Hoe Amerikaanse techreuzen ‘culture wars’ in worden gezogen

Polarisering

Technologie wordt politiek in de VS. Medewerkers van Amazon, Microsoft en Google kapittelen samenwerkingen met de regering.

President Donald Trump in gesprek met onder meer Jeff Bezos van Amazon (tweede van links), Larry Page van Alphabet (rechts daarnaast) en Tim Cook van Apple (tweede van rechts) Foto Timothy A. Clary/AFP

In het land waar zo langzamerhand álles politiek is, worden ook grote technologiebedrijven zoals Google, Microsoft en Amazon de culture wars in gezogen. De rijkste en succesvolste bedrijven van de wereld worden daardoor onderdeel van de almaar sterker polariserende politieke strijd in de VS over immigratie en culturele identiteit.

Medewerkers van de techreuzen roeren zich op verschillende manieren tegen de regering-Trump en dwingen hun werkgevers om samenwerkingen met overheden te stoppen. Vooral na de maatschappelijke onrust over het scheiden van illegale migranten en hun kinderen aan de Mexicaanse grens, neemt de polarisering bij de bedrijven verder toe.

Afgelopen weekend riepen Amazon-medewerkers hun topman Jeff Bezos op om te stoppen met het verkopen aan de overheid van Rekognition, gezichtsherkenningssoftware die draait op Amazons clouddienst AWS. Die techniek blijkt afgenomen te worden door politiekorpsen en andere overheidsdiensten. De medewerkers uiten in een open brief hun bezorgdheid dat de software kan worden gebruikt om surveillancesystemen op te tuigen voor Trumps migratiebeleid. Bezos heeft nog niet openbaar gereageerd op de oproep.

Software voor immigratiedienst

Microsoft-topman Satya Nadella zag zich vorige week al genoodzaakt om stelling te nemen tegen Donald Trump na een vergelijkbare open brief. Honderd Microsoft-medewerkers riepen hun werkgever op om geen softwarediensten meer te leveren aan immigratiedienst ICE . „We vinden dat Microsoft een ethisch standpunt moet innemen en kinderen en gezinnen boven winst maken moet plaatsen”, schreven ze. „We zijn onderdeel van een groeiende beweging binnen de technologiesector die vindt dat we een zware verantwoordelijkheid dragen voor hoe onze krachtige technologie gebruikt wordt.” Nadella ging in die redenering mee en veroordeelde het immigratiebeleid van Trump.

Google staakte eerder deze maand een samenwerking met het Pentagon op het gebied van beeldherkenningssoftware voor militaire drones. Dat had niet direct te maken met het immigratiebeleid van Trump, maar wel met de ethische standaarden waaraan het bedrijf zich wil houden – daar past samenwerking met het Amerikaanse leger blijkbaar niet in. Bij Google kwamen ruim 4.000 medewerkers in opstand tegen de samenwerking.

De grote technologiebedrijven zijn met afstand de succesvolste Amerikaanse exportproducten van het laatste decennium. Hun financiële slagkracht en monopolieachtige machtspositie begint zich nu dus ook te vertalen in politieke invloed. Dat roept naast bijval ook weerstand op.

In rechtsere politieke kringen wordt al langer kritiek gegeven op de in hun ogen eenzijdige linkse standpunten bij grote technologiebedrijven, vaak gevestigd in Silicon Valley.

De Republikeinse senator Ted Cruz greep de hoorzitting in het Amerikaanse parlement van Facebook-baas Mark Zuckerberg onlangs aan om hem aan de tand te voelen over de linkse opvattingen van big tech.

Ook Netflix-baas Reed Hastings krijgt de laatste maanden veel kritiek uit rechtse hoek. Hastings neemt publiekelijk al langer felle standpunten in tegen het beleid van Trump en huurde onlangs zelfs de Obama’s in voor het maken van een nieuwe Netflix-serie.

Tekenend voor de gepolariseerde sfeer in de VS: peilingbedrijf YouGov berekende onlangs heuse approval ratings voor Netflix onder Democraten respectievelijk Republikeinen. De goedkeuring van Netflix onder Republikeinen daalde het afgelopen halfjaar met 16 procentpunten, onder Democraten steeg die juist met 15 procentpunten.

‘Googles ideologische echokamer’

Het politiseren van de tech-industrie is al langer gaande. Vorig jaar al drongen de culture wars Google binnen, toen medewerker James Damore werd ontslagen na een omstreden memo over onder meer biologische verschillen tussen mannen en vrouwen op de werkvloer, getiteld ‘Googles ideologische echokamer’. Damore geldt in sommige rechtse kringen sindsdien als een held die tenminste opstaat tegen de ‘politieke correctheid’ van techbedrijven.

Lees ook: Google-memo zorgt voor verhit politiek debat

Ook het vertrek van ondernemer Palmer Luckey bij Facebook wordt door sommigen in de VS gezien als onderdeel van dezelfde cultuurstrijd. Luckey, oprichter van het virtualrealitybedrijf Oculus Rift, dat door Facebook werd overgenomen, is uitgesproken rechts. Hij vertrok vorig jaar om niet officieel opgehelderde redenen bij Facebook om een nieuw bedrijf te starten. Dat bedrijf, Anduril, wil nu de Trump-regering helpen bij het ontwikkelen van technologieën voor strengere grensbewaking.

Technologiegoeroe Peter Thiel, onder meer oprichter van datasurveillancebedrijf Palantir en één van de weinigen in Silicon Valley die Trump openlijk steunt, gaf eerder dit jaar aan dat hij het niet meer kan aanzien. Hij vertrok uit Silicon Valley en verhuisde naar Los Angeles vanwege het in zijn ogen te eenzijdige linkse politieke klimaat.

Thiels bedrijf Palantir werkt op verschillende manieren samen met de Amerikaanse overheid, het sloot onlangs juist diverse nieuwe lucratieve contracten, waaronder een deal van ruim 750 miljoen euro met het Amerikaanse leger voor de levering van specialistische software. In de brief die Amazon-medewerkers dit weekend stuurden, riepen ze hun bedrijf ook op om samenwerkingen met Palantir te staken vanwege de nauwe banden met de Amerikaanse overheid.

In het zeer beladen politieke klimaat in Amerika ontstaan op deze manier langzamerhand twee soorten techbedrijven: zij die met Trumps beleid meewerken, en zij die dat principieel weigeren. Ook die twee kampen groeien in de VS in rap tempo uit elkaar.

    • Wouter van Noort