De melktandjes van Duco, een haaientandje

Spullen Een korte serie van Warna Oosterbaan over rommelbakjes. Ook het bakje van Sarah zit, zoals veel bakjes, vol dingen die naar andere mensen verwijzen. Deel 5 (slot).

Foto Warna Oosterbaan

‘We hebben eigenlijk te veel bakjes.” Sarah Sprenger (42, tentoonstellingsassistent bij het Van Gogh Museum), doet een paar deuren open van de strakke witte kast in het lichte appartement waarin ze met haar man en zoontje Duco (7) woont. In de kast staan bakjes en doosjes met allerlei spullen. Kapotte spullen die gelijmd moeten worden, knutselspullen, fotospullen, naaispullen. Allemaal in hun eigen bakje.

We kiezen het klaverbladbakje dat vlak bij de deur op een plank staat. Ze heeft het ooit gekocht bij de Xenos. „Ik geloof dat het bedoeld is om olijven en zoutjes en noten in te doen.” Maar nu is het een bakje waarin ze iets kwijt kan wat geen vaste verblijfplaats heeft. En zoals in veel bakjes zijn het ook hier vaak spullen die naar andere mensen verwijzen. Sleutels bijvoorbeeld. De eigen sleutels en die van haar moeder, schoonouders, zus en nichtje. En een sleutelbos met een grote groene hanger. „Die zijn van de buren. Maar ze passen niet, want ze hebben een nieuw slot.” Waarom gooi je ze dan niet weg? „Die hanger is van hen.”

Een kleine ring met twee sleutels. Die is van de voordeur, voor als ze gaan hardlopen. Vijf haarspeldjes. „Ook handig bij het hardlopen. Kun je het snoertje van je oortelefoon aan je jas vastmaken.” Een schelp, een kiezelsteen, een nepdiamant. Die zijn uit de broekzak van Duco gehaald.

Een klein haaientandje in een papiertje. „Gekregen na een speurtocht in Teylers Museum.” Twee witte brokjes op een watje in een wit plastic doosje. „Dat zijn melktanden van Duco. Die moet ik eigenlijk ergens anders bewaren.”

Een paar muntstukken van twee en vijf cent, een munt van 100 roepia. Geld kun je niet weggooien, vindt ze. Een glimmende dukaat. „Komt uit het achterwerk van ‘Ezeltje strek je’, op de Efteling, als je er een munt in gooit.” Een klein stukje grijs plastic. „Dat is een onderdeel van ‘DJ’, een van de auto’s van Disney Cars. Moet eigenlijk in het lijmbakje.” Sarah legt het stukje plastic apart, bij het doosje met de melktanden. Een klein schroevendraaiertje met verwisselbare bitjes, een tampon, schroefje, ringetjes. Een verloopnippel om de banden van een kinderwagen op te pompen.

Een rond koperen plaatje met daarin het woord ‘brass’ geslagen. „Geen idee”. Een speldje met een klein kaboutertje; stijl Rien Poortvliet. „Ook van een speurtocht.” Een opgevouwen stukje donkere stof met vage stippen. „Dat is van mijn oma geweest.” Sarah strijkt het glad.

    • Warna Oosterbaan