Opinie

    • Beatrice de Graaf

Terrorismeles

Sinds vrijdag kan ik niet meer helemaal scherp nadenken. Als laureaten wisten we het al een paar weken, maar de bekendmaking van de winnaars van de Spinoza- en Stevinpremie maakt het pas echt tot nieuws. Het feestgevoel is enorm. Voor de sociale en geesteswetenschappen is het een opsteker dat ons soort onderzoek ook als maatschappelijk relevant wordt ingeschat. Sindsdien spoelt er een vloedgolf van reacties en bezoek over me heen en zijn de eerste aanbiedingen om me bij het besteden van al dat geld te ‘helpen’ al op de mat gevallen. Maar voordat ik concreet budgettaire plannen ga uitwerken, ga ik eerst eens een half jaar nadenken en advies inwinnen.

Wat ik wel weet, is dat ik nu verder kan met een project dat klein is begonnen, en laag instapt, maar waar ikzelf met mijn team inmiddels enorm door gegrepen ben. Dat is ons ‘Ter Info’-project, dat nu nog in de pilot-fase zit, maar dat dit najaar online zal worden gepresenteerd. Normaliter gebruik je geen columns voor promotie van eigen onderzoek. Maar dit keer doe ik het toch. En wel omdat het niet om ‘eigen onderzoek’ gaat, maar om het uitlichten van een groep ontvangers én assistenten van onderzoek die lang niet altijd in beeld komt. Toponderzoekers en laureaten worden vaak genoeg uitgelicht op deze pagina’s en vinden overal wel erkenning. Maar hoe zit het met die filosofen in de dop die dikwijls object zijn van onderzoek, maar zo weinig kunnen meepraten? Ik heb het over kinderen. Sinds ruim een jaar denken kinderen (en hun docenten) met ons mee bij het ontwikkelen van een mobiele site die kennis over conflict, veiligheid en terrorisme aanlevert. Dan gaat het om kennis die met behulp van studenten en collega’s pedagogiek en informatiekunde op het pedagogisch en communicatief gehalte is getest, en die aansluit op bestaande programma’s zoals de Vreedzame School, en past binnen democratische rechtstatelijke kaders.

Want wat blijkt? Terwijl wij wetenschappers ingewikkelde artikelen op zitten te stellen over radicaliseringsprocessen, uitsluitingsmechanismen en ‘wicked problems’ zitten te analyseren, moeten kinderen zelf maar wijs zien te worden uit het veelvoud aan berichten en filmpjes die zij via sociale media opvangen over dood en verderf en aanslagen in Europa en ver weg op de wereld. Docenten in het primair en voortgezet onderwijs komen regelmatig in situaties terecht waarin ze kinderen moeten uitleggen waarom aanslagen in Frankrijk wel drie dagen lang in de media worden beschreven, maar aanslagen in Syrië, Irak of Afghanistan, of op een moskee in Enschede, niet. Of dat kinderen op basisscholen in Utrecht Overvecht hen vragen waarom terroristen hen slechte moslims vinden. Of omgekeerd: waarom zij zo vaak voor terroristen worden aangezien. Het is een gegeven dat de segregatie in de grote steden de afgelopen jaren is toegenomen, en dat er steeds meer basisscholen zijn waar de leerlingenpopulatie volstrekt homogeen is. Omdat we met ons team het afgelopen jaar met diverse scholen hebben samengewerkt, kunnen we het zelf aanschouwen: klassen met alléén maar blonde kinderen van hoogopgeleide ouders versus klassen met alleen maar kinderen die elkaar uit de moskee kennen en voor wie de imam net zo belangrijk is als de juf of meester. Op de ene basisschool hebben alle kinderen al vanaf groep 4/5 smartphones, zat er in elke klas wel een jongetje dat wist te vertellen hoe een kalasjnikov werkt en had een heel aantal kinderen al filmpjes van IS of aanslagen gezien. Op de andere basisschool waren de kinderen nog volstrekt onberoerd door al dat nieuws, en klonk vooral de zeer uitgesproken mening van thuis door.

Aan wat voor kennis hadden die kinderen en hun docenten nu het meest behoefte? Heel simpel: aan middelen om feiten en meningen te scheiden. En aan kennis die hen houvast bood om akelige incidenten en aanslagen van nu in een breder kader te plaatsen. Het meest positief reageerden de kinderen op een grafiek en een schema (met x- en y-assen), dat ze al vanaf groep 5 meteen begrepen, en dat aanslagen en incidenten tegen de tijd afzet. Aanslagen en terrorisme zijn van alle tijden, terroristen zaaiden dood en verderf, maar ze houden er ook weer een keer mee op. Kinderen moeten niet per se alleen maar gerustgesteld worden, ze willen ook weten hoe iets zit en wanneer iemand radicaliseert. Ze vinden dat soort kennis anders zelf wel op het internet. Ze willen wel weten wat de politie en de regering eraan doen, en wat zij zelf ermee moeten.

We zitten nog in de pilot-fase, dus ik kom er graag nog een keer op terug. Voor nu wil ik vooral aangeven hoe ingewikkeld en moeizaam maar ook spannend het is om onderzoek aan de basis – bij, met en voor kinderen – in te steken. De mate waarin deze kinderen hun feiten van meningen leren te scheiden, gevormd worden in hun oordeelsvermogen en met elkaar doorpraten over macht en geweld legt de basis voor onze maatschappelijke cohesie en burgerschap in de toekomst. De Stevinpremie is prachtig, en we gaan hem goed gebruiken. Maar het is nog beter dat de docenten in het primair onderwijs nu opslag krijgen.

Beatrice de Graaf is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht.
    • Beatrice de Graaf