Opinie

    • Hugo Camps

Droefenis

column; Hugo Camps; columnist

Lionel Messi slofte naar de spelerstunnel. Kokend van woede, lijkbleek. De ogen gezakt naar een lagere verdieping, waar niets meer is, alleen nog een waarom. Ik zag een verschrompeld oud mannetje lopen, zonder nekspier, met stilgelegde organen. Een drenkeling. Alles aan de wereldster was dood, de toekomst een steppe. Hij wist die avond in Nizjni Novgorod dat hij nooit wereldkampioen zou worden.

De ploeg van Argentina deugt voor geen meter en coach Sampaoli is een kompel die voor de rest van zijn leven beter ondergronds zou blijven. Zonder muziekje, want hij is niet poreus voor fantasista’s à la Messi. Bastaard van bodybuilders.

Zelf kwam Messi niet tot een spat troost in zijn spel. Altijd weer liep hij zich vast in de fuik van de Kroaten. Zijn splijtende passes waren ineens verleden tijd. De virtuoos van Barcelona werd een domme draver in het Argentijnse elftal. Niets lukte. Zijn collega’s uit La Liga, Rakitic en Modric, degradeerden de beste voetballer van de wereld tot kreupelhout. Dan wordt de kern uit een lichaam genomen en loop je in een soort dodenmars naar de kleedkamer.

Als Argentinië straks wordt uitgeschakeld is de interlandcarrière van Lionel Messi wellicht voorbij. Een levensfase van amechtige vergeefsheid. Voetbalelftallen hebben een eigen temperatuur. Kennelijk is het nationale team van Argentinië Leo te koud. Waar hij in Barcelona de overtreffende trap van schoonheid belichaamt, is hij in de Argentijnse selectie altijd een veredelde meeloper gebleven. Ongeïnspireerd voor tango en nationale trots. Misschien is hij te vroeg wees geworden in Barcelona, te vaderlandsloos de facto. Hoor zijn moeder huilen na de golven van kritiek op zoonlief en het zwerk weerkaatst geluiden van gebroken levens, zonder houvast.

De druk op Messi is voor een sterveling niet te doorstaan. Altijd de beste moeten zijn, altijd uithangbord van club en land, altijd overvallen door voyeurisme en commentaar, het is niet uit te houden. Aan die overmacht die naar terreur neigt, ontsnap je niet met een kunstige dribbel. Daar heb je een retraite van jaren voor nodig.

Messi wordt al een decennium lang rot vertroeteld door miljoenen voetbalfans. Al die tijd is pauselijke onfeilbaarheid hem toegedicht. Virtuositeit van gene zijde. Eens wordt het juk van adoratie ondraaglijk. In clubverband heb je nog de balsem van routine en camaraderie, in een elftal van passanten – nationale teams – ontbreekt de tijd om weerstand op te bouwen. Barça biedt meer intimiteit dan de Albiceleste.

De sublieme prestatie van Cristiano Ronaldo op dit WK met vier doelpunten heeft het zelfvertrouwen van Lionel Messi ongetwijfeld een knauw gegeven. Sinds jaar en dag is het oorlog tussen de twee iconen van het Spaanse voetbal. De prestigestrijd is ongenadig. Er worden rituelen bedacht en geïntroduceerd om de tweestrijd vorm te geven. Insinuaties en achterklap worden ongegeneerd ingezet.

Het was de ambitie van Messi om als de grote man van het WK geschiedenis te schrijven. De ijdele Ronaldo zou een kopje kleiner worden gemaakt. Na de hattrick van Cristiano in de eerste wedstrijd was die droom vervlogen. De ontmoediging werd zichtbaar in inzet en spel. Er zat geen roos op de wreef.

Bij elke vrije trap rolt Ronaldo een broekspijp op tot een rolmops in de lies. Iedereen volgt hem in dit lachwekkende fetisjisme. Alleen Messi houdt het normaal. Misschien is Leo wel te modaal om wereldkampioen te worden.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps