Besmette eieren of giftige media: hoe schreef NRC over de fipronil-affaire?

Alle betrokkenen in de fout bij fipronilcrisis, kopte NRC vorige week broederlijk universeel, over het rapport-van de commissie Sorgdrager, die onderzoek deed naar de besmetting van eieren met het bestrijdingsmiddel fipronil.

Iedereen kreeg er in dat rapport van langs: de Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de complete eiersector voorop.

Nou ja, iedereen? Van „alle betrokkenen” ontbrak er in dat bericht eentje, die toch ook een rol speelde. Ja, de media.

Gingen die ook in de fout?

Een lezer die mij schreef, vindt van wel. Er blijkt, schrijft hij, helemaal geen ernstig gevaar voor de volksgezondheid te zijn geweest, zoals de NVWA in eerste instantie ook had laten weten, voor de paniek toesloeg.

Het kantelmoment was een interview in Nieuwsuur, waarin een NVWA-topambtenaar zich het advies liet ontvallen maar even helemaal geen eieren meer te eten. Gevolg: verwarring bij het publiek en paniek in de sector, tot in Duitsland dat Nederlandse eieren prompt liet staan.

Voor dat advies bestond volgens het rapport op dat moment geen grond. De „woordvoeringslijn” voorafgaand aan de uitzending was dan ook geweest: benadrukken dat het ging om „een geval van fraude”, niet om acuut voedselgevaar. Dat lukte dus niet echt, eenmaal live onder de hete studiolampen.

Achteraf spreekt ook Sorgdrager in een NRC-interview over een „overtreding” met grote gevolgen. Zie de finale vraag – of verzuchting – van de interviewers: „Hoe erg was deze fipronilaffaire nou eigenlijk allemaal?” Nee, er is „niemand ziek geworden”, aldus Sorgdrager, maar de economische schade was enorm (65 tot 75 miljoen). Conclusie: overheid en boeren moeten „veel alerter” zijn.

Die mopperende lezer (zijn eigen woorden) vindt het alles bij elkaar toch maar overdreven en spreekt zelfs van „hetzerige” berichgeving, ook in NRC.

Dat lijkt mij op mijn beurt overdreven, nu ik de ruim veertig langere stukken nog eens heb gelezen die de krant erover publiceerde. Die zijn feitelijk, zorgvuldig en juist opmerkelijk genuanceerd. Een dag na die Nieuwsuur-uitzending brengt de krant een inzichtelijk, later nog uitgebreid stuk met vragen en feiten waar ik me aan het ontbijt niet in zou verslikken (één vrouw werd na een overdosis fipronil eens „wazig”, maar liep geen gezondheidsschade op). Een dag later lezen we dat ze in Barneveld nog rustig „een eitje tikken”. De onderzoeksredactie treedt ook aan, met fraai uitzoekwerk over het bedrijf Chickfriend, dat het „wondermiddel” aan boeren leverde.

Nieuws blijft het wel, vooral door de wisselende signalen van de NVWA. Voedseldeskundige Martijn Katan trekt een maand na de eerste ophef deze conclusie: de hele zaak was „een atoombom op een mug” (fipronil is vooral schadelijk voor „bijen en andere insecten”).

Het Commentaar van de krant bleef wantrouwig, want als fipronil niet zo schadelijk is, vroeg het, „waarom is het dan verboden?” Een kwestie van normering, legde de redactie Wetenschap uit: de normen voor fipronil, bedoeld voor landbouwgebruik, zijn afgeleid uit dierproeven, met een zeer ruime extra marge voor menselijke consumptie. Die was overtreden, maar met „beperkt” risico.

En de Nieuwsuur-uitzending, was dat een opzetje?

„Absoluut niet”, zegt Nieuwsuur-hoofdredacteur Joost Oranje desgevraagd. „Wat je als consument moest doen, was een voor de hand liggende vraag die spontaan opkwam in het gesprek.” En er kwam dus een antwoord op, met alle gevolgen.

Toch maakt die mopperende lezer een goed punt, op details én meer in het algemeen. De details: ook bij NRC doken hapklare termen op als „gifeieren” of „eierschandaal”. Logisch, korte journalistieke termen die goed passen in een kop. Maar toch: „gif” roept spookbeelden op van groen uitgeslagen zieken – of erger. Het aardigste gif-ei vond ik trouwens, gelukkig nog tussen aanhalingstekens, in de kop boven een politieke analyse (‘Gifei’ vergroot druk op Rutte II). Het is weer eens wat anders.

Meer in het algemeen: voedsel en veiligheid zijn bijna religieuze onderwerpen geworden, samen zijn ze een waar kruitvat. De haperende NVWA maakte er hardhandig kennis mee. NRC ook, na een iets te luchtig interview met twee groen-geluk-dames over hun curieuze dieet.

Het publieke parcours bij zo’n schandaal ligt ook al vrijwel vast: ophef in de media, kippendrift in de Kamer, onderzoek (Watergate-vraag ‘wie wist wat wanneer?’) en dan een commissie die aanbevelingen doet voor, uiteraard, strenger toezicht.

Alleen, soms kan het ook geen kwaad om de terechte nuance die nu in (soms onderin) tal van NRC-stukken te vinden was, ook eens apart tot nieuws te verheffen: nee, géén acuut gevaar voor de volksgezondheid.

Intussen maakt het rapport- Sorgdrager, naar aanleiding van die opzienbarende Nieuwsuur-uitzending, een voor journalisten omineuze media-analyse. De gedachte „het eigen verhaal” te kunnen vertellen was een „inschattingsfout” gebleken, staat er. Implicatie: dan kun je beter wegblijven. Ook de NVWA heeft met eigen site en sociale media „voldoende mediakanalen om de door haar gewenste informatie rechtstreeks en helder over te brengen op een groot publiek”.

Bovendien was voor het tv-optreden geen „expliciete toestemming” van de betrokken departementen verkregen, al waren die ervan „op de hoogte”.

Die behoefte aan beheersing en regie zal begrijpelijk zijn, gezien het explosieve karakter van dit dossier, maar de recente lofzang van het kabinet op de vrije pers begint dan toch opeens wat schril te klinken.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong