Is het nou wel of niet een cadeautje voor beleggers?

Dividendbelasting

Mark Rutte heeft zijn plan om de dividendbelasting af te schaffen steeds zó fanatiek verdedigd, dat het nu een prestigekwestie geworden is.

Illustratie Hajo

Dit is een geüpdatete en uitgebreide versie van een artikel dat eerder op nrc.nl verscheen.

Het is de meest omstreden maatregel van het derde kabinet-Rutte: de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting. Drie keer werd minister-president Rutte al naar de Tweede Kamer geroepen om er opheldering over te geven. Maatschappelijk draagvlak is er niet. Deze week, tijdens de voorbereiding van de begroting voor 2019, praten de bewindslieden van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie opnieuw over de dividendbelasting. Hier volgen de belangrijkste dingen die je moet weten om deze slepende discussie te volgen.

1 Wat is dat nou, dividendbelasting?

Dividendbelasting is een heffing op het deel van de winst dat bedrijven aan hun aandeelhouders uitkeren. Het oorspronkelijke tarief van 25 procent werd in 2007 verlaagd tot 15 procent.

2 Wie betalen dividendbelasting?

Net als bij loonheffing moeten bedrijven die een winstdeling aan hun aandeelhouders uitkeren de verschuldigde 15 procent aan dividendbelasting inhouden en aan de fiscus overmaken. Voor verreweg de meeste aandeelhouders is deze belasting terug te vorderen bij, of te verrekenen met, de Belastingdienst.

In juni debatteerde de Kamer voor het laatst over de dividendbelasting. Het is de etterende wond van Rutte III. „De druk neemt toe.”

Zo kunnen aandeelhouders die in Nederland wonen dividendbelasting geheel verrekenen met de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Ook veel buitenlandse beleggers kunnen de Nederlandse dividendbelasting verrekenen, indien zij uit andere EU-lidstaten komen of uit de bijna honderd landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten. De meeste nettobetalers van de Nederlandse dividendbelasting zijn afkomstig uit Canada, China, Rusland, Taiwan, Turkije, Zuid-Korea en de Verenigde Staten.

3 Hoeveel levert de dividendbelasting op?

De Miljoenennota 2018 gaat ervan uit dat de dividendbelasting 3,3 miljard euro oplevert. Netto blijft er 43 procent van die 3,3 miljard over. In het regeerakkoord en de doorrekening daarvan door het CPB wordt voor de afschaffing van de dividendbelasting vanaf 2020 dan ook rekening gehouden met een inkomstenderving voor de schatkist van 1,4 miljard euro per jaar.

Dat bedrag zou wel eens hoger kunnen uitvallen. In 2017 zorgde de dividendbelasting voor een meevaller en bedroeg de netto opbrengst 1,6 miljard euro. In zijn recente Voorjaarsnota zei minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) ook voor dit jaar te verwachten meer dividendbelasting binnen te krijgen: 1,5 miljard euro. Op het totaal aan belasting- en premieontvangsten van 285 miljard in 2018 is de opbrengst van de dividendbelasting miniem.

4 Waarom noemt de oppositie de afschaffing van de dividendbelasting een ‘cadeautje’ voor buitenlandse beleggers en belastingdiensten?

Volgens het ministerie van Financiën is de netto opbrengst van de dividendbelasting „vrijwel uitsluitend afkomstig” van buitenlandse beleggers die aandelen hebben in Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen. Als zij de ingehouden dividendbelasting op dit moment niet of niet helemaal kunnen verrekenen, zullen alleen zij profiteren van de volledige afschaffing van de dividendbelasting.

Lees ook: Al bijna acht jaar lang redt de premier zich behendig uit de problemen. Opgewekt, vergeetachtig, of juist door zich als staatsman op te stellen. Pas als hij voelt dat hij verliest, wordt hij kribbig. Dit zijn de verbale trucs die hem redden

De meeste verrekeningen die volgens de verschillende belastingverdragen bestaan lopen niet via de Nederlandse fiscus maar via de eigen belastingdiensten van deze buitenlandse beleggers. Als de Nederlandse dividendbelasting wordt afgeschaft zullen de buitenlandse belastingdiensten dat te verrekenen geld dus in de eigen schatkist kunnen houden.

5 Wie heeft de afschaffing van de dividendbelasting bedacht?

Geen enkele partij had de maatregel in het verkiezingsprogramma staan en het werd evenmin aanbevolen door ambtelijke adviescommissies. Dit is de kern van de kritiek van de oppositie op het gewraakte voornemen van Rutte III om de dividendbelasting af te schaffen.

Hierdoor is bij tegenstanders de gedachte ontstaan dat het voorstel door externe belanghebbenden bij de lange kabinetsformatie van vorig jaar was ingestoken – lees: het grote bedrijfsleven. Te meer daar dit kabinet – net als vorige kabinetten – nauwe banden heeft met enkele grote multinationals.

Werkgeverslobby VNO-NCW heeft al in maart 2017 in een geopenbaarde brief aan de formerende partijen de wens geuit voor een geleidelijke afschaffing van de dividendbelasting. De NOS wist in november te melden dat vier grote multinationals tijdens de formatie op deze maatregel hadden aangedrongen. Bij een hoorzitting in de Tweede Kamer erkenden vertegenwoordigers van Shell en Unilever dat zij voorstander van de afschaffing van de dividendbelasting zijn.

6 Waarom zijn Shell en Unilever zo bij het dossier betrokken?

Shell en Unilever zijn niet alleen de twee grootste beursfondsen van de Nederlandse aandelenbeurs, ze zijn voor het grootste deel ook in handen van buitenlandse aandeelhouders. Een deel daarvan komt uit landen waarmee Nederland geen verrekeningsafspraken heeft voor dividendbelasting. Volgens onderzoeksbureau Somo zou dat in het geval van Shell om ruim 30 procent van hun beleggers gaan, bij Unilever om 23 procent.

Volgens deskundigen is meer dan de helft van de netto opbrengst van de dividendbelasting afkomstig van de aandeelhouders van deze twee giganten. De twee concerns hebben dus baat bij afschaffing van de dividendbelasting – of althans een groot deel van hun aandeelhouders. Ze stellen dat de Nederlandse dividendbelasting de toegang tot de internationale kapitaalmarkt belemmert.

7 Wat zijn de argumenten vóór om de dividendbelasting af te schaffen?

Het meest genoemde argument voor de afschaffing – door premier Rutte, door werkgevers, door fiscalisten – is dat het onmiskenbaar goed is voor het Nederlandse vestigingsklimaat. En dus voor „meer werkgelegenheid”, aldus Rutte in zijn eerste clash met de Kamer, vorig jaar oktober. Voor beursgenoteerde bedrijven met veel buitenlandse aandeelhouders vormt de dividendbelasting een beperking in hun kapitaalverschaffing. Met een heffing op winstuitkeringen zijn Nederlandse bedrijven voor internationale beleggers minder aantrekkelijk. Zeker als andere landen minder of helemaal geen dividendbelasting heffen.

Lees ook: Hoe de dividendbelasting een blok aan het been van Rutte III is geworden

Daarmee zou Nederland voor dit soort bedrijven ook minder aantrekkelijk zijn om het hoofdkantoor te vestigen. Het zou voor premier Rutte een ramp zijn geweest als Unilever voor een ander land had gekozen; en niet alleen omdat hij er zelf ooit heeft gewerkt maar omdat het een prestigekwestie was geworden.

Andere redenen vóór afschaffing:

Nederlandse beursfondsen worden er beter door beschermd. Het zou de koers van hun aandeel opdrijven, waardoor een onwelgevallige bieding duurder wordt.

Het wordt gemakkelijker om nieuwe aandelen uit te geven – waar nu ook dividendbelasting op verschuldigd is.

De dividendbelasting is een relatief kleine belastingsoort, maar administratief wel een ingewikkelde, zowel voor bedrijven die dividend uitkeren als voor (buitenlandse) belastingdiensten.

De dividendbelasting zou tegen het Europese recht op vrij verkeer van kapitaal zijn én beleggers uit verschillende landen ongelijk behandelen. Recent deed het Europese Hof van Justitie een uitspraak die dit bevestigt.

Dit probleem dient zich al helemaal aan bij beursgenoteerde bedrijven die twee soorten aandelen hebben – Nederlandse en Britse – zoals Shell, Unilever en Relx (het voormalige Reed Elsevier).

8 Wat zijn de argumenten om de dividendbelasting niet af te schaffen?

Het meeste gehoorde argument bij de oppositie is dat het kabinet-Rutte III met deze voorgenomen maatregel aan de leiband van het grootkapitaal loopt.

Andere argumenten voor de dividendbelasting:

De redenering over het vestigingsklimaat is op geen enkele wijze met harde cijfers onderbouwd. Het Centraal Planbureau stelde bij de doorrekening van het regeerakkoord dat er voor de positieve economische effecten „geen empirisch bewijs” bestaat.

Met de genoemde 1,4 miljard euro aan inkomstenderving per jaar – inmiddels opgelopen tot 1,6 miljard – zijn veel andere ‘leuke dingen’ te doen. Het intrekken van de maatregel levert het kabinet in elk geval alleen maar meer geld op. Er zijn genoeg bestemmingen voor: de salarissen van leraren kunnen verder omhoog, de tegenvaller van het gasbesluit is gemakkelijker te dragen, extra geld voor Defensie, etc.

Dit is een volgende stap in de fiscale race naar de bodem van westerse landen. Nederland moet juist af van zijn imago als belastingparadijs. Op dit punt groeit ook de druk vanuit de Europese Commissie.

9 Heffen andere landen ook belasting op dividend?

Nederland is niet uitzonderlijk met deze belastingsoort. Veel andere West-Europese landen heffen ook belasting op dividend. In veel gevallen is het tarief ook aanzienlijk hoger: 25 procent in Duitsland, 26 procent in Italië, 30 procent in Frankrijk en België en 35 procent in Zwitserland. Ook in deze landen bestaan verrekeningsmogelijkheden voor beleggers.

Er zijn ook Europese landen die géén dividendbelasting heffen, waaronder het Verenigd Koninkrijk. Om die reden speelt de Brexit een rol in het debat. Multinationals die overwegen Londen te verlaten zullen een nieuwe basis zoeken waar ook geen dividendbelasting bestaat.

10 Wat vindt de Tweede Kamer?

De coalitiegenoten steunen de VVD in hun wens de afschaffing van de dividendbelasting door te zetten, maar D66 en ChristenUnie doen dat met tegenzin. CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma staat achter Rutte, maar zijn partij is intern verdeeld. De oppositie is fel tegen. Het eerste debat over de afschaffing van de dividendbelasting was in november 2017 – in algemene zin over de gewraakte maatregel uit het regeerakkoord. Het tweede debat was eind april. Toen moest Rutte zich verantwoorden voor de toch via de media opgedoken ‘dividend-memo’s’ – documenten over de dividendbelasting die tijdens de kabinetsformatie al dan niet waren besproken, en waarvan Rutte steeds had volgehouden er „geen herinnering” aan te hebben. Een bijna voltallige oppositie diende een motie van afkeuring in.

In juni van dit jaar werd premier Rutte opnieuw ter verantwoording geroepen. Aanleiding was een onthulling in Trouw over een afspraak tussen de Belastingdienst en Shell, waarbij het olieconcern sinds 2004 via een door de fiscus goedgekeurde constructie dividendbelasting heeft weten te omzeilen voor de houders van de oorspronkelijke ‘Britse’ aandelen.

11 Gaat de afschaffing van de dividendbelasting wel door?

Nieuwe berekeningen laten zien dat de afschaffing van de dividendbelasting veel meer geld gaat kosten dan gedacht: bijna twee miljard euro, in plaats van de 1,4 miljard die in het coalitieakkoord wordt genoemd. Dat maakt de kwestie extra gevoelig. Opvallend is dat de VVD dubbele signalen uitzendt: de partij staat voluit achter afschaffing. Een anonieme VVD’er beklaagde zich deze week in De Telegraaf over een gebrek aan ‘Oranjegevoel’ onder journalisten, omdat ze er te kritisch over zouden zijn. Maar Rutte noemde deze week de afschaffing ook ‘vreselijk’ en ‘bizar’. „Je gaat toch niet voor je lol belastingvoordeel geven aan buitenlandse aandeelhouders.” Minister Hoekstra van Financiën (CDA) moet compensaties vinden voor de extra kosten. Mogelijk wordt de vennootschapsbelasting minder verlaagd dan gepland. Hoe dan ook, de afschaffing van de dividendbelasting is een stuk moeilijker te verkopen voor Rutte.

    • Philip de Witt Wijnen