In Nigeria wordt gevochten om een grasrand van nog geen koe breed

Nomadische herders en boeren in Nigeria concurreren om land. Dat leidt tot hevig geweld. Het West-Afrikaanse land heeft de strijd met Boko Haram nog niet gewonnen of er wacht al een volgend conflict.

In de centraal gelegen Nigeriaanse deelstaat Benue wordt een uitvaart gehouden voor slachtoffers van een aanval die door Fulani-herders werd uitgevoerd op een kerk. Bij die aanval, die plaatshad op 22 mei jongstleden, werden zeventien gelovigen en twee priesters gedood. Foto Emmy Ibu/AFP

Iedere nacht bewaakt Husseini Lawan de randen van zijn akkers. ‘s Nachts slaan de herders toe, zegt hij. „Vroeger was er overal woud, groot genoeg voor iedereen, maar nu concurreren we om hetzelfde land.” De boer in Adamawa, in het noordoosten van Nigeria, vreest de nomadische veehouders en hun kuddes die in staat zijn in één nacht zijn hele oogst te vertrappen.

In grote delen van Nigeria is Boko Haram niet meer het grootste gevaar, maar wordt gevreesd voor gewelddadige confrontaties tussen herders en boeren. Volgens Amnesty International vielen er het afgelopen jaar in met name het midden van het West-Afrikaanse land meer dan 549 doden in aanvaringen tussen veehoeders en landbouwers. Duizenden mensen sloegen erdoor op de vlucht. Dit weekend kwamen zeker 86 mensen om het leven bij soortgelijke gevechten. Ook elders op het continent, zoals in Kenia, Oeganda en Mali, loopt de spanning tussen de twee groepen op.

Dat is de schuld van de veehoeders, zegt Husseini Lawan. De 38-jarige boer is zijn akker aan het omploegen om hem in te zaaien. De regentijd komt eraan. „Tegenwoordig sturen herders hun koeien zomaar mijn land op. De schade interesseert hen niets, ze willen alleen maar hun vee vetmesten.”

Maar volgens herder Nyako Jibril treft juist boeren de blaam. De dertiger gaat om zeven uur ’s ochtends op pad met zo’n honderd koeien, deels zijn eigendom, deels van zijn vader. Ze houden de dieren uit elkaar door de oormerken. Letterlijk: het aantal japen in het koeienoor geeft aan wie de eigenaar is. Naar school ging Jibril nooit. Vanaf zijn tiende hoedt hij het vee, maar dat wordt almaar moeilijker: „Steeds meer graasgronden worden door boeren bebouwd. Zelfs de veepaden zijn verdwenen. Daardoor is het bijna onmogelijk om je vee te weiden zonder over boerenland te gaan. Ook voor een ervaren herder.”

Honderden mensen gedood en vrijwel geen persoon berecht. Vind je het gek dat mensen het recht in eigen hand nemen?

Waterbron

De aanleiding voor het geweld lijkt vaak futiel. Zoals het nauwe stroompje in de rivierbedding tussen de dorpjes Simba en Tiya in Adamawa. Je kunt er niet eens in pootjebaden, maar deze waterbron gaf in de namiddag van 1 februari dit jaar de aanzet tot een conflict waarbij in twee dagen tientallen doden vielen. Dat een handgemeen tussen een boerenjongen uit Simba die zijn was deed in het troebele water en een herdersjongen uit Tiya die er zijn dorstige koeien wilde drenken, zó uit de hand kon lopen, wijst op een groter onderliggend probleem.

De toenemende concurrentie om land is vooral zichtbaar in het midden van Nigeria: koeien in een maïsveld aan de rand van hoofdstad Abuja; oprukkende akkers die stukje bij beetje de weidegronden overnemen in de centraal gelegen deelstaat Bauchi; een strookje groen in het boerenland in de hoogvlaktes van Jos, waar amper een koe op past maar waar een hele kudde moet grazen.

De oorzaak ligt deels in de verwoestijning in het noorden van Nigeria. Door droogte en ontbossing gaat volgens de VN jaarlijks zo’n 350.000 hectare grond verloren, die bestemd was voor veeteelt of landbouw. Dat drijft de nomadische herders die daar vertoefden zuidwaarts, maar ook daar valt steeds minder te grazen. De explosief groeiende Nigeriaanse bevolking – nu al zo’n 180 miljoen mensen, volgens VN-voorspellingen worden het er 300 miljoen in 2050 – maakt steeds meer aanspraak op het land. Waar herders voorheen hun vee konden weiden, staan nu huizen of gewassen.

„Herders zijn gevangen in enclaves en kunnen geen kant meer op. Een groeiend probleem, waar we al decennia voor waarschuwen”, zegt Ahmed Joda. De Nigeriaanse veehouder behoort zoals de meeste herders tot het Fulani-volk. In de jaren negentig richtte hij de NGO Pastoral Resolve op, die zich sterk maakt voor de herinvoering van speciale graasgebieden. In 1959 wees de koloniale regering al zulke zones aan, beleid dat werd overgenomen na de onafhankelijkheid. Maar de autoriteiten verzuimden de graasgebieden te beschermen. Inmiddels is dat land grotendeels opgeslokt door speculatie en landbouw.

Een foto uit mei 2017 toont vee op een erf nabij de stad Kaduna, in het noorden van Nigeria. In het noorden van Nigeria, zoals in de deelstaat Kaduna, zijn veel veedieven actief.Foto Stefan Heunis/AFP

Boerenorganisaties in Nigeria zeggen dat er in deze moderne tijd geen plaats meer is voor nomadische herders. Joda, die vee houdt op een ranch, kan zich daarin vinden. „Herders trekken uit noodzaak, en om twee redenen: weidegrond en water. Als die op één plek te vinden zijn, zullen ze zich er vestigen.”

Falende overheid

Maar dan moet de overheid er ook andere publieke voorzieningen treffen, zoals scholen en gezondheidscentra, stelt Joda. En juist die rol van de overheid is het probleem, volgens de 88-jarige voormalige hoge rijksambtenaar: „Onze openbare instellingen functioneren nauwelijks en het ontbreekt aan geloofwaardig politiek leiderschap.”

In het conflict tussen boeren en herders is de falende Nigeriaanse overheid een escalerende factor. Waar zij naliet de graaszones af te dwingen, blijft nu een antwoord op de crisis uit. En terwijl de regering weinig doet, grijpen politici het conflict aan om hun achterban te versterken.

„Het probleem is politiek geworden”, zegt Joda. Zo legt de ene politicus de nadruk op het feit dat de meeste herders moslim zijn en de boeren vaak christen, de ander accentueert juist de etnische aspecten van het conflict – het helpt niet dat de zittende president ook een Fulani is. Weer een ander gebruikt het conflict om veehouders te verdrijven van land waar hij zelf een oogje op heeft. En om de chaos compleet te maken, doen criminele bendes op plundertocht zich voor als Fulani-herders.

Eén ding hebben de partijen gemeen: niemand vertrouwt op de autoriteiten om het conflict op te lossen. De corruptie bij politie en justitie is daar debet aan. Wie naar de politie stapt, moet betalen voor een arrestatie en als de tegenpartij meer betaalt, is hij ook zo weer vrij. Die straffeloosheid leidt onvermijdelijk tot eigenrichting, stelt Joda: „Honderden mensen gedood en vrijwel geen persoon berecht. Vind je het gek dat mensen het recht in eigen hand nemen?”

Vergeldingsacties

Na het handgemeen tussen de herder en de boerenjongen aan het stroompje, waarbij de eerste een mes trok en de ander verwondde, namen de boeren uit Simba wraak. Zij doodden drie herders. In een vergeldingsactie vielen de Fulani daarna weer Simba aan, waarbij vier doden vielen en zo’n 120 huizen in vlammen opgingen.

Kenan Dabiya was thuis toen de aanval begon, vertelt hij: „Toen ik de schoten hoorde, ben ik meteen gaan rennen. Ik heb niet eens mijn slippers aangeschoten.” Een paar jaar geleden sloeg hij al eens met zijn gezin op de vlucht toen Boko Haram de nabijgelegen stad Yola dreigde in te nemen. Nu werd hij opnieuw uit zijn dorp verdreven. De onderwijzer staat in de opslagruimte van zijn uitgebrande huis, een karkas zonder dak, en wijst op de twee zwartgeblakerde waterpotten, het enige wat er over is van zijn voorraad. De 67 zakken maïs en 43 zakken pinda’s die hem en zijn gezin hadden moeten voorzien van voedsel en inkomen, zijn in vlammen opgegaan.

Ook Umma Hamman uit Tiya verloor alles bij de aanval. Ze was alleen thuis met haar kinderen, de mannen waren met hun koeien in het veld. De Fulani-vrouw zag de jongens uit Simba van verre de heuvel op lopen en hoorde hen schreeuwen om wraak. Met haar acht kinderen maakte ze dat ze wegkwam.

De vrede tussen Simba en Tiya keerde uiteindelijk terug, maar Hamman zelf durfde pas na drie maanden terug te keren naar haar dorp. Van haar ronde hut stonden alleen de lemen muren nog overeind. Daar woont ze nu naast, in een iglo van stokken met stro en een zeil erover gespannen.

De vrouw, die schat dat ze eind vijftig is, woont al twintig jaar in Tiya. „Dit is alles wat ik heb”, zegt ze. Na de confrontatie met het buurdorp voelt ze zich er niet meer op haar gemak. „Vroeger kenden we elkaar en hadden geen vrees. Maar nu is er angst in onze harten gezaaid.”

    • Femke van Zeijl