Inbox van de redactie

Wat schreven de lezers deze week aan de redactie Opinie? Een indruk.

Terwijl president Trump in de Verenigde Staten baby’s en peuters liet opsluiten, woedde in onze Inbox vooral grote verontwaardiging over ‘De moeder de vrouw’. Dertig lezers reageerden op de ophef rond dit thema van de Boekenweek 2019 – ontleend aan de titel van een gedicht van Martinus Nijhoff. Bijna 300 auteurs hadden een protestbrief ondertekend (Mogen vrouwen ook iets zeggen als het over vrouwen gaat?, 17/06). Ze betreuren het dat de CPNB ‘vrouw’ met ‘moeder’ gelijkstelt en dat alleen aan twee mannen is gevraagd hierover te schrijven.

Slechts twee (!) van de dertig inzenders waren het eens met het protestartikel. Een paar briefschrijvers zou je moederlijk willen verzoeken hun mond met zeep te spoelen. „Literair Nederland is op zijn kut getrapt”, schrijft „volkskunstenaar” Ralph Posset uit Den Bosch. „Over emancipatie gesproken, trutten!”, schrijft Willem Muilenburg uit Utrecht. Hij wijst erop dat de vrouw in het gedicht van Nijhoff nu juist een werkende vrouw is die aan het roer staat.

Maar is dat zo? Staat de vrouw uit het gedicht van Nijhoff aan het Roer? De vrouw in het gedicht staat bij het roer. Volgens Hans van Dijk heeft neerlandicus A. L. Sötemann eerder al aannemelijk gemaakt dat het schip onder Jezus’ hoede vaart. „Jezus staat aan het roer, de vrouw staat erbij.”

Maar belangrijker is volgens hem dat het nooit Nijhoffs bedoeling is geweest om vrouw en moeder aan elkaar gelijk te stellen. „Het zingen van die éne specifieke vrouw op een voorbijvarend schip, roept bij de ik-figuur het verlangen op naar zijn moeder.” Een zorgvuldige lezing en interpretatie van het gedicht is volgens hem vereist, „om te voorkomen dat het in een hedendaagse discussie over seksisme wordt misbruikt”.

Een van de ondertekenaars van de protestbrief was Geert Mak. Arie Ringnalda schrijft: „Van wie was die eeuw toch ook alweer, waar Geert Mak zo’n mooi boek over schreef?”

Chef Opinie
    • Monique Snoeijen