In kasteelstadje Fougères is ‘Ouest France’ nog steeds een instituut

Regiopers in Frankrijk Ouest France is groter dan Le Monde of Le Figaro. „We informeren onze lezers van de gemeente tot de wereld.”

Kiosk in Parijs. Jacques DEMARTHON/AFP

Het is met dagelijks bijna 700.000 betaalde exemplaren het grootste Franstalige dagblad ter wereld. De oplages van titels als Le Monde of Le Figaro komen nog niet tot de helft daarvan. Maar Ouest France, de regiokrant in Bretagne, Zuid-Normandië en het Pays de la Loire, is vóór alles een lokale krant, dichtbij de mensen.

„Vakantiesfeer in het buurtcentrum”, kopt de lokale editie in het stadje Fougères op pagina 12. Daarnaast een wat geforceerd groepsportret van zes mensen die in een nabij dorp zomeractiviteiten organiseren. „Dit is waarvoor we gelezen worden”, wijst bureauchef Antoine Victot. „We informeren onze lezers van de gemeente tot de wereld, zoals we altijd zeggen. Maar voor lokale informatie zijn we uniek.”

Victot is, sinds 2015, een van de twee journalisten op de lokale redactie in kasteelstadje Fougères. Er werkt nu ook nog een secretaresse, Jocelyne. Na 32 dienstjaren vertrekt zij binnenkort met pensioen. Ze wordt waarschijnlijk niet vervangen. De advertentieafdeling is eerder al vertrokken. Maar de redactie huist nog altijd in een modern pand met drie verdiepingen, op een prominente plek in een winkelstraat. Ouest France is hier een instituut.

Dagelijks maakt de krant liefst 54 verschillende edities. De eerste pagina’s zijn overal hetzelfde: wereldnieuws (door eigen buitenlandcorrespondenten) en Frans nieuws (vanuit regiohoofdstad Rennes en vanaf de redactie in Parijs). Daarna volgt West-Frans regionieuws, departementsnieuws en uiteindelijk het allerlokaalste nieuws, uit de eigen gemeente.

De vier pagina’s over Fougères (20.000 inwoners) en omliggende plaatsjes worden gevuld door de professionele journalisten hier op het bureau én door zogenoemde „lokale correspondenten”. Dat zijn goed geïnformeerde amateurs, vaak gepensioneerden, die vooral schrijven over rurale rimpelingen: een muziekfestival, een open dag of de activiteiten van het buurtcentrum. Totaal onderhoudt de krant een netwerk van meer dan 2.500 van deze mensen (op 570 professionele journalisten). Voor een stuk krijgen ze zo’n 25 euro en nog eens 4 euro voor een foto. De artikelen zijn niet gesigneerd, de redactie is juridisch aansprakelijk voor de inhoud.

De berichtgeving op al die niveaus verklaart het succes, denkt hoofdredacteur François-Xavier Lefranc in Rennes, waar het hoofdkantoor van Ouest France staat. De oplage is de laatste jaren wel gedaald, maar minder hard dan elders. De website (ook hier geldt: „digital first”) bereikt nu voor 70 procent lezers buiten het traditionele verspreidingsgebied.

Stichting zonder winstoogmerk

In 2016 draaiden krant en site een omzet van 295 miljoen euro. De Groupe Sipa- Ouest-France, ook voor de helft eigenaar van de landelijke nieuwssite 20minutes.fr, zette bijna een miljard om. Terwijl alle grote landelijke kranten in Frankrijk in handen zijn van miljardairs, is de Ouest France-groep eigendom van een stichting zonder winstoogmerk, de ‘Stichting voor steun aan de grondbeginselen van de humanistische democratie’.

„Je kunt het lokale leven niet begrijpen als je de ontwikkelingen in de wereld niet begrijpt”, zegt Lefranc. Maar veel andere Franse regiokranten hebben het niet-lokale nieuws verbannen tot eenvormige berichtjes op de laatste paar pagina’s. „Onze regio draait op landbouw en de voedingsindustrie. Om de problemen van varkensboeren of melkveehouders uit te leggen, moet je ook reportages brengen over het embargo tegen Rusland of over de situatie op de Chinese markt.”

Maar altijd fatsoenlijk. Iedere journalist van het van oorsprong sociaal-christelijke Ouest France is doordrongen van het „redactiehandvest”. Journalist Antoine Victot in Fougères slaat het boekwerk open op de pagina met de vier belangrijkste journalistieke regels: „Zeggen zonder schade toe te brengen, tonen zonder te choqueren, getuigen zonder te hinderen, aan de kaak stellen zonder te veroordelen”.

Geen mensen in handboeien

„Dat zijn onze humanistische waarden, daar praten we dagelijks over”, zegt Lefranc. „De Franse wet verbiedt het tegenwoordig om foto’s af te drukken van mensen in handboeien, maar wij hebben dat nooit toegestaan. Ook van de arrestatie van Saddam Hoessein hebben wij geen beelden afgedrukt. We zijn daar heel strikt in. We geloven oprecht dat we als journalisten een belangrijke rol spelen in de democratie en bij het samenleven.”

Dat laatste speelde onlangs in Fougères. Bij een verjaarsfeestje in de buurt was een meisje overleden dat twee hoog naar beneden was gevallen. Victots collega ondervroeg de buren, die zeiden dat er alcohol en drugs in het spel zouden zijn geweest. „Dat hebben we op de website gezet, maar het duurde niet lang voordat de familie hier woedend op de stoep stond.”

Terwijl Victot het verhaal vertelt houdt hij angstvallig de deur naar de winkelstraat in de gaten, alsof die elk moment weer kan openzwaaien. „We hebben het bericht aangepast: de drugs en de observatie dat ze op straat in een plas bloed lag, hebben we weggehaald”, zegt Victot. „We hadden onze eigen grenzen opgezocht.”

    • Peter Vermaas