Recensie

Games in theatrale setting vragen om loslaten controle

Het Holland Festival bracht een fascinerende ontmoeting tussen muziektheater en de games ‘Dear Esther’ en ‘OikospielBook II: Heat Cantata’ met liveorkest.

Video game Oikospiel Book II: Heat Cantata Foto Holland Festival

Games als vorm van muziektheater: zo pitchte het Holland Festival zondag het tweeluik Oikospiel II: Heat Cantata en Dear Esther. Voor wie strakke definities hanteert, lijkt het tegenstrijdig: een game vereist interactie, theater juist een scheiding tussen performer en publiek. Maar beide genres willen ook graag de eigen grenzen verkennen.

Componist David Kanaga ziet ‘de game’ als een breed medium, schreef hij ooit: als een mogelijkheid tot improvisatie in een begrensde ruimte. In Oikospiel II plaatst hij het Maze-ensemble, sopraan Claron McFadden en bariton Mattijs van de Woerd onder het juk van een autoritaire, anarchistische gamer. Die springt willekeurig rond in de partituren op een scherm en dwingt zijn gevolg aldoende om religieuze hymnes tot jazzcomposities te verwringen.

Met Oikospiel I presenteerde Kanaga in 2017 een absurdistische mix van game en “hondenopera”: een collage van aangekochte animaties, muziekfragmenten en karakters die opzettelijk niet op elkaar aansluiten. Deel twee is een theatrale remix: fragmenten uit het werk van Kanaga worden live gespeeld op het scherm, terwijl sopraan en bariton een familieruzie uitvechten over de obsessie van een zoon voor edelstenen, en de VOC.

De som der delen blijkt een muzikale chaos die gametaal vooral als een bron van citaten gebruikt. Op het scherm laat de speler ons zien wat er achter de muren van een virtuele wereld schuilt, als een soort digitale potloodventer. Het ensemble gaat hem wanhopig achterna. Fascinerend en bizar muziektheater? Zeker. Maar het blijft in handen van anderen. Alleen wanneer de moeder ons gebiedt mee te zingen worden we even deel van de game, en heeft de speler ook ons in zijn greep.

Video game Dear Esther

Foto Holland Festival

Dear Esther is traditioneler: samen met Gone Home is deze game uit 2012 moeder van de ‘wandelsimulator’, een artistiek gamegenre waarin de speler in een landschap op zoek gaat naar brokjes betekenis. In Dear Esther wandelt een weduwnaar rond op een schoon Schots eiland, terwijl hij zijn verloren brieven aan zijn overleden geliefde Esther voorleest. De stem van de weduwnaar wordt hier live vertolkt door Ferdy Roberts, het muziekensemble speelt mee met de tocht van de speler, die zichtbaar op het podium zit.

Dear Esther blijft een prachtige, ontroerende ervaring. En ja, het live orkest en die heerlijke stem brengen het spel soms tot nieuwe hoogtes: dan buldert Roberts mee met de piano en dreunt je hele lichaam. Maar het origineel dwingt je tot zwelgen in emotie, in eenzaamheid. Hoe kan dat echt tot zijn recht komen wanneer je niet zelf kan beslissen om stil te staan, om de wind minutenlang om je heen te horen loeien?

Ik merk dat ik jaloers word. Ik wil de controller uit de handen van de gamer trekken, zelf het orkest en die rijke stem bespelen. Maar dit is theater. Het mag niet.

Was dit een ontmoeting tussen muziektheater en game, vraag ik me af? Ze glippen net langs elkaar heen. Misschien is het genoeg dat ze aan elkaar kunnen ruiken: na de voorstelling mompelt iemand zachtjes: „Ik speel geen spelletjes, maar dit was wel mooi.”

    • Len Maessen