Ze pakken meestal het kneusje uit de groep

Reportage Postduiven

Er zijn te veel roofvogels, vinden postduivenhouders. Ze vragen om maatregelen.

„Een drama.” Postduivenhouder Vincent Hoogerwerf staat in de grote tuin van zijn huis in het Oost-Brabantse Mill en wijst naar het fraai geschoren gazon. „Ik zie regelmatig een hoopje veren liggen. Dan is er weer eentje gepakt.” Hoogerwerf heeft honderdvijftig postduiven. Ze fladderen op het dak van hun hokken. Dit jaar is Hoogerwerf al 23 liefdevol getrainde duiven kwijtgeraakt, vertelt hij. Vorig jaar raakte hij 37 stuks kwijt. Verschalkt door havik, slechtvalk of sperwer. „Prachtige roofvogels, hoor. Ik vind het geweldig om ze te zien vliegen. Maar het worden er te veel.”

Hoogerwerf, eigenaar van een werving- en selectiebureau voor ict, is dagelijks vijf uur zoet met zijn hobby; het trainen van postduiven. Hij overhandigde deze week een door bijna zevenduizend sympathisanten ondertekende petitie aan de Tweede Kamer voor maatregelen tegen de „almaar groeiende populatie” roofvogels. „Er worden nestkasten opgehangen. Er worden roofvogels gefokt en uitgezet. En geïmporteerd. Daar moet een einde aan komen.”

Het is een verrassende noodkreet. Ging het immers niet juist behoorlijk slecht met de roofvogels in Nederland? Moesten we niet blij zijn met de lichte stijging van bijvoorbeeld het aantal broedparen slechtvalken? Uitgerekend deze dieren zijn volgens de petitie de belangrijkste dreiging voor de naar schatting twee miljoen postduiven in Nederland, atletisch gevogelte dat gerust duizend kilometer vanuit bijvoorbeeld Frankrijk naar huis vliegt met een gemiddelde kruissnelheid van tachtig kilometer per uur. „Machtig mooi om ze terug te zien komen, en hun vleugels dichtgevouwen, hup, naar binnen te zien schieten”, vertelt Hoogerwerf, een van de ruim zeventienduizend duivenmelkers in Nederland.

Lees ook: Hoogvlieger tussen de duiven

Klinkklare onzin

De postduivenhouders schatten dat jaarlijks meer dan 10 procent van hun dieren door roofvogels wordt gepakt. Bij de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie (NPO) hebben enkele duizenden mensen er melding van gemaakt. Ze vinden dat de overheid haar verantwoordelijkheid moet nemen en zich moet ontfermen over de duivensport, die geldt als immaterieel erfgoed. „Wij willen aandacht voor onze sport”, zegt Hoogerwerf, eigenaar van enkele kampioenduiven. „Daar in het hok staan een paar bekers.” Een lobby is des te belangrijker, nu twee erkende postduivenliefhebbers uit de politiek zijn verdwenen, vertelt hij. „Halbe Zijlstra kon wel eens iets op de politieke agenda krijgen. En ook met Camiel Eurlings konden we goed praten.” Spijtig is wel dat de vergrijsde sport lijdt onder een slecht imago. De aanwas van nieuwe leden bij de NPO stokt in de meeste regio’s. „Een maatschappelijk probleem.”

Intussen is lang niet iedereen overtuigd van de nood onder de postduivenhouders. „Het is hartstikke zuur als jouw prijswinnende duif wordt gepakt door een roofvogel, maar dat is nu eenmaal het risico”, zegt een woordvoerder van Vogelbescherming Nederland. „De roofvogels pakken doorgaans trouwens het kneusje uit de groep. ” We moeten de kwestie niet overdrijven, vindt ook Sovon Vogelonderzoek. Predatie door roofvogels is volgens Engels onderzoek niet de belangrijkste doodsoorzaak bij postduiven; dat zijn eerst verdwalen en uitputting en vervolgens botsingen met objecten zoals gebouwen of auto’s en hoogspanningskabels. En dat het aantal roofvogels blijft groeien, klopt volgens Sovon niet. „Van de drie genoemde soorten groeit alleen de populatie slechtvalken. De havik is stabiel, de sperwer neemt af.”

Foto Merlin Daleman

We raadplegen roofvogeldeskundige Rob Bijlsma. Hij is niet onder de indruk van de klachten van de duivenmelkers. Uit onder meer eigen onderzoek leidt Bijlsma af dat maximaal 2 procent van de postduiven wordt verschalkt door haviken, de soort die groot belang heeft bij postduif op het menu. Dat roofvogels meer postduiven eten dan vroeger, is „klinkklare onzin”, aldus Bijlsma. Roofvogels zijn inzake postduivensterfte „een verwaarloosbare factor”. „Sterker nog: duivenhouders zouden blij moeten zijn met die jagers, want die kunnen pas echt selecteren, ingesleten door miljoenen jaren van selectiedruk.”

Kan het misschien zijn dat de duivenhouders roofvogels als schuldige aanwijzen terwijl hun duiven in werkelijkheid verdwalen of botsen? „Nee, hoor”, houdt Vincent Hoogerwerf vol, als we hem een dag later bellen. „Ik heb zelf dit jaar nog niet aan wedstrijden meegedaan. Toch zijn er 23 verdwenen. Zo gaat het ook bij veel andere duivenhouders.” Hij is even stil en zegt: „Jammer dat u er vandaag niet bent. Er hangt nu een havik boven het hok.”

    • Arjen Schreuder