Meer dan ooit de republiek van Erdogan

Turkije

Zijn land is na de verkiezingen totaal verdeeld. Maar zijn macht is groter dan ooit.

Een poster met het gezicht van Erdogan, met de tekst: "Ons volk heeft gewonnen, Turkije heeft gewonnen. Dankjewel Istanbul." Foto Osman Orsal / Reuters

De uitslag van de parlements- en presidentsverkiezingen in Turkije toont een tot op het bot verdeeld land. Terwijl conservatief-religieuze Turken president Erdogan zien als een held, die een einde heeft gemaakt aan hun economische en sociale marginalisatie, zien seculiere Turken hem als een corrupte dictator die hun vrijheden afpakt en de economie ten gronde richt. Ondanks de repressie van politieke tegenstanders, en de oneerlijke campagne, stemde bijna de helft van de kiezers niet op hem.

Toch is Turkije vanaf nu meer dan ooit de republiek van Recep Tayyip Erdogan. Erdogan heeft zeven jaar lang geijverd voor de invoering van een presidentieel systeem, waarbij hij alle uitvoerende macht in handen heeft. Vorig jaar werd dat systeem per referendum goedgekeurd, en na de parlements- en presidentsverkiezingen van zondag is het bekrachtigd.

Daarmee staat Erdogan op het toppunt van zijn macht tot nu toe. De man die de Turkse politiek sinds 2002 domineert, en zijn lange reeks verkiezingsoverwinningen gebruikt om een ‘dictatuur van de meerderheid’ te rechtvaardigen, heeft zich zondag niet alleen verzekerd van een nieuwe termijn van vijf jaar. Hij krijgt ook een ongekende macht, die volgens grondwetsexperts nauwelijks wordt ingeperkt door parlementaire of gerechtelijke controle.

Lees ook: Erdogan wint op alle fronten. De oppositie geeft de nederlaag schoorvoetend toe en waarschuwt dat de Turkse democratie nu in de gevarenzone belandt.

„Het is uitgesloten dat we teruggaan van waar we ons land hebben gebracht wat betreft de democratie en de economie”, zei Erdogan zondagnacht in zijn overwinningstoespraak. „We zullen niet stoppen totdat Turkije tot de tien grootste economieën in de wereld behoort.”

In het nieuwe systeem staat de president aan het hoofd van de regering. De functie van premier wordt geschrapt. Erdogan krijgt de bevoegdheid om één of meer vicepresidenten benoemen, evenals ministers, hoge ambtenaren en rechters. Ook de begroting wordt door de president opgesteld in plaats van het parlement.

Sommige Turken hopen dat Erdogan zijn toon zal matigen nu zijn positie onaantastbaar is. Maar daar was weinig van te merken in zijn overwinningstoespraak. Een strijdbare Erdogan prees zijn aanhangers voor hun trouwe steun sinds 2002. We hebben ons land „gered van samenzweerders, coupplegers, politieke en economische huurmoordenaars en terroristische organisaties”.

Erdogan zei dat hij vastberaden blijft in de strijd tegen „terroristische organisaties” en dat Turkije zal doorgaan met het „bevrijden van Syrisch grondgebied” zodat vluchtelingen kunnen terugkeren naar hun land. Dat betekent dat de militaire operaties tegen de Koerdische guerrillabeweging PKK in Syrië en Irak voorlopig zullen doorgaan – of het Westen dat nou leuk vindt of niet.

Toch was Erdogan’s zege niet zo groot als gehoopt. Zijn AKP bleef in de parlementsverkiezingen steken op 42 procent, waardoor de partij haar meerderheid kwijtraakt. Erdogan werd gered door de nationalistische MHP, waarmee hij een alliantie heeft gevormd. De MHP behaalde zondag 11 procent van de stemmen, een opmerkelijk goed resultaat dat heeft geleid tot vermoedens van fraude. Maar daarvoor is geen bewijs.

Nationalistische koers

Onder invloed van de MHP is Erdogan de afgelopen jaren een meer nationalistische koers gaan varen. In tegenstelling tot het seculiere nationalisme van voorheen, is Erdogans nationalisme uitgesproken islamitisch, anti-westers en naar binnen gekeerd. Bahceli is nu in de positie om enkele ministersposten op te eisen. Hij zal waarschijnlijk elke poging blokkeren om het vredesproces met de Koerdische guerrillabeweging PKK nieuw leven in te blazen.

De eerste prioriteit is de economie, die ernstig oververhit is. Erdogan heeft na de couppoging in 2016 een crisis afgewend met omvangrijke stimuleringsmaatregelen. Ook in aanloop naar de verkiezingen heeft hij miljarden uitgegeven. Het resultaat is een economie die drijft op schulden en afhankelijk is van buitenlandse financiering. Maar door de repressie, de hoge inflatie (12 procent) en de twijfels over de onafhankelijkheid van de centrale bank, is het voor Turkije steeds moeilijker om investeerders te trekken. De lira verloor dit jaar al 20 procent van zijn waarde. Economen waarschuwen voor een harde landing.

    • Toon Beemsterboer