Opinie

    • Paul Luttikhuis

Het lef om te zeggen dat opwarming een feit is

Dertig jaar geleden zei klimaatwetenschapper James Hansen in de Amerikaanse Senaat dat de opwarming van de aarde echt was begonnen. Een historisch moment.

‘De opwarming is begonnen’. Dat schreef The New York Times boven een artikel over de beroemde hoorzitting van James Hansen in de Amerikaanse Senaat, afgelopen weekeinde precies dertig jaar geleden. Hansen, leider van het Goddard Institute for Space Studies (GISS) van NASA, is een gerenommeerde klimaatwetenschapper. Hij hield de senatoren voor dat de opwarming met “99 procent zekerheid” geen natuurlijke trend is, maar het gevolg van de toename van kooldioxide en andere broeikasgassen in de atmosfeer.

Er bestaat geen ‘magisch getal’ dat kan laten zien wanneer het versterkte broeikaseffect is begonnen met het veranderen van het klimaat, zei Hansen. Maar “het is wel de hoogste tijd om te stoppen met al dat gezeur en gewoon te zeggen dat het bewijs behoorlijk sterk is dat het broeikaseffect bestaat”.

Timothy Wirth, een senator die zich destijds al druk maakte over klimaatverandering, had de meteorologische dienst gevraagd uit te zoeken wat gewoonlijk de warmste dag in juni was. Met succes. Het werd 23 juni (Wirth heeft het in het filmpje op YouTube ten onrechte over 6 juni) en die dag bleek in 1988 de warmste junidag ooit gemeten, met een temperatuur boven de 36 graden Celsius.

Om de zaak extra kracht bij te zetten, zorgde Wirth ervoor dat de ramen de hele nacht openstonden, waardoor de airco op tilt was geslagen en het bloedheet was in de vergaderzaal. Daarmee kregen de senatoren, vertelde Wirth later, alvast een voorproefje van wat hen te wachten stond.

In Amerikaanse media is de afgelopen dagen veel aandacht geweest voor de hoorzitting van Hansen. Pat Michaels, directeur van het CATO-instituut dat de ernst van het klimaatprobleem graag relativeert, krijgt in The Wall Street Journal de ruimte om uit te leggen dat de snelle opwarming die Hansen voorspelde niet is gekomen. Hier wordt uitgelegd waarom je met Michaels moet oppassen.

Communicatietalent

Elizabeth Kolbert komt in The New Yorker tot een tegenovergestelde conclusie. Ze schrijft dat klimaatwetenschappers vaak worden bekritiseerd over hun gebrek aan communicatietalent. Maar, als je kijkt naar wat er sindsdien is bereikt, moet je wel tot een andere conclusie komen:

“In plaats van op deze ‘verjaardag’ te klagen over de mislukkingen van klimaatwetenschappers, zou ik willen voorstellen dat we die gebruiken om hun successen te vieren – nou ja, ‘vieren’ is niet helemaal het juiste woord, misschien eerder ‘erkennen’. Drie decennia geleden, geleid door Hansen, deden ze een reeks voorspellingen; de meeste zijn spectaculair accuraat gebleken.”

The New York Times kwam in augustus 1988 nog uitgebreid terug op de getuigenis van Hansen in de Senaat. Daaruit blijkt dat de wetenschapper heel goed begreep dat hij met zijn woorden zijn reputatie als zorgvuldige en voorzichtige wetenschapper in de waagschaal had gesteld. Maar uiteindelijk zag hij geen aanleiding om iets terug te nemen van wat hij had gezegd.

De bekende klimaatwetenschapper Michael Oppenheimer (die hier dertig jaar later opnieuw een oordeel velt) concludeerde destijds:

“Er was een hoorzitting tijdens een droogte en hittegolf voor nodig en een wetenschapper die lef had om te zeggen: ‘Ja, het lijkt erop dat het is begonnen en we kunnen het zien.’ Hij durfde duidelijk en hardop te zeggen wat anderen alleen privé zeiden.”

Dat de temperatuur in de zaal daarvoor kunstmatig wat was opgeschroefd moet iedereen maar worden vergeven.

Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.

    • Paul Luttikhuis