Oltmans moet het verval bij Pakistan stoppen

Champions Trophy Roelant Oltmans was jaren verantwoordelijk voor het Indiase tophockey. Nu is hij bondscoach van aartsvijand Pakistan.

Roelant Oltmans legt aan de spelers van Pakistan uit hoe hij het wil hebben. Foto Koen Suyk/ANP

Als er in het Aziatische hockey hulp nodig is, dan komen ze bij Roelant Oltmans (64) uit. Hij zei het zelf al eens. Waarom? Snuivende lach: „Ik vind het er met spelers ontzettend leuk werken. Ze voelen allemaal dat ze meer in hun mars hebben dan er op dit moment uitkomt. Om dát uit een groep te halen, is de uitdaging. En blijkbaar lukt me dat op de een of andere manier ook.”

Oltmans staat in zijn slobberige grijze trui en korte broek tussen het hoofdveld in Breda en trainingsveld in. Daar zitten zijn Pakistaanse hockeymannen na hun training met elkaar na te praten, wat te lachen. Hij heeft ze sinds maart onder zijn hoede, net als in 2003 en 2004. De Pakistaanse mannen verwisselen hun natte shirts op de achtergrond voor minder bezwete.

Het is een dag voor de wedstrijd tegen India, het openingsduel van de Champions Trophy. Het is nog steeds als Nederland – Duitsland in het voetbal, zegt Oltmans. Vanuit beide landen wordt elke keer wat olie op het vuur gegooid rond de ontmoeting. Maar nooit is er haat en nijd. De twee teams delen in Breda een hotel, ze komen elkaar geregeld tegen. Op de Commonwealth Games in Australië afgelopen april speelden ze tafeltennistoernooitjes tegen elkaar in de speelzaal. Op het hockeyveld daar eindigde het duel in 2-2. Dat moest Oltmans inzicht geven hoe het ervoor stond met zijn team. Pakistan zou in Breda zaterdag – geflatteerd – met 4-0 verliezen.

Hockeyland in verval

Het Pakistaanse hockey is ver weggezakt. Het was ooit een van dé hockeylanden. Vier keer wereldkampioen, voor het laatst in 1994 in Sydney. Drie keer olympisch kampioen, voor het laatst in Los Angeles in 1984. Inmiddels is het weggezakt naar de dertiende plaats op de wereldranglijst. Dat het land meedoet aan de Champions Trophy - van oosprong een toernooi voor de beste zes hockeylanden - komt doordat het de laatste editie is. Pakistan nam veertig jaar geleden het initiatief voor het prestigieuze evenement, dat het won in 1978, 1980 en 1994.

Oltmans beseft dat zijn ploeg er op basis van de sportieve resultaten niet in Breda zou staan, maar voor hem is het prachtig meegenomen. De Commonwealth Games waren met wedstrijden tegen India, Engeland, Maleisië en Wales (vier gelijke spelen) een eerste test, maar de Champions Trophy is het échte werk. Met wedstrijden tegen de nummers een, twee, drie, vier en zes van de wereld kan Pakistan ervaring opdoen.

Oltmans wil even kwijt dat hij het doodzonde vindt dat de wereldhockeybond FIH in 2012 besloot met de Champions Trophy te gaan stoppen. „Het mooiste toernooi dat we in het hockey kennen”, zegt hij. Alléén maar topwedstrijden. „Ik zei het vandaag nog: in zo’n toernooi kun je geen minuut verslappen of je wordt gekilld door een team. Dat blijft prachtig.”

Steun vanuit het land

Oltmans voelt dat er na de Commonwealth Games meer steun is gekomen in Pakistan voor het nationale team. „Van de bond, van de media. Er komen velden bij, er wordt geld vrijgemaakt.” Het hockey mag dan ver zijn weggezakt, als Oltmans of spelers van het team wat te melden hebben, staan er gerust nog veertig, vijftig camera’s om hen heen. „Goed, bij cricket zijn dat er een paar honderd. Maar toch.”

Het Pakistaanse team dat hij in maart van dit jaar onder zijn hoede kreeg, was volgens Oltmans een ploeg met veel goede individuele spelers, maar zonder enige structuur. Daarnaast was de ploeg niet fit genoeg, zeker niet voor de „powersport” die het moderne hockey tegenwoordig is. Oltmans kreeg toestemming een Australische trainer aan te stellen om de fysiek aan te pakken. Het team kreeg daarnaast, eindelijk, de beschikking over GPS-systemen. „Die technologie was er nog niet. Ik denk dat we het enige land in de top vijftien, twintig van de wereld waren dat daar nog niet mee werkte. Geen idee waarom.”

Meer in hun mars

De steun is nu groot, maar de vraag is hoelang dat zo blijft, zegt Oltmans. Hij kent als geen ander de grillen van de Aziatische hockeybestuurders. „In India was de steun de eerste jaren ook groot, maar op een gegeven moment houdt het ineens op. Waardoor weet je nooit precies”, zegt hij.

Eind 2017 werd door de Indiase bond besloten de samenwerking met Oltmans te beëindigen. Hij was er in 2013 begonnen als performance manager, en volgde in 2015 Paul van Ass op als hoofdcoach. Op zijn beurt werd Oltmans eind vorig jaar opgevolgd door Sjoerd Marijne, die afgelopen mei van functie wisselde met de coach van het Indiase vrouwenteam.

Boos is Oltmans niet geweest over zijn ontslag bij India– zo gaat het daar. „Als je besluit zo’n avontuur aan te gaan, dan weet je ook dat het zo kan aflopen. In de sport is soms duidelijk waarom dingen gebeuren. Soms is het minder duidelijk voor jou, maar voor hen blijkbaar wel.”

Afgelopen week las hij een interview met Sardar Singh, de Indiase hockeyster die hij tot voor kort onder zijn hoede had. Singh zei dat hij in de vijf jaar waar Oltmans bij betrokken was veel van hem had opgestoken. „Dat wil ik. Natuurlijk wil ik een ploeg als Pakistan beter maken. Maar ik wil ook iets achterlaten.”

    • Frank Huiskamp