Oculus Go verplettert andere VR-brillen

VR-bril De Oculus Go luidt een nieuw tijdperk in voor virtual reality: betaalbare, mobiele VR met de best haalbare beeldkwaliteit.

In de app Oculus Venues kunnen kijkers WK-wedstrijden volgen in virtual reality

Vergeet even het bekende toekomstscenario rond virtual reality (VR), waarin hele volksstammen in door de computer ontworpen virtuele werelden ronddolen, zoals Steven Spielberg oproept in zijn laatste sciencefictionfilm Ready Player One. De Oculus Go zal die toekomst niet veel dichterbij brengen – er zijn nog veel stappen nodig voordat VR het platte beeldscherm vervangt en mensen voorgoed in digitale werelden onderdompelt, als dat überhaupt ooit gebeurt.

Toch heeft Facebookdochter Oculus een revolutionaire apparaat gemaakt, dat op veel vlakken veel duurdere concurrenten verslaat.

Wie tot nu toe een VR-bril wilde kopen moest kiezen tussen goed-en-duur of goedkoop-en-belabberd. Viel de keuze op een instapmodel van minder dan 200 euro, dan had je een smartphone nodig die dienst deed als scherm. De beeldkwaliteit van de brillen in deze categorie, zoals de Samsung Gear VR en Google Daydream laat nogal te wensen over: de meeste smartphones missen de resolutie en rekenkracht voor een overtuigende VR-ervaring.

Wie serieus met VR aan de slag wilde, moest diep in de buidel tasten. De bekendste high-end-brillen, de Oculus Rift en HTC Vive werken alleen met behoorlijk krachtige pc’s. Daardoor was je, inclusief de prijs voor de bril, al snel 2.500 euro kwijt. Bovendien zijn deze brillen met een snoer aan de computer verbonden, wat rondlopen in een virtuele ruimte een soms wat hachelijke onderneming maakt.

‘Virtual reality is verslavender en gevaarlijker dan social media’

De Oculus Go overwint veel van deze beperkingen, en luidt zo een nieuw tijdperk in voor virtual reality (VR). Een tijdperk van betaalbare, mobiele vr-brillen met de best haalbare beeldkwaliteit.

Alles zit in de bril

Alles wat je nodig hebt zit in de bril: een scherm, een processor, kleine speakers, plus de lenzen en het omhulsel. Oculus is erin geslaagd dit pakket voor een heel redelijke prijs aan te bieden: de bril kost 219 euro. Daarmee maakt de Go haarscherpe virtual reality toegankelijker dan het ooit is geweest.

Na de gestroomlijnde installatie heb je beschikking over meer dan duizend titels in de Oculus-winkel. De app van The New York Times biedt een schat aan journalistieke VR-films. Met de Netflix-app kun je films en series streamen op een gigantisch scherm in een luxe virtuele huiskamer of bioscoop. In VRchat en Oculus Rules ontmoet je avatars van mensen in virtuele werelden. Er zijn talloze games te spelen, zoals République VR, een spannende kruip-door-sluip-door-game waarin je een meisje helpt ontsnappen uit een futuristische inrichting; Settlers of Catan waarin je het bekende bordspel met mensen over de hele wereld kunt spelen; het intense ruimte-schietspel Anshar Online; en voor kinderen: Pet Lab, waarin je als een Harry Potter met toverstaf magische wezentjes creëert.

De grote hoeveelheid beschikbare apps is ook een nadeel: je moet jezelf een weg zien te banen door de rotzooi. Het aanbod goede VR-content is nog altijd mager, en dat probleem lost de Go niet op.

De Go doet qua beeldkwaliteit niet onder voor de véél duurdere concurrenten Oculus Rift en HTC Vive. De resolutie van het 5.5-inch scherm (2560 x 1440 of 1280 x 1440 per oog) is hoger dan die van de concurrentie. Maar doordat de Go is uitgerust met een bescheiden mobiele processor is de refresh rate (de snelheid waarmee de pixels worden ververst) van 60Hz tot 72Hz wat lager dan de nieuwste en duurste VR-brillen.

Eén van de V knapste technische hoogstandjes is dat de ontwikkelaars van Oculus erin zijn geslaagd het ‘screen door effect’ op te heffen. Dat effect treedt op als je een scherm uitvergroot, zoals met lenzen in een VR-bril gebeurt: dan worden de smalle lijntjes tussen pixels zichtbaar, resulterend in een lelijk raster van lijnen over het beeldscherm. In de dure Rift en Vive zijn die irritante lijntjes nog heel goed te zien, maar in de betaalbare Go zijn ze dankzij het moderne LCD-scherm en de uitstekende lenzen zo goed als verdwenen.

Geen bewegingssensoren

Het ontwerp van de bril doet denken aan dat van de Google Daydream: een nette, maar ook een beetje saaie, stoffen bril. Bij de Go wordt een controller geleverd die perfect reageert op polsbewegingen. Met dit apparaatje kun je dingen aanwijzen en selecteren, door menu’s scrollen, of hij doet dienst als pistool of toverstaf.

VR biedt kansen voor de journalistiek

De Go verslaat de duurdere concurrenten zeker niet op elk vlak. Zo werkt de bril niet met bewegingssensoren, in tegenstelling tot de Rift en Vive. Die sensoren maken het mogelijk om elke beweging die je maakt in VR te volgen, waardoor de ervaring van de Rift en Vive nog intenser is dan wat de Go te bieden heeft.

Ook lost de Go, ondanks alles wat vóór deze fantastische VR-bril spreekt, niet de meest fundamentele problemen op waarmee virtual reality te kampen heeft. Je onderdompelen in VR betekent anno 2018 nog altijd: een groot log apparaat op je hoofd zetten en jezelf compleet afzonderen van de rest van de wereld. Dat is voor tien minuten niet zo erg, maar je kunt bijvoorbeeld met zo’n gevaarte op je hoofd niet even een slok uit een glas nemen of een berichtje op je telefoon bekijken.

Bovendien is de Go zwaar: het gewicht van alle ingebouwde hardware wordt na een tijdje oncomfortabel en het apparaat laat bij veel gebruikers rode vlekken op de jukbeenderen achter. Een ander niet snel te verhelpen obstakel: zo’n log apparaat op je hoofd ziet er nogal vreemd uit; mensen zullen je uitlachen met de Go op.

Voor wie daar geen probleem mee heeft biedt de Oculus Go het beste van twee werelden: de beste beeldkwaliteit voor een betaalbare prijs.

Met dank aan XRBASE in Amsterdam voor het testen van de Rift en HTC Vive

    • Reinier Kist