Zij leven alsof het de jaren 30 is (de leuke kant van die tijd)

Jaren 30 Nostalgisten leven volgens de jaren 20-30, sommigen tot aan het apparaat-arme huishouden toe. „We denken heus niet dat alles beter was.”

Jo Hedwig Teeuwisse in haar jaren 30-keuken. „Na een middag wassen met de hand voel ik me ontzettend voldaan.”

Jo Hedwig Teeuwisse (45) uit het Groningse dorpje Bourtange zit ’s avonds graag kousen te stoppen onder een schemerlamp terwijl ze naar de radio luistert. Ze heeft keurig opgestoken bruine haren, draagt een retro doorknoopjurk en een kleine, ronde bril. Al haar kleding wast ze met de hand en ze heeft geen mobiele telefoon. Teeuwisse is een nostalgist: haar leven staat volledig in het teken van de jaren 30 van de vorige eeuw. En er zijn meer mensen als zij, er is een levendige subcultuur van jaren-30-nostalgisten.

In Nederland ontmoeten die elkaar via de vereniging Club Interbellum, waar leden hun liefde voor de jaren 20 en 30 delen. Mark Davids (45) uit Amsterdam – kort bruin haar, strak in het pak – kende voor de oprichting van Club Interbellum in 2007 geen andere mannen die pakken van tachtig jaar oud dragen en nooit het huis verlaten zonder hoed. Nu maakt hij deel uit van een harde kern van ongeveer dertig nostalgisten die gezamenlijk fietstochten maken, rommelmarkten afstruinen of het openluchtmuseum bezoeken. Davids is sinds 1995 nostalgist en werkt als persadviseur in het Rijksmuseum Amsterdam.

De vereniging heeft zo’n 350 leden, van wie een aantal gefascineerd zijn door slechts één aspect van de jaren 30, bijvoorbeeld de muziek of de kledingstijl. De harde kern omarmt het interbellum in alle facetten, zoals interieur, literatuur, huishouden en omgangsvormen. Ze fietsen op jaren-30-fietsen, hebben geen televisie, gaan in de keuken aan de slag met receptuur uit de toenmalige Libelle en spelen ’s avonds een bordspelletje. Ook in onder andere Oostenrijk, Duitsland en de Verenigde Staten bestaat de nostalgische subcultuur.

In de ogen van nostalgisten brachten mensen vroeger meer tijd en aandacht voor zaken op en was de wereld esthetisch een stuk prettiger

De een is strenger in zijn jaren-30-nostalgie dan de ander. Sommigen hebben wel een moderne stofzuiger of wasmachine, omdat het huishouden anders te veel tijd kost. Ook leven zonder smartphone is niet voor iedereen haalbaar. Er zijn nostalgisten die zich richten op andere periodes dan het interbellum, maar vaak bootsen ze die levensstijl aanzienlijk minder realistisch na. Probeer maar eens een garderobe uit 1910 bij elkaar te zoeken, om over het huishouden in die tijd nog maar te zwijgen. Liefhebbers van de jaren 50 hebben de neiging om een jukebox in hun huiskamer te zetten, wat in de fifties helemaal niemand deed.

Pofmouwen

Wat is er zo fascinerend aan de jaren 30? „Vaak begint nostalgisme bij een waardering van de esthetiek uit die tijd; de mode, de muziek, de architectuur, de films”, zegt Birthe Weijkamp (28) uit Amsterdam, freelancemodehistorica en tien jaar nostalgist. In haar geval was het een vintage jurk, bij Davids een documentaire en bij Teeuwisse een ouderwets ingericht huis. Die waardering houdt vervolgens niet op bij pofmouwen, quickstep en de Amsterdamse School, maar groeit beetje bij beetje ook voor de omgangsvormen van destijds. „Vroeger waren mensen veel beleefder tegen elkaar”, zegt Weijkamp, altijd te herkennen aan haar perfect roodgestifte lippen en korte blonde krullen. „Je stelde je netjes voor en kon van elkaar op aan. Dat mis ik in onze tijd. Mensen zeggen voor een feestje soms vijf minuten van tevoren af via een appje.” Dat zou ze zelf nooit doen.

Mark Davids (45)
Birthe Weijkamp (28)
Links: Mark Davids (45). Rechts: Birthe Weijkamp (28).

Teeuwisse waardeert ook de vroegere zuinigheid. „We leven tegenwoordig in een wegwerpmaatschappij waarin continu wordt geconsumeerd. Vroeger repareerde je kleren als ze stuk waren en waren mensen tevreden met minder spullen.” Ook de huishoudelijke toewijding bevalt haar. Ze dweilt haar vloeren met schoonmaakazijn en wast haar kleren met ouderwetse Sunlight-zeep. Ja, dat kost veel meer tijd dan wassen met een wasmachine. Maar dat vindt ze geen probleem. „De vrije tijd die mensen verkrijgen dankzij apparaten als de wasmachine spenderen ze aan ’s middags soaps kijken of naar de sportschool gaan. Terwijl ik me na een middag wassen met de hand ontzettend voldaan voel en meteen mijn lichaamsbeweging heb gehad.” In het dagelijks leven is Teeuwisse historisch adviseur voor onder andere televisieprogramma’s.

Het interbellum was óók een lastige en gevaarlijke tijd: het was crisis en het fascisme kwam op. Zien nostalgisten de geschiedenis door een roze bril? Davids: „We denken heus niet dat vroeger alles beter was. Ik vraag me af of de jaren 30 werkelijk zo fantastisch waren om in te leven.” Het gaat hem en andere nostalgisten om de waardering van bepaalde aspecten die zorgt voor een hang naar het verleden, benadrukt hij.

Oude stopcontacten

Nostalgisten zien hun gedrag dan ook niet als een vlucht voor het normale leven. Wel denken ze dat het zonde is dat de manier van leven van de jaren 30 verloren is gegaan. In hun ogen brachten mensen vroeger meer tijd en aandacht voor zaken op en was de wereld esthetisch een stuk prettiger. Teeuwisse noemt zichzelf liever geen nostalgist, maar ‘neotradititionalist’: iemand die gelooft dat we het beste van vroeger moeten combineren met het beste van nu, om zo een betere toekomst te creëren. Bijvoorbeeld de vrouwenemancipatie van nu met het touwtje uit de brievenbus van toen.

Een nostalgist ben je niet van de ene op de andere dag. De televisie en magnetron de deur uit doen is zo gebeurd, een authentieke jaren- 30-garderobe bij elkaar zoeken kost tijd en moeite. Hetzelfde geldt voor het ombouwen van je huis. Davids woont in een woning uit de jaren 50, maar de bouwplannen komen „gelukkig” uit de jaren 30. De moderne stopcontacten verving hij voor oude exemplaren. De nieuwe keuken moest plaatsmaken voor een oude, en ook de verwarming werd vervangen. In de boekenkast staat geen enkel hedendaags boek – „Ik lees ze wel, maar ze mogen niet in mijn huis” – en hij is trots op zijn platencollectie.

Slechts één voorwerp in Davids’ huis verraadt dat het de eenentwintigste eeuw is: een plat, glanzend computerscherm op zijn bureau. Paradoxaal genoeg zijn nostalgisten dol op het internet. „Het is een manier om gelijkgestemden te ontmoeten, tweedehandsspullen te vinden en toegang te krijgen tot oude muziek en films”, zegt Weijkamp. Op Instagram zet ze foto’s van haar outfits; gebloemde zomerjurken, felgekleurde hoedjes en blonde krullen – waarvoor ze elke nacht met krulspelden slaapt – wat haar ruim 10.000 volgers opleverde.

Teeuwisse deelt haar leven via haar openbare Facebook-pagina, waarop ze rommelmarktvondsten en kersen uit eigen tuin toont. De bijbehorende teksten schrijft ze in het oud-Nederlands. Dus ‘zoo ouderwetsch’ in plaats van ‘zo ouderwets’. Davids deelt op zijn site naast foto’s ook etiquette uit de jaren 30. Bijvoorbeeld dat ware ‘gentlemen’ ’s avonds buiten de deur witte of crèmekleurige handschoenen dragen. Zo hopen ze modern Nederland te inspireren om de ‘turbulent thirties’ te omarmen.

    • Alexandra van Ditmars