel dat ze de dieren uit het water willen hebben.” Hij zegt dat er door de brandweer nu alleen zwanen worden opgepikt die al op het land zijn, niet vogels die nog in het water zwemmen.

De schoonzoon van één van de vrijwilligers aan de kade in Maassluis is stiekem tóch zwanen aan het oppikken. „Kijk”, zegt zijn schoonvader, „als de dieren aan land zijn moet er wel een opvangplek voor ze gevonden worden”.

Correctie (25 juni 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd de achternaam van André de Baerdemaeker foutief geschreven als Baerdemaker. Dat is hierboven aangepast

    • Kim Bos