Rijksambtenaren krijgen 7 procent meer salaris in nieuwe cao

Dat hebben de vakbonden afgesproken met minister Ollongren van Binnenlandse Zaken. De loonsverhoging is uitgesmeerd over de komende anderhalf jaar.

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) afgelopen vrijdag op het Binnenhof. Foto Jerry Lampen/ANP

Rijksambtenaren zien hun loon de komende anderhalf jaar met in totaal 7 procent stijgen. Dat is het resultaat van een nieuwe cao die de vakbonden hebben afgesproken met minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66), laat het ministerie maandag weten. De nieuwe arbeidsovereenkomst maakt een einde aan de moeizame onderhandelingen tussen de ambtenaren en de minister, die sinds eind vorig jaar liepen.

De leden van de vakbonden die de cao hebben uitonderhandeld - FNV, CNV, AC en CMHF - moeten eerst nog akkoord gaan. Als zij dat doen, krijgen de 118.000 rijksambtenaren er al per 1 juli 3 procent bij. De tweede verhoging, van 2 procent, volgt in juli volgend jaar. Op 1 januari 2020 komt er tot slot nogmaals 2 procent bovenop de ambtenarensalarissen.

In de cao, die loopt tot juli 2020, liggen niet alleen afspraken vast over loon. De medewerkers van de Rijksoverheid krijgen meer inspraak in hun rooster. Ook mogen ze hun verlofdagen opsparen en krijgen ze de gelegenheid om hun vakantiegeld en eindejaarsbonus op een ander moment te laten uitkeren.

Lees ook: Geen serieus loonbod? Dan dreigt een ambtenarenstaking

Stroeve besprekingen

De loonstijging van 7 procent vormt het slotstuk van een half jaar aan stroeve cao-besprekingen. Sinds de vorige arbeidsovereenkomst in december afliep, spraken de bonden met het ministerie over een nieuwe cao. Het grote twistpunt daarbij waren de salarissen. De bonden eisten een loonsverhoging van 3,5 procent in één jaar. Ollongren kwam echter lange tijd niet over de brug - ze vond de eis te hoog maar deed geen tegenbod, ondanks dat de bonden daarvoor op 14 mei een ultimatum hadden gesteld.

Het aflopen van de deadline was voor de bonden reden om stakingen af te kondigen. In mei legden Arnhemse ambtenaren van de Belastingdienst het werk neer. De bonden kondigden nog meer stakingen aan, maar eind mei kwam Ollongren dan toch met een bod: 7 procent in drie jaar. De bonden, die in februari waren weggelopen uit het overleg, kwamen terug aan tafel. Uiteindelijk wisten ze de loonstijging uit te smeren over anderhalf in plaats van drie jaar. Per saldo krijgen ze zo net iets minder dan hun oorspronkelijke eis.

‘Mooi resultaat’

Ollongren zegt blij te zijn met de overeenkomst. “Het is een mooi resultaat, meer dan de gemiddelde loonontwikkeling in de markt.” In het eerste kwartaal van dit jaar waren de cao-lonen gemiddeld 1,7 procent hoger dan in dezelfde periode van 2017. Een woordvoerder van de minister zegt dat Ollongren hoopt dat “goed voorbeeld goed doet volgen”.

Dat het uitgerekend werknemers bij de Rijksoverheid de nodige moeite kostte een loonsverhoging te bedingen, was opmerkelijk. Premier Rutte, uiteindelijk de hoogste baas van alle rijksambtenaren, zei vorig jaar september dat wat hem betreft de lonen omhoog konden. De werkgeversorganisatie VNO-NCW deelde dat standpunt. Ook De Nederlandsche Bank riep op tot een stijging van de salarissen.

    • Vincent Sondermeijer