Een migrant ligt te slapen in de buurt van de Italiaanse kustplaats Ventimiglia, vlak bij de grens met Frankrijk.

Foto Lionel Cironneau/AP

‘Hulp aan Afrika leidt juist tot méér migratie’

Michael Clemens Migratie-expert

Deze zondag komen de Europese leiders bijeen voor een extra top over migratie. De EU is verdeeld. Econoom Michael Clemens waarschuwt: arme landen helpen lost het migratieprobleem niet op. Integendeel.

In beleidsnota’s en discussies over migratie wordt het vaak als dé oplossing gepresenteerd – of in elk geval een deel ervan: we gaan emigratielanden helpen om zelf te groeien, zodat er daarvandaan minder mensen wegtrekken naar Europa, op zoek naar een beter leven.

Probleem is dat het zo niet werkt, maar andersom. Als arme landen economisch groeien, dan leidt dat tot een stijging van de migratie uit die landen.

„Voor de meeste mensen is dat contra-intuïtief”, erkent Michael Clemens, onderzoeker bij het Center for Global Development in Washington en het IZA-instituut voor Arbeidseconomie in Bonn. De Amerikaanse econoom heeft uitgebreid literatuuronderzoek gedaan en zijn conclusie is helder: „We moeten ons realiseren dat meer ontwikkeling leidt tot meer migratie.”

Hij legt het uit aan de hand van een man uit Mali die zijn leven wil verbeteren. In Mali kan die man met hard werken misschien 1.000 euro per jaar verdienen. Daarom is er een sterke prikkel om te proberen naar Italië te gaan, waar hij, bijvoorbeeld met de verkoop van paraplu’s, 10.000 euro per jaar kan sparen. „Als je Mali hulp gaat bieden, maak je het die man misschien mogelijk om in zijn eigen land 2.000 euro per jaar te verdienen”, zegt Clemens. „Maar dan heeft hij nog steeds een prikkel om weg te gaan, en hij heeft meer mogelijkheden om die stap te zetten.”

Lees ook de column van Caroline de Gruyter: Niet elke EU-crisis is existentieel

Meer financiële armslag

De conclusie op basis van allerlei casestudies is onweerlegbaar. „Emigratie uit de middeninkomenslanden is in het algemeen veel hoger dan uit arme landen”, zegt Clemens. „In die landen moedigt groei eerder migratie aan dan dat het die afremt.”

Hij legt in detail uit hoe dat proces verloopt. Met meer economische groei krijgen mensen meer internationale contacten, een betere opleiding, hogere aspiraties. Ze hebben ook meer financiële armslag. Ze kunnen sneller de kosten van een reis naar Europa betalen en ze kunnen makkelijker een andere taal leren, reizen, zakendoen met andere landen – factoren die indirect emigratie stimuleren als in eigen land de mogelijkheden nog beperkt zijn.

Pas als het gemiddelde inkomen in een land boven de 10.000 dollar per jaar komt, gaat de emigratie dalen. In landen met een gemiddeld inkomen tussen de 5.000 en 10.000 dollar is het aantal emigranten drie keer zo hoog als in landen met een gemiddeld inkomen van onder de 2.000 dollar. Wie heel arm is, heeft geen geld om te emigreren.

Magische formule

Al zeker twintig jaar wordt dit effect in wetenschappelijke studies beschreven. Hoe komt het dan dat het idee van we-moeten-ze-daar helpen-want-dan-komen-ze-niet nog zo wijdverbreid is? „Het is een soort magische formule waarover links en rechts het eens kunnen worden”, zegt Clemens. „Links voelt zich ongemakkelijk bij maatregelen als massale uitzettingen en blokkades. Rechts wil een manier vinden om migratie te stoppen. Het idee dat je hulp biedt aan migratielanden lijkt iedereen tevreden te stellen. Je wekt de suggestie dat je de situatie managet.” Maar, herhaalt Clemens, er is geen enkel bewijs dat het stimuleren van groei, of hulp, of overdracht van technologie, of uitbreiding van de handel leidt tot het afremmen van migratie. Integendeel.

Los van zijn conclusie dat hulp niet leidt tot minder migratie, ziet Clemens ook nauwelijks hulpprogramma’s die specifiek gericht zijn op het verminderen van migratie. „Dat is verrassend, gezien de retoriek. Als Europa een welvarender Afrika wil, moet het met Afrika samenwerken om migratie te regelen. Dat gebeurt nu nauwelijks. Specifieke emigratielanden krijgen niet méér hulp.”

We moeten allereerst ophouden met doen alsof er geen migratie zal zijn

Deels is dat omdat donorlanden er niet voor voelen samen te werken met regimes met een twijfelachtige reputatie. Neem Eritrea, dat dit jaar in de top-5 van landen staat van waaruit migranten via de Middellandse Zee reizen.

Clemens: „Europese donors gaan niet miljoenen euro’s stoppen in Eritrea, of het nu werkt of niet, want mensen gaan daar weg vanwege slecht bestuur. Hetzelfde geldt voor Gambia, een ander belangrijk emigratieland. Dat was jarenlang een dictatuur die alle homoseksuelen het land uit wilde hebben. Om het zwart-wit te zeggen: een extra probleem bij hulp is dat gebieden waar mensen uit weggaan, vaak slecht worden bestuurd en daarom een moeilijke partner zijn.”

Onontkoombaar

De vraag is wat je dan wel moet doen, als economische hulp emigratie niet blijkt te verminderen? „We moeten allereerst ophouden met doen alsof er geen migratie zal zijn”, zegt Clemens. „Rond de voorlaatste eeuwwisseling was er sprake van massale emigratie uit Noorwegen en Zweden. Bijna een kwart van de Noren vertrok. En ze gingen juist weg toen het wat beter ging.”

Clemens ziet een demografische cyclus, die zich tussen 1880 en 1914 in Scandinavische landen voltrok, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw in Mexico, en nu in veel Afrikaanse landen. Door betere leefomstandigheden daalt de kindersterfte, maar de vruchtbaarheidsgraad gaat niet meteen omlaag. Dit leidt tot een bevolkingsexplosie en een sterke stijging van het aantal jongeren dat werk zoekt.

Lees ook dit profiel van de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Salvini: Een hard- rechtse bulldozer die Italië zegt te verdedigen

„Naar schatting zullen er tussen nu en 2050 in Afrika 800 miljoen jongeren op zoek gaan naar werk. Dat is twintig keer de huidige arbeidskracht van Duitsland. Het is ondenkbaar dat welk hulpprogramma dan ook voldoende banen kan opleveren in de beperkte tijdspanne waar politici van uitgaan. Daarvoor moet je een perspectief van vijftig jaar – of beter nog: honderd – hebben.”

„De vraag voor Europa is niet of mensen in beweging komen”, zegt Clemens. „Dat is onontkoombaar.” De nadruk ligt in zijn ogen te sterk op het tegengaan van migratie, in plaats van op het vormgeven ervan. „De vraag is of er sprake is van georganiseerde emigratie van geschoolde mensen, of van een ongeregeld proces en de komst van ongeschoolde mensen. Daar zouden de Europese landen met Afrikaanse landen over moeten praten. Dat dit niet of nauwelijks gebeurt, is een gemiste kans van historische proporties.”

    • Marc Leijendekker