Lift

Als ik om acht uur naar mijn werk rijd, zie ik een oudere dame liftend langs de kant van de weg staan. Ze heeft twee staartjes in en haar duim gaat driftig gebarend op en neer. Als ik stop, komt ze direct naar me toe en zegt dat ze de trein moet halen. „Soms heb je van die dagen dat alles hopeloos misgaat!”

Ze spoort me aan haast te maken. Belast met enige beroepsdeformatie vraag ik haar of ze verward is. En of ze een telefoon heeft en ik iemand voor haar kan bellen.

„Nee, zegt ze, ik heb niet zo’n veegdoos! Mijn kleindochter wacht op station Amersfoort.”

Ik zet haar af bij het station en ze geeft me een kus op mijn wang.

Lezers zijn de auteur van deze rubriek. Insturen in max. 120 woorden via ik@nrc.nl