Opinie

We moeten onze levens veranderen

Klimaatverandering

We weten het allemaal – maar willen we het ook weten? In de krant lezen we over smeltend Zuidpoolijs en over de onomkeerbare opwarming van de aarde, om vervolgens ons sukadelapje te verorberen, een geinig hebbedingetje te bestellen op alibaba.com en onze vakantie naar Thailand te plannen.

Deze cognitieve dissonantie kan ons niet redden van de conclusie dat de door wetenschappers verzamelde feiten betekenen dat we onze levensstijl zullen moeten veranderen. Zeker in Nederland, waar we veel copieuzer consumeren dan ons aandeel in de wereldbevolking zou rechtvaardigen, kan het geen kwaad om na te gaan hoe we ons gedrag kunnen aanpassen.

Daar zijn veel manieren voor, van korter douchen tot afval scheiden en van vaker de fiets pakken tot minder plastic verbruiken. Maar niet elke gedragsverandering is even effectief. Alle beetjes helpen, maar sommige beetjes helpen heel veel meer dan andere. Er zijn enkele maatregelen die duidelijk boven de andere uitstijgen: minder dierlijke producten nuttigen, minder vliegen en minder spullen kopen.

De industrieel ontwerper Babette Porcelijn rekende in haar boek De verborgen impact (2017) bijvoorbeeld voor dat er vijftienduizend liter water nodig is om één kilo rundvlees te produceren. Daarvan kun je driehonderd dagen douchen. Bovendien dragen we door vlees, zuivel en eieren te eten bij aan CO2-uitstoot, ontbossing, vermesting en verzuring van de bodem, graanverkwisting – en dierenleed.

Ook het afzien van een retourtje Schiphol-Bali draagt onmiddellijk bij aan het verminderen van onze persoonlijke impact op de opwarming van de aarde. Van de uitlaatgassen die je daarmee bespaart, kun je vier jaar autorijden. Om het klimaateffect van één retourtje Bali te compenseren, zouden we duizend bomen moeten planten, aldus Porcelijn, die haar bevindingen grondig liet doorrekenen door de onderzoeksbureaus Ecofys en CE Delft.

Maar de praktijk is weerbarstig. Uit zichzelf zullen weinig mensen hun gedrag radicaal aanpassen. Op korte termijn zouden we welvaart moeten inleveren, terwijl wij Nederlanders de gevolgen van de opwarming nog nauwelijks aan den lijve ondervinden. Bovendien zijn er grotere CO2-producenten dan individuele burgers; slechts honderd bedrijven zijn verantwoordelijk voor ruim tweederde van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Gedragsverandering van individuele burgers is bepaald niet het enige antwoord.

De wereld heeft klimaatdoelstellingen vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs. Hieraan moeten burgers hun politici herinneren. Daarbovenop kan de overheid, zoals ze ook met roken doet, ervoor kiezen om ongewenst gedrag te ontmoedigen. Hierbij valt te denken aan het herverdelen van de belastingdruk. Belast vlees, vliegreizen en spullen in plaats van inkomsten en diensten. Het is vervelend, maar met alleen pijnloze maatregelen komen we er niet. Als liberale krant zijn we doorgaans tegen hogere belastingen, maar het milieu is een zaak van zo’n grote urgentie dat wij onze dogma’s ervoor willen oprekken.

Klimaatnieuws maakt soms moedeloos. De oogst van de laatste dagen: de gemeente Rotterdam komt 10 miljard euro tekort om de klimaatdoelstellingen van 2050 te halen, en de milieuschade in Nederland kost jaarlijks 31 miljard euro. Deze opeenstapeling van onmogelijkheden verleidt tot de gedachte dat we ons beter kunnen aanpassen aan de trend. Dieren sterven uit, regenwouden verdwijnen, polen smelten en grote groepen mensen raken ontheemd door extreme droogte en daaruit voortvloeiende hongersnood – wen er maar aan.

Toch moeten we blijven streven naar mondiale afspraken om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Er zit niets anders op, als we ook op de lange termijn een leefbare planeet ambiëren. Verzet je tegen de moedeloosheid.

Ook al zijn er politici die de opwarming van de aarde ontkennen, het klimaat doet niet aan partijpolitieke voorkeuren. Gelukkig lijkt in elk geval de Nederlandse politiek hiervan doordrongen: de vier coalitiepartijen en drie linkse oppositiepartijen zijn het zo goed als eens over een nieuwe klimaatwet. Vooral van de VVD en het CDA is dit een verheugende ontwikkeling; op een eerder initiatief uit 2015, van toenmalig PvdA-leider Diederik Samsom en GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver, reageerden ze nog afwijzend. Nu lijken ze akkoord te gaan met een doelstelling van 49 procent CO2-vermindering in 2030, gevolgd door 95 procent vermindering in 2050 en volledig duurzame opwekking van energie.

Op wereldschaal stellen deze ambities misschien niet veel voor, maar dat is geen reden voor de Nederlandse politiek om stil te zitten. Zoals lethargische beleidsmakers ook geen excuus mogen zijn voor individuen om dan maar ongebreideld het milieu te blijven belasten. We leven allemaal in hetzelfde klimaat.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.