Zonder harde oevers zie je het getij

Deltanatuur Door Rotterdam stroomt een bijzonder natuurgebied. Maar dat is pas te zien als de kades niet meer van steen zijn. „Op het droogvallende slib ontstaat natuur die je verder nergens ziet.”

Foto Jan van der Ploeg

Nu de zware industrie de stad verlaten heeft, mag de stad zachter worden. Maurice Specht – filosoof, Rotterdammer en ondernemer – verkeert dagelijks op het eiland Van Brienenoord, pal onder de brug waar de snelweg over loopt, omdat hij daar een ontmoetingscentrum aan het bouwen is, de Buitenplaats Brienenoord. Hij wijst op een plas water die eruit ziet als een natuurlijke vijver.

Maar dat is het niet. Het is een rechthoekige waterbak die vroeger droog lag om er betonnen buizen in te maken. Zodra die klaar waren, lieten werklui de bak vol lopen en werden ze met een schip door een sluisje naar de Nieuwe Maas getrokken om naar de plaats van bestemming gevaren te worden.

Maar die tijd is lang voorbij. De oevers van de waterbak zijn begroeid met riet, en allerlei soorten bloemen. De bedoeling is dat er vanaf die plek een geul gegraven wordt die dwars over het westelijke deel van het eilandje loopt, met aan weerszijden een opening naar de Maas. Daardoor komt het tussenliggende land bij hoogtij onder water te staan. „Zo kun je het getij van de Maas aan den lijve ervaren”, zegt Specht.

Het voordeel van die plek op het eiland is dat je er meteen uitkomt als je de hangbrug overgaat, vanaf het Hoendiep, een straatje pal tegenover het voetbalstadion, de Kuip.

Droogvallend slib

Aan de oostelijke kant van het eiland ligt al zo’n getijdengeul. „Al een jaar of vijf”, schat Specht. Maar omdat je daar tegen de betonnen pijlers van de Van Brienenoordbrug aanloopt zodra je het begin van die geul nadert, heb je de neiging rechtsomkeert te maken. „Maar juist daar moet je zijn!”, zegt Specht.

Door de open verbinding van de Nieuwe Maas via de Nieuwe Waterweg naar de zee, stijgt en daalt het waterpeil twee keer per dag zo’n anderhalve meter. „Het is een heel bijzonder gebied dat door de loop van de rivier dwars door Rotterdam loopt. Op het droogvallende slib ontstaat natuur die je verder nergens ziet”, zegt Esther Blom van ARK Natuurontwikkeling, dat samen met het Zuid-Hollands Landschap, het Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente Rotterdam en Rijkswaterstaat betrokken is bij het herstel van de deltanatuur rondom de stad. „Er groeien planten die het goed doen in brak water, een mix van zoet en zout water. Vissen zoals zalm zwemmen vanuit zee de rivier op en kunnen langzaam wennen aan de overgang van zout naar zoet water. En door de plantengroei ontstaan er veilige beschutte plekken waar vissen eitjes kunnen leggen.”

Foto Jan van der Ploeg
Foto Jan van der Ploeg
Foto Jan van der Ploeg
Foto Jan van der Ploeg
Foto Jan van der Ploeg
Foto Jan van der Ploeg

„Het zou mooi zijn als we hier ook weer eens een witte reiger zouden zien”, zegt stadsecoloog André De Baerdemaeker. „Je kan je voorstellen dat zo’n beestje hier eerder neerstrijkt als er groene oevers zijn waar hij beschut kan zitten om een visje te scoren.”

Sommige insecten en planten ziet de stadsecoloog al terugkeren. „De rivierrombout bijvoorbeeld”, zegt hij. Dat is een libelle met een geel-groen lijf die in heel Europa voorkomt maar in Nederland steeds minder. En de spindotter, een gele bloem die typisch is voor gebieden langs de rivier die dan weer droogvallen, en dan weer onderlopen.

In totaal is door verschillende overheidspartijen een bedrag van 23 miljoen euro uitgetrokken voor de terugkeer van de deltanatuur in en om de stad, volgens een woordvoerder van de gemeente. Voor een deel wordt dat gebruikt voor de uitvoer van werkzaamheden zoals het graven van de geul op het eiland Van Brienenoord, het vervangen van harde kademuren door zachte oevers en het ophogen van de grond daar vlakbij met stenen vlak onder de waterlijn, zodat de wal niet afkalft door de stroom van de rivier. „Je ziet dat die vegetatie daar heel snel terugkeert”, zegt Blom. „Daar hoef je eigenlijk niet eens zoveel voor te doen.”

Druk op de buitenruimte

Het idee om de oevers van de Maas – maar ook die van de Rotte – in en om Rotterdam weer groen en zacht te maken komt onder andere van de dienst Stadsontwikkeling van de gemeente. Tijdens de vastgoedcrisis, die begon in 2008, zijn veel mensen in Rotterdam blijven wonen. Volgens een woordvoerder van de gemeente kwam er daardoor steeds meer druk op de buitenruimte waar mensen konden recreëren. Ondertussen had een groot deel van de industrie zich uit de stad teruggetrokken. Niet alle kades hoefden daarom meer gebruikt te worden voor scheepvaart. Ze konden dus een andere functie krijgen.

In de Nassauhaven achter de Hef komen drijvende huizen. Aan de oostelijke kade is een getijdenpark gemaakt. Planten groeien tegen de oevers terwijl nijlganzen en eenden er op los badderen. Op de bankjes langs de kant zitten buurtbewoners te praten. Zoiets moet ook ontstaan aan kopse kant van de Maashaven. „Natuur ontspant”, zegt De Baerdemaeker, „en is goed voor mens en dier.” Rotterdam is heel lang een stenige stad geweest, zegt hij. Misschien is nu de tijd aangebroken om groener en zachter te worden.

Struintochten met een gids van ARK zijn er op zaterdag 30 juni 21:00 - 23:00 en woensdag 11 juli 13:00 - 15:00. Aannmelden kan via ark.eu/agenda. Deelname is gratis. Vol=vol.

    • Lucette Mascini