Messi en Mikel waren maestro’s zonder zorg

Nigeria- Argentinië

Ze waren de besten op het WK onder 20 in Nederland. Dinsdagavond, 13 jaar later, spelen Mikel en Messi om zoveel meer dan de eer.

Lionel Messi (in blauw-wit) op de hielen gezeten door John Obi Mikel in de finale van het WK onder 20 in Utrecht in 2005. Foto Ed Oudenaarden/ANP

De een is een taaie beer van 1 meter 88 in het hart van de Nigeriaanse ploeg. De ander is een fragiele dribbelaar uit het Argentijnse Rosario die met dank aan groeihormonen nog net de 1 meter 70 zou aantikken.

Ze lijken in bijna niets op elkaar, de behendige Lionel Messi en de statige John Obi Mikel. Toch zijn ze in de zomer van 2005 elkaars grootste concurrenten op het WK voor spelers onder 20 jaar in Nederland. Niet alleen omdat Argentinië en Nigeria de finale halen. Ze zijn ook de voornaamste gegadigden voor de individuele hoofdprijs. Eén van hen wordt de beste speler van het toernooi. Wie?

Al voor het WK wist Piet de Visser (83) het antwoord. De Nederlandse oud-trainer en scout van eerst PSV en toen Chelsea bracht enkele jaren daarvoor een bezoek aan de opleiding van FC Barcelona en zag daar een talent dat opponenten passeerde alsof ze lucht waren. Messi was de parel van La Masiá. „De eerste wedstrijd zat hij op de bank en werd ik vierkant uitgelachen”, zegt De Visser, analist bij de NOS in 2005. „Let maar op, zei ik, jullie zullen wat gaan zien.”

Veelbelovende carriére

Dertien jaar later gaat het opnieuw tussen Messi en Mikel. Een weerzien van de beste en één na beste speler van toen, strijdend om een plek in de achtste finales van het WK. Wint Argentinië dinsdag niet van Nigeria, dan kan Messi naar huis. Voor Nigeria, waar Mikel ondanks een gebroken hand toch speelt, volstaat een gelijkspel als IJsland niet van Kroatië wint.

„Ik moet er niet aan denken dat de beste voetballer die er is misschien wel wordt uitgeschakeld”, zegt De Visser. „Een heel trieste gedachte.”

In 2005 staan beide spelers aan de vooravond van een veelbelovende carrière. Voor de zeventienjarige Messi is het misschien wel het laatste toernooi waarin hij kind kon zijn. Hij haalde met Sergio Agüero stiekem snoep uit een automaat in het hotel en werd verliefd op een medewerkster. De torenhoge druk van nu is dan nog een onbestaande last.

Hoewel? Voor de finale krijgt hij een belletje. De stem aan de andere kant is die van Maradona, die hem vraagt of hij de wereldcup zal meebrengen. Messi is ietwat overweldigd, zo blijkt uit zijn gelijknamige biografie. Ja, antwoordt hij. Wat zeg je anders tegen je beroemdste landgenoot?

Machtsstrijd om tiener

Ten tijde van het WK van 2005 vecht de Europese top al een jaar om de 18-jarige Mikel. De speler van Lyn uit Oslo blijkt met twee clubs tegelijk te flirten. Met Chelsea én met Manchester United. Sir Alex Ferguson wil hem per se hebben, José Mourinho ook.

In de haast presenteert Manchester United hem op een persconferentie. Maar Chelsea geeft niet op. De club meent evenveel recht te hebben op de meest gewilde speler van Afrika. Eigenaar Roman Abramovitsj wil Mikel zo graag hebben dat hij volgens Britse media een bijna militaire operatie opzet en hem via een escorte van zes auto’s naar het huis van trainer Mourinho laat vervoeren.

Met dat charmeoffensief wordt de basis gelegd voor een dienstverband van ruim tien jaar in Londen, waar Mikel 372 duels speelt voordat een gebrek aan speeltijd hem naar het Chinese Tjainjin Teda drijft. „Mikel is sterk, heeft een goede techniek, maar heeft altijd de snelheid en wendbaarheid gemist om een wereldspeler te worden”, zegt De Visser. „In reguliere competitieduels kwam hij goed mee, in topduels vond ik hem minder. Hij speelt te veel in een tempo.”

Messi overtrof alle verwachtingen. Hij ontving de gouden bal van prins Willem-Alexander, zou met Barcelona de wereld gaan kietelen met oogstrelend voetbal. Maar in het Argentijnse shirt? Twee goals maakt hij in de gewonnen finale op het jeugd WK in Utrecht, maar met de hoofdmacht blijft een hoofdprijs vooralsnog uit. De Visser: „Argentinië slaagt er maar niet in om een goed team om hem heen te bouwen.”

    • Fabian van der Poll