Opinie

    • Marjoleine de Vos

Niets betekenen, toch iets veroorzaken

De interviewer deed duidelijk zijn best. Hij viste een zin uit een boek van Philip Roth over seks en dood en vroeg de schrijver: Wat betekent dat? Oh nee! reageerde de schrijver geërgerd. „Zal ik je eens wat zeggen? Ik weet zelf helemaal niets. Begrijp je? Ik heb geen flauw idee.”

Literatuur is er niet voor, zegt Roth, om dingen te beweren. Als hij iets te zeggen had tegen de wereld, dan was hij wel journalist geworden of politicus. „De kern van alle literatuur is dat je zegt: stel je voor dat dit of dat gebeurt, of had kunnen gebeuren. [...] Wat-als is het uitgangspunt van literatuur. Lees het boek. Vraag mij er niet naar.”

Het was geen makkelijk interview dat Martin Krasnik in 2005 met Roth had en dat De Groene Amsterdammer op de site zette. Roth is weerspannig, hij lacht niet, hij keurt vragen af. Wat hij geweldig zou vinden, zegt hij, „is een moratorium van honderd jaar op het spreken over literatuur, dat we alle literatuurvakgroepen zouden sluiten, de literaire tijdschriften opdoeken, de critici de mond snoeren. De lezers zouden alleen moeten zijn met de boeken en als iemand er iets van zou durven zeggen zou hij worden doodgeschoten of ter plekke in de gevangenis gesmeten. Doodgeschoten, ja.”

Toe maar. Roth doet echt goed zijn best. Intussen beweert hij natuurlijk wel belangrijke dingen over literatuur, zoals: het gaat om verbeelding. Het gaat om taal. Let op de details.

Het kan lijken alsof hij daarmee het schrijven van literatuur van al zijn belang ontdoet. Je mag er geen algemene conclusies uit trekken over de wereld. Je mag de schrijver niet vragen wat hij bedoelde. Je mag alleen maar lezen.

Het doet denken aan wat Hans van Manen graag zegt over dans: „Dans drukt dans uit.” Niet de wereldpolitiek dus, of een jeugdtrauma, maar dans. En wat heb je daar dan aan?

Onlangs zat ik in een dertiende-eeuwse kerk – plafondschilderingen, zonlicht door de ramen, wuivende bomen daarachter – te luisteren naar het Cello Octet Amsterdam dat het licht en de tijd omzette in klanken. Simeon ten Holt. Muziek die muziek uitdrukt. Ze betekenen niets, die noten. Maar de muziek veroorzaakte wel iets. Alles raakte gevuld met betekenis. „Als je dit hoort, weet je waarom je leeft”, zei iemand eens toen we samen naar deze muziek luisterden en ik knikte want het leek me precies waar.

En waarom leef je dan? Om dit te horen.

De betekenis is nooit dat Bach zijn naam schreef in noten of zoiets. Of dat een personage van Philip Roth iets over seks en dood beweert. Dat zijn geintjes. De betekenis van een roman is ook niet dat-ie iets voorspeld lijkt te hebben, of lijkt op ware gebeurtenissen. Het gaat evenmin om wat je herkent, al is het fijn om wat te herkennen. Een kunstwerk is geen puzzel en geen spiegel, al kun je er dingen door gaan begrijpen of gaan zien.

Maar wat dan? Wat wil die Roth dan? Behalve de interviewer ergeren die het daar misschien wel zelf naar gemaakt had en die gezien zijn vragen, enigszins leed aan het misverstand dat een schrijver allerlei belangrijke dingen over de wereld te beweren heeft.

Dat kan wel zo zijn, maar niet los van het boek. Die belangrijke dingen komen helemaal via de ervaring van de lezer (waarbij een literatuurvakgroep of een criticus juist een mooie rol kan spelen). En dan kan die lezer iets meemaken. Weten waarom je leeft. Om dit, hier, nu.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.
    • Marjoleine de Vos