Zolang er arme mensen in China zijn, wordt er gerecycled

Garrie van Pinxteren in Beijing

Je kunt in China tegenwoordig overal van diezelfde handige plastic zakjes kopen als in Nederland: zakjes met een rits of een drukstrip waarmee je ze opnieuw kunt sluiten. Ze zijn van vrij dik plastic gemaakt. Ik gebruik ze om stapeltjes gesneden boterhammen mee in te vriezen.

Als het brood op is, blijven er kruimeltjes over in het zakje. Weggooien dan maar? Niet als het aan mijn Chinese werkster ligt. Zij is al in de vijftig en ze komt uit Anhui, een arme provincie in Centraal-China. Ze kan het niet over haar hart verkrijgen om zulke mooie zakjes zomaar weg te gooien. Dus ze wast ze uit en dan plakt ze de natte zakjes tegen de tegelwand boven het aanrecht. Als ze eraf vallen zijn ze droog en kunnen ze weer in de la voor hergebruik.

Zij is lekker milieubewust bezig, dus. Niet uit zorg om het milieu, maar omdat ze is opgegroeid in armoede en omdat ze het nog steeds niet breed heeft. Ze wijst naar mijn werkkamer, en vertelt dat zij met haar hele gezin van drie personen in een ruimte van dezelfde grootte aan de rand van Beijing woont.

Haar zuinige houding is zeker in de grote steden niet meer algemeen. Met de snelle welvaartsstijging van de laatste jaren is de consumptie van plastic net zo snel toegenomen: alles wat vroeger uit armoede milieuvriendelijk werd verpakt, is nu verpakt in plastic.

Voordat ik in de trein naar Dandong stap, koop ik een warme maaltijd voor onderweg met een drankje erbij. Alles komt in plastic bakjes, ik krijg er plastic bestek bij en plastic cupjes met saus. Het geheel zit in een plastic zak en het drankje heeft een plastic deksel en een plastic rietje. In de trein zit ik naast een man met net zo’n zak. Na afloop gooien we de hele rotzooi, hups, in de afvalbak.

Als ik twintig jaar geleden met de trein door China reisde, was dat anders. Mensen hadden hun aluminium, herbruikbare lamellen met warm eten bij zich, ze dronken thee uit een glazen pot met een gehaakte plastic huls er omheen zodat ze hun handen niet brandden aan het hete glas. Als het water op was, kwam het treinpersoneel langs met een grote ketel heet water om bij te schenken. Zo had je geen of weinig afval.

Het afval dat er was, werd dan wel weer zonder problemen uit het raampje van de trein gekwakt. Dat maakte het zicht uit de trein er niet mooier op: je zag plastic zakjes in alle kleuren als vreemde vruchten in de bomen langs het spoor hangen.

Nu wordt het afval netjes ingezameld in een grote plastic zak, en die zak wordt niet meer uit het raam gegooid. Die wordt, laten we hopen, netjes gerecycled. Ik zie in elk geval geen afval meer als ik vanuit de hogesnelheidstrein naar buiten kijk.

Ook in een stad als Beijing zijn de straten brandschoon, veel schoner dan bij ons. Dat is in andere steden en op het platteland wel anders: daar ligt het plastic afval nog gewoon op straat, of je ziet het liggen rotten op grote afvalbergen naast de steden en dorpen.

Tegenwoordig moet je om het milieu te beschermen ook hier een klein bedrag extra betalen als je een plastic tasje wilt. Op de markt krijg je die zakjes nog wel gratis, maar juist in de duurdere winkels betaal je ervoor. Dat is een eerste stap op weg naar minder plastic afval. Wat ook helpt, is dat er nog genoeg arme mensen in China zijn die leven van, of bijverdienen met, het verzamelen van papier en plastic om het te recyclen. Als je een leeg plastic flesje in een openbare afvalbak gooit, is er al snel een oude man of vrouw die het er weer net zo snel uitvist.

Maar China kan het al een hele tijd niet meer hebben van de armoede om de consumptie van plastic beperkt te houden. Dat vraagt om een strengere overheidsaanpak, en daar is de Chinese president Xi Jinping zich terdege van bewust. Het geld voor de plastic tasjes is daarbij in elk geval een kleine eerste stap.

    • Garrie van Pinxteren